Thema 2 - Hoofdstuk 1 - 1 t/m 12

Thema 2
Jij & je buurt

Hoofdstuk 1
kijken en luisteren

Doel van de les
Je leert woorden en zinnen waarmee je iets over je buurt en omgeving kan vertellen.  
1 / 20
next
Slide 1: Slide
EngelsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Thema 2
Jij & je buurt

Hoofdstuk 1
kijken en luisteren

Doel van de les
Je leert woorden en zinnen waarmee je iets over je buurt en omgeving kan vertellen.  

Slide 1 - Slide

Welke Engelse woorden ken jij al die te maken hebben met het de buurt/omgeving?

Slide 2 - Mind map

Welke Engelse woorden passen bij deze afbeelding?

Slide 3 - Slide

Woordblok 1A

show - zien
small town - kleine stad
oldest - oudste
church - kerk
more than - meer dan
childeren - kinderen
road - weg
behind - achter
police station - politiebureau
other - andere
older - oudere
near - vlakbij
hospital - ziekenhuis
longest - langste
on the left - aan de linkerkant
next to - naast

Slide 4 - Slide


A
The older man is on the left.
B
The younger man is on the left.

Slide 5 - Quiz


A
The longest man is on the left.
B
The shortest man is on the left.

Slide 6 - Quiz


A
Bank
B
Church
C
Cinema

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Link

Welk plaatje past het best bij wat je gezien en gehoord hebt?
A
B
C

Slide 9 - Quiz

Opdracht 4
Even zelf oefenen. 
In je boek op blz 62  
Schrijf op de lijntjes de Nederlandse vertaling van de woorden
timer
1:00

Slide 10 - Slide

Mijn stad
I want to show you my town.
Only 6000 people live here.
It is in on North Road.
It is near the hospital.
At the end of the street.
The cinema is not far from the bus station.
It is only a short walk.
I hope you like my town. 

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Link

In wat voor stad woont Mark?
A
Een grote stad.
B
Een oude stad.
C
Een toeristenstad

Slide 13 - Quiz

Voor welke kinderen is er een school in de stad?
A
Alleen voor jonge kinderen.
B
Alleen voor oudere kinderen
C
Voor jonge en oudere kinderen

Slide 14 - Quiz

Waar is het huis van Mark?
A
Aan het einde van de straat.
B
Naast het gele gebouw.
C
Tussen de dierenwinkel en de bank.

Slide 15 - Quiz

Wat zegt Mark over de bioscoop?
A
Die zit vaak vol.
B
Die is heel groot.
C
Die is ver van het station

Slide 16 - Quiz

Opdracht 7
Blz 64 
Kijk goed naar de plattegrond. 
Lees het rijtje Engelse woorden. 
Luister naar het fragment. 
Welke woorden horen op de vakjes 1 t/m 4?
Schrijf A, B, C of D in het juiste vakje. 

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Link

Had je het goed?
1. A
2. C
3. B
4. D

Slide 19 - Slide

Zelf aan de slag!
Maak opdracht 8 t/m 12 in je boek! 

Succes! 

Slide 20 - Slide