10.1 Opgroeien

Groeien & hormonen
1 / 17
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Groeien & hormonen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt de 8 levensfases benoemen
  • Je kunt de 8 levensfases in de juiste volgorde zetten
  • Je kunt uitleggen wat hormonen zijn
  • Je kunt uitleggen hoe en waar hormonen werken
  • Je kunt uitleggen wat hormoonklieren doen
  • Je kunt uitleggen hoe het groeihormoon werkt
  • Je kunt aangeven wanneer er in een cel sprake is
    van celdeling of celgroei
  • je kunt uit leggen wat celdeling en celgroei zijn
  • Je kunt aangeven waar groei in de botten plaatsvindt

Slide 2 - Slide

De 7 levensfasen
1. Baby 0-1,5 jaar
2. Peuter  1,5-4 jaar
3. Kleuter  4-6 jaar
4. Kind 6-12 jaar
5. Puber 12-17 jaar
6. Jongvolwassene 17-21 jaar
7. Volwassene 21-60 jaar
8. Oudere 60+

Slide 3 - Slide

Veranderingen 
Lichamelijke ontwikkeling= je lichaam verandert, bijvoorbeeld leren lopen, schaamhaar krijgen en vruchtbaar worden

Geestelijke ontwikkeling= leren met je hoofd, bijvoorbeeld een baby leert wie zijn ouders zijn, een kind leert klok kijken, een volwassene leert nieuwe dingen zoals een nieuwe hobby 

Slide 4 - Slide

Hormonen 
Hormonen = regelstoffen die lichamelijke veranderingen regelen.
Hormonen worden gemaakt in hormoonklieren, de belangrijkste is de hypofyse.

Slide 5 - Slide

Hoe werkt een hormoon?
1. Hormoonklier maakt hormoon
2. Hormoon wordt afgegeven aan het bloed
3. Hormoon wordt vervoerd via het bloed naar andere organen
4. Hormoon is orgaanspecifiek => werkt alleen bij het orgaan waar het wat moet gaan doen!

Slide 6 - Slide

Hormoon klieren

Teelballen - Testosteron

Eierstokken - Oestrogeen

Hypofyse - Hypofysehormoon

Slide 7 - Slide

Hypofyse
Hormoon
Hormoon
Bloed

Slide 8 - Drag question

Groeihormoon
Gemaakt in de hypofyse 
Botten reageren op groeihormoon
Botten gaan delen

Slide 9 - Slide

Celdeling?Celgroei?



Celdeling = cellen gaan delen. 1 cel worden 2 (identieke) cellen
Celgroei = de cel is gedeeld, maar is nog te klein. De cel gaat nu groeien (groter worden) zodat hij weer even groot wordt als de originele cel

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Groeien en groeispurt
Groeischijven= platte lagen van kraakbeen, aan het uiteinde van je botten. De kraakbeencellen doen celdeling en celgroei

Groeispurt = in de puberteit maakt de hypofyse extra veel groeihormoon, hierdoor groei je snel. 

Slide 12 - Slide

In de puberteit krijgen jongens een groeispurt. Wat gebeurt er bij een groeispurt?
Zet de zinnen in de juiste volgorde. Schrijf alleen de nummers op.

1
2
3
4
5
De cellen van de botten ontvangen de boodschap.
De hypofyse maakt veel groeihormoon.
Kraakbeencellen gaan zich delen.
Het bloed vervoert het groeihormoon naar alle delen van het lichaam.
Er vindt celgroei plaats.

Slide 13 - Drag question

De hypofyse bevindt zich...
A
In de hersenen
B
Achter de longen
C
In de buurt van je nieren
D
In de nek

Slide 14 - Quiz

de hypofyse maakt het groeihormoon
A
niet juist
B
juist

Slide 15 - Quiz


De hypofyse is...
A
een hormoonklier
B
een hormoon
C
een geslachtskenmerk
D
een doelcel

Slide 16 - Quiz

Hoe goed begrijp ik 10.1?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 17 - Poll