Verwerkingsles leerlingen niveau B

Welkom bij de les begrijpend lezen van Kidsweek in de Klas!
Begrijpend lezen
1 / 23
next
Slide 1: Slide
Begrijpend lezentestBasisschoolGroep 4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Toets niveau B

Items in this lesson

Welkom bij de les begrijpend lezen van Kidsweek in de Klas!
Begrijpend lezen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions




              Lesdoelen


Je laat deze les zien wat je de afgelopen weken geleerd hebt. Je maakt het toetsboekje. Deze toets moet zonder de krant worden gemaakt.

Heel veel succes met de toets!

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lees het artikel ‘Dieren redden door vogeltrek te voorspellen' hieronder.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions



Uit hoeveel alinea's bestaat deze tekst?
A
1 alinea
B
2 alinea's
C
3 alinea's
D
4 alinea's

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions



Wat is het onderwerp van de tekst?
A
trekvogels redden
B
uitgeputte vogels
C
universiteit van Amsterdam
D
windmolens in Groningen

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions



Wat is het doel van de schrijver?
A
De schrijver wil dat je iets gaat doen.
B
De schrijver wil je uitleggen hoe je iets moet doen.
C
De schrijver wil je informeren.
D
De schrijver wil je overtuigen.

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions


In welke zin vind je het antwoord op de vraag 'Waarom vliegen de trekvogels soms laag?'
A
'Zij gaan ... van Amsterdam.'(regel 6 t/m 8)
B
'Als ze ... ze uitgeput.' (regel 8 en 9)
C
'Om eten ... laag rond.' (regel 9 en 10)
D
'Alleen al ... vogels dood.' (regel 10 en 11)

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions


Wat past het best op plek ..1...?
A
of
B
ook
C
toch
D
want

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions




Wat is de hoofdgedachte van de tekst?
A
Door een vogeltrekvoorspelling kunnen windmolens op de juiste momenten stilgezet worden, waardoor veel trekvogels gered kunnen worden.
B
Er trekken ieder jaar heel veel vogels over Nederland die in het voorjaar naar het koele noorden trekken, terwijl zij in het najaar juist naar het warme zuiden trekken.
C
Willem Bouten van de Universiteit van Amsterdam weet veel over trekvogels en maakt zich zorgen, omdat er ieder jaar veel trekvogels doodgaan in Nederland.
D
Er is een computer ontwikkeld waarmee twee dingen gemeten kunnen worden: het aantal vogels dat voorbij vliegt en de wind en buien op dat moment.

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions




Waar wordt een weerradar voor gebruikt? 
A
Daarmee kun je de hoeveelheid zonlicht meten.
B
Daarmee kun je de vogels waarschuwen voor de windmolens.
C
Daarmee kun je de wind en buien meten.
D
Daarmee kun je de windmolens aan of uit zetten.

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions




Waarom zetten de wetenschappers de windmolens soms een paar uur stil?
A
Omdat de windmolens erg veel lawaai maken en de trekvogels daarvan schrikken.
B
Omdat de windmolens zorgen voor harde windstoten en de trekvogels daardoor niet goed meer kunnen vliegen.
C
Omdat er zo minder vogels in de windmolens terechtkomen (en overlijden).
D
Omdat er zo stroom bespaard wordt die gebruikt kan worden om de weerradar te gebruiken.

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions




Waarom zal de vogeltrekvoorspelling later misschien ook op andere plekken in Nederland gebruikt worden?
A
Omdat de vogels zo beter te eten krijgen.
B
Omdat er zo nog meer trekvogels gered kunnen worden.
C
Omdat er zo nog meer stroom opgewekt kan worden.
D
Omdat we zo meer te weten komen over de tocht die vogels afleggen.

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Lees het artikel ‘Nieuws over droog...' hieronder.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions



Waarom mogen sommige boeren niet meer 
sproeien met water uit sloten, beken en kanalen?
A
Omdat het water uit sloten, beken en kanalen niet geschikt is.
B
Omdat er zo een watertekort kan ontstaan.
C
Omdat kinderen willen zwemmen in deze sloten, beken en kanalen.
D
Dat staat niet in de tekst.

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions



Wie wordt bedoeld met ze in regel 25?
A
de boeren
B
de brandweermannen
C
muggen
D
vogels

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is de droogte slecht nieuws voor de muggen? Sleep de zinnen in de goede volgorde.
1 Er heerst droogte in Nederland
2
3
4
Alle waterplasjes, halfvolle gieters en regentonnen staan droog.
Er zijn minder muggen in Nederland.
Muggen hebben veel minder plaatsen waar hun larven kunnen groeien. 

Slide 16 - Drag question

This item has no instructions



Lees: "Gevolg: het ... helemaal leeg." (regel 40 en 41)
Wat is de oorzaak van dit gevolg?
A
De badmeester zette per ongeluk een verkeerde klep open.
B
De boeren in de buurt gebruikten het water om te sproeien.
C
Eén op de vijf kinderen plast weleens in het zwembad.
D
Er zat een gat in de bodem van het zwembad.

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Welk plaatje had bij het stukje 'Gevaarlijke duik' kunnen staan?
Sleep het juiste plaatje naar het groene vak.

Slide 18 - Drag question

This item has no instructions


Staat het antwoord op deze vraag hieronder WEL of NIET in de tekst?

Waarom mogen alleen de boeren in Gelderland, Utrecht en Brabant niet meer sproeien?
A
WEL
B
NIET

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions


Staat het antwoord op deze vraag hieronder WEL of NIET in de tekst?

Waarmee worden eventuele brandjes razendsnel ontdekt?
A
WEL
B
NIET

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions


Staat het antwoord op deze vraag hieronder WEL of NIET in de tekst?

Wat doen jongens vaker dan meisjes?
A
WEL
B
NIET

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions



Hoe heb je de toets gemaakt, denk je?
A
helemaal niet goed
B
niet zo goed
C
goed
D
heel goed

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Begrijpend lezen
Tot de volgende keer!

Slide 23 - Slide

WELKOM bij de digibordles begrijpend lezen van week 40 - Niveau A.