Toneel: durven en plezier
Toneel: durven en plezier
Open vriendelijk en luchtig. Benadruk dat deze eerste les niet draait om een scène spelen, maar om bewegen, proberen en merken dat toneel veilig kan zijn.
Dit ga ik leren
Ik kan meedoen aan eenvoudige toneelspellen en ervaren dat toneel niet eng is.
This item has no instructions
Welk woord past voor jou bij toneel?
Gebruik dit als veilige start. Verwacht woorden als spannend, grappig, eng, gek, leuk, doen alsof. Pak vooral woorden op die laten zien dat leerlingen toneel nog spannend of juist grappig vinden.
Binnenkomst en kring
We starten samen in een kring.
Iedereen hoort erbij
We proberen gewoon
Toneel begint met samen doen
Laat de klas in een kring staan. Houd de start rustig en duidelijk, zodat de groep meteen weet wat de vorm van de les is.
Afspraken voor deze les
Iedereen doet mee
We lachen mét elkaar, niet óm elkaar
Fouten bestaan niet
Bij toneel mag je uitproberen.
Zeg expliciet dat lachen mag, maar niet uitlachen. Deze veiligheid is belangrijker dan prestatie in les 1.
Naam met een beweging
Zeg je naam en maak er een beweging bij.
een stoere pose
een gek gebaar
een grote sprong of zwaai
De groep doet naam en beweging na.
Geef eerst zelf een voorbeeld. Kies iets simpels en grappigs, zodat leerlingen voelen dat groot spelen mag.
Waarom dit helpt
Een naam met beweging breekt het ijs.
Leerlingen bewegen meteen, zien elkaar en krijgen snel een eerste succeservaring.
Leg kort het effect uit als dat past bij de groep: je hoeft nog niets moeilijks te spelen, maar je bent al wel bezig met toneel.
Loop door de ruimte
Iedereen loopt door het lokaal.
rustig door elkaar
kijken waar ruimte is
stoppen als je "bevries" hoort
Zorg dat de ruimte veilig is. Gebruik duidelijke stemcommando's en houd het tempo hoog.
Speel met je manier van lopen
Loop alsof je:
heel langzaam bent
haast hebt
90 jaar oud bent
een superster bent
schoenen hebt die vastplakken
op de maan loopt
Bouw op van makkelijk naar gekker. Zo durven meer leerlingen mee te doen.
Zonder het te merken speel je al
Dit voelt als een spel, maar je bent al aan het acteren.
Je gebruikt je lichaam om iets te laten zien, zonder tekst.
Benadruk dit inzicht: toneel is niet meteen praten op een podium. Spelen begint vaak met doen alsof met je lichaam.
Bevries!
Als de docent "bevries" zegt:
sta je stil
houd je je houding vast
laat je zien wie je op dat moment bent
Gebruik korte bevriesmomenten. Dat maakt houdingen zichtbaar en geeft grappige succesmomenten.
Wat doe je als de docent 'bevries' zegt?
Heel hard praten
Stil blijven staan
In een kring lopen
Snel gaan zitten
Checkt begrip van het bewegingsspel. De foute opties passen wel bij een dramales, maar niet bij 'bevries'.
Vul de goede woorden in
Bij dit spel loop je door het lokaal. Als de docent 'bevries' zegt, blijf je stil staan. Zo gebruik je je lichaam om iets te laten zien zonder tekst.
De kernwoorden sluiten aan bij slides 6-9: lopen, stil blijven en met je lichaam iets laten zien.
Spiegelbeeld
Werk in tweetallen.
leerling A beweegt langzaam
leerling B doet precies mee
daarna wissel je
Laat leerlingen eerst rustig starten. De focus ligt op kijken en volgen, niet op snelheid.
Goed kijken en samen werken
Bij spiegelbeeld oefen je:
goed kijken
rustig bewegen
tegelijk werken
aandacht voor de ander
Noem dit hardop na een eerste ronde, zodat leerlingen begrijpen wat ze al aan het leren zijn.
Maak het grappiger
Probeer herkenbare acties:
tandenpoetsen
haar doen
spierballen tonen
een dansje
Grappig mag op het toneel.
Gebruik clownesk gedrag positief. Laat merken dat overdreven spelen juist bruikbaar is.
Samen iets laten kloppen
Als het goed gaat, lijkt het alsof je in een echte spiegel kijkt.
Dat geeft een succesgevoel en maakt spelen minder spannend.
This item has no instructions
Wat oefen je bij spiegelbeeld vooral?
Snel praten
Goed kijken
Hard zingen
Alleen spelen
Sluit aan op slides 10-13: kijken, rustig bewegen, tegelijk werken en aandacht voor de ander.
Wat lijkt jou het leukst bij spiegelbeeld?
Tandenpoetsen
Haar doen
Spierballen
Dansje
This item has no instructions
De emotiemachine
Eén leerling begint met:
een beweging
een geluid
De volgende voegt iets toe.
Zo groeit een gekke machine.
Kies eerst een leerling die durft. Houd de eerste ronde klein, bijvoorbeeld met 5 leerlingen.
Gek mag hier juist wel
De machine mag vreemd, luid en grappig zijn.
Clownesk doen is geen probleem: op het toneel kan dat juist sterk en leuk zijn.
Dit is een kernboodschap van de les. Maak expliciet dat overdreven spel een kwaliteit kan zijn.
Samen bouwen aan één spel
Iedereen voegt iets anders toe.
Daardoor ontstaat één geheel.
Je maakt samen iets dat eerst nog niet bestond.
Leg de nadruk op samenwerken in plaats van op individueel presteren.
Wat voor machine is het?
Na afloop kun je er betekenis aan geven.
Bijvoorbeeld:
een boerderijmachine
een snoepmachine
een raket
Er zijn geen verkeerde antwoorden.
Gebruik de antwoorden van leerlingen als bevestiging dat fantasie welkom is. Niet corrigeren op 'goed' of 'fout'.
Wat mag bij de emotiemachine?
Alleen serieus
Vreemd en grappig
Helemaal stil
Alleen één speler
Kernboodschap van slides 14-17: gek en clownesk doen mag juist wel op het toneel.
Wat leer je van samen zo'n machine maken?
Bespreek dat veel antwoorden goed zijn, zolang leerlingen uitleggen dat iedereen iets toevoegt en dat er samen één geheel ontstaat. Voorbeelden: samenwerken, luisteren/kijken, samen iets maken.
Even pauze
We nemen kort rust.
Even drinken, ademen of los bewegen.
Daarna gaan we weer verder.
Houd de overgang rustig. Een korte reset helpt deze doelgroep om daarna weer mee te kunnen doen.
Status: koning en slungel
Status laat zien hoe iemand overkomt.
hoge status: zeker en sterk
lage status: klein en onzeker
Gebruik eenvoudige taal. Vermijd theorie; laat vooral zien met houding en lopen.
Hoge status
Denk aan:
koning
filmster
directeur
Je loopt groot, rechtop en zelfverzekerd.
Speel zelf een duidelijk voorbeeld voor. Groot verschil helpt leerlingen het snel te begrijpen.
Lage status
Denk aan:
verlegen leerling
iemand die iets stouts heeft gedaan
Je loopt kleiner, stiller en onzekerder.
Let erop dat het speels blijft en niet persoonlijk wordt richting echte leerlingen.
Zonder woorden een rol laten zien
Met je houding, gezicht en manier van lopen kun je al een rol neerzetten.
Daarvoor heb je nog geen tekst nodig.
Verbind dit aan eerdere spellen: ook daar lieten leerlingen al iets zien zonder te praten.
Improvisatie zonder praten
Werk weer in tweetallen.
Speel een korte situatie, maar zonder woorden.
Je lichaam en gezicht vertellen het verhaal.
Benadruk dat niet praten de opdracht juist makkelijker maakt voor wie spanning voelt.
Situaties om te spelen
Bijvoorbeeld:
in een achtbaan
je ziet een spin
je wint de loterij
verdwaald in het bos
er staat een alien voor je
Kies situaties die direct beeld oproepen. Houd ze kort en herkenbaar.
Waarom zonder tekst?
Zonder praten valt veel spanning weg.
Je hoeft geen woorden te bedenken.
Je kunt je aandacht richten op voelen en laten zien.
Dit helpt leerlingen die bang zijn om iets verkeerd te zeggen of om uitgelachen te worden.
Kleine signalen zijn al sterk
Een goede gezichtsuitdrukking of duidelijke houding is al knap.
Als je meteen ziet wat iemand speelt, werkt het spel.
Geef concrete complimenten, zoals: 'Ik zag meteen dat je bang was.' Dat maakt succes zichtbaar.
Wie heeft hoge status?
De slungel
De koning
De verlegene
De bange
Laat leerlingen het koppelen aan groot, rechtop en zelfverzekerd lopen.
Vul de goede woorden in
Bij status laat je met je houding zien wie je speelt. Hoge status is vaak zelfverzekerd. Bij improvisatie zonder praten gebruik je je lichaam en gezicht om het verhaal te laten zien.
Gebaseerd op slides 19-26 over status, lichaamstaal en spelen zonder tekst.
Afsluiten in de kring
We eindigen weer samen in een kring.
Zo sluiten we de les rustig af en kijken we terug op wat we hebben gedaan.
Laat de energie zakken en maak de afronding veilig en overzichtelijk.
Wat deze les liet zien
toneel mag grappig zijn
fouten hoeven niet erg te zijn
spelen kan ook zonder tekst
samen doen maakt het veiliger
Koppel expliciet terug naar de lesdoelen: plezier, veiligheid en ervaren dat toneel niet eng hoeft te zijn.
Wat vond jij vandaag het leukst?
Reflectievraag zonder fout antwoord. Laat leerlingen kort terugkijken op plezier, veiligheid en durven.
Eén woord: hoe voelde deze les?
Gebruik de woorden om samen af te sluiten. Let op woorden als leuk, spannend, grappig, druk, fijn, gek, veilig.
Wat wil jij onthouden van deze les?
Laat leerlingen iets kleins noemen, zoals: gek doen mag, zonder praten spelen, bevriezen, samenwerken, met je lichaam iets laten zien.
Woordenlijst
toneelspelen - doen alsof je iemand of iets anders bent
kring - samen in een ronde staan
energizer - kort spel met veel beweging
spiegelbeeld - precies nadoen wat de ander doet
bevries - meteen stil blijven staan
improvisatie - iets spelen zonder het vooraf helemaal af te spreken
houding - hoe je staat of beweegt
This item has no instructions
Woordenlijst
status - hoe sterk, zeker of onzeker iemand overkomt
hoge status - zelfverzekerd en krachtig overkomen
lage status - klein, verlegen of onzeker overkomen
rol - wie je speelt
gezichtsuitdrukking - wat je gezicht laat zien
samenwerken - iets met anderen doen
succeservaring - merken dat iets lukt en goed voelt
This item has no instructions