Kickstart-les2

Kickstart
1 / 24
next
Slide 1: Slide
TechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Kickstart

Slide 1 - Slide

2. Veilig lassen
Voor het lassen gelden veiligheidsregels.
Bij het lassen werk je altijd volgens deze veiligheidsregels.
In dit hoofdstuk leer je meer over:
1. persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s);
2. elektrische veiligheid;
3. brandveiligheid;
4. ventilatie en afzuiging van de lasrook;
5. gascilinders.

Slide 2 - Slide

wat weten we over veiligheid bij het lassen?

Slide 3 - Mind map

2. Veilig lassen
2.1 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)


Bij het lassen draag je altijd persoonlijke beschermingsmiddelen:      
• lashelm met donkere ruitjes
• beschermende kleding
• veiligheidsschoenen

Ook moet je erop letten dat mensen in je omgeving beschermd zijn.
Bij het lassen draag je altijd een lashelm
Draag een lashelm die goed om je hoofd sluit. Dan adem je ook minder lasrook in.


Slide 4 - Slide

2. Veilig lassen
Waarom draag je een lashelm met donkere ruitjes?
Als je met elektriciteit last, krijg je een heel sterk licht en heel veel warmte.
In het licht dat ontstaat bij het lassen zitten:
• hele felle zichtbare lichtstralen
• onzichtbare ultraviolette (UV) stralen
• onzichtbare infrarode stralen vanuit het smeltbad
Die onzichtbare stralen zijn schadelijk voor je gezondheid. Tegen deze stralen moet je je ogen beschermen. Dat doe je met een helm en lasruitjes. Door de felle lichtstralen kun je niet goed zien wat er precies gebeurt in het smeltbad. En je krijgt er vlekken van voor je ogen. Dat is vervelend maar de onzichtbare stralen zijn veel gevaarlijker. 




Slide 5 - Slide

2. Veilig lassen
• Van de onzichtbare ultraviolette stralen kun je lasogen krijgen. 
Die krijg je al snel. Je hoeft maar heel even in het licht van de lasboog te kijken zonder helm. Je merkt niet gelijk het gevaar. Maar een paar uur later lijkt het net alsof je zand in je ogen hebt.
Dat komt omdat het hoornvlies van je oog verbrand en beschadigd is.
Meestal geneest dat na een paar dagen weer.
• De infrarode stralen zijn nog gevaarlijker.
Daar kun je staar van krijgen. Staar is een oogziekte. Je kunt er blind door worden.
Je moet je ogen dus heel goed tegen deze twee soorten stralen beschermen.
Dat doe je met een helm en met de juiste lasruitjes.
• Het dragen van contactlenzen of bril tijdens het lassen is niet gevaarlijk.



Slide 6 - Slide

2. Veilig lassen
Soorten lasruitjes
• Je kunt een automatische lashelm gebruiken, daar kun je de donkerheid op instellen.
• Of je gebruikt een lashelm met goedgekeurde donkere lasruitjes.
De hoeveelheid licht die een ruitje doorlaat, kun je zien aan een nummer: het shade-nummer. De volgende instellingen zijn mogelijk op een automatische lashelmen. Deze getallen zie je ook staan op goedgekeurde lasruitjes. Indeling naar de hoeveelheid licht die een ruitje doorlaat (het shade-nummer).Extra licht 9 - Licht 10 - Middel 11 - Donker 12 - Extra donker 13             
• Hoe hoger het nummer, hoe dikker en donkerder is het lasruitje. Welk nummer je kiest, hangt af van de lasmethode. Bij MIG-/MAG- en TIG lassen gebruik je meestal de nummers 10, 11 en 12. 
De donkere ruitjes zijn duur. En de automatische ruitjes zijn helemaal duur. Daarom zit er meestal een helder spatruitje voor ter bescherming.




Slide 7 - Slide

2. Veilig lassen
Bij het lassen draag je altijd beschermende kleding.
Je bedekt je gezicht, je handen, armen en hals. En je draagt veiligheidsschoenen of -laarzen.
Lasoveral   
Lasschort 
Lashandschoenen
Laslaarzen

Waarom draag je beschermende kleding?
De stralen zijn schadelijk, niet alleen voor je ogen maar ook voor de rest van je lichaam.
Je kunt er namelijk door verbranden. Dat verbranden lijkt op zonnebrand.
Daarom bedek je je hele gezicht en je handen, armen en hals.







Slide 8 - Slide

2. Veilig lassen
Bij het lassen is het dragen van veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen noodzakelijk.

• Lassen doe je in een werkplaats. Daar liggen zware spullen en werkstukken.
Tijdens het werk kunnen er voorwerpen op je voeten vallen. Ook je laswerk is zwaar. Als dat op je voet valt doet dat zeer. En je kunt ook gewond raken. Dat wil je natuurlijk niet.
• Bovendien glijd je minder snel uit door het antislip-profiel op de zolen.
• Ook beschermen de stalen zolen de voeten je tegen stoten of trappen op scherpe uitsteeksels.
• Tijdens het lassen kunnen lasspatten in je schoen of laars komen. Daarom moeten de schoenen of laarzen makkelijk uit te doen zijn. Een veiligheidsschoen met veters is dan minder handig dan speciale schoenen of laarzen voor het lassen.


Slide 9 - Slide

2. Veilig lassen
2.2 Elektrische veiligheid
 Wat is een veilige elektrische spanning?
Dat is een elektrische spanning die bij aanraking in principe niet tot letsel leidt.
• Gelijkspanning tot 120 volt
• Wisselspanning tot 50 volt
Twee begrippen die hierna gebruikt worden:
• Open spanning: dit is de spanning die bestaat tussen de elektrode en de las (of de aarde) wanneer er niet gelast wordt.
• Lasboog: is de elektronenstroom (elektrische stroom) die bij het lassen ontstaat tussen de elektrode en het werkstuk. Die stroom zorgt voor de warmte en dus het smelten van de materialen.

Slide 10 - Slide

2. Veilig lassen

Andere belangrijke aandachtspunten voor elektrische veiligheid zijn:


• het lastoestel moet goed geaard moet zijn. Dat wil zeggen dat de verbinding 
tussen het lastoestel en de aarddraad van het elektriciteitsnet aangesloten moet zijn. Elektrische stroom volgt altijd de weg van de minste weerstand naar aarde. Die weg kan dwars door een menselijk lichaam lopen, wat kan leiden tot overlijden of ernstig letsel. Een goede aarding zorgt dat de stroom rechtstreeks naar de aarde afgevoerd wordt.
• je moet eerst de spanning uitschakelen (stekker uit het stopcontact halen) als je iets wilt repareren aan je lastoestel.

Slide 11 - Slide

2. Veilig lassen
2.3 Brandveiligheid
Bij het lassen kunnen hoge temperaturen en vonken ontstaan. Dat geeft een risico op brand. Daarom is de brandveiligheid op de werkplek heel belangrijk.
1. Omgeving: Bekijk de plek waar je gaat lassen heel goed. Bestaat het een risico dat er iets in brand kan vliegen?
2. Brandblusmiddelen: Controleer of er blusmiddelen in de buurt zijn.
3. Andere brandbare stoffen: Verwijder eerst alle stoffen die in brand kunnen vliegen of dek ze helemaal af met iets wat niet kan branden. Doe dat tot 40 meter rond de plek waar je gaat lassen
Waarmee moet je blussen, als er toch brand is?
Lasapparatuur waar elektrische spanning op staat, mag je bij brand nooit met water blussen. Blus met poeder of schuim.

Slide 12 - Slide

2. Veilig lassen
2.4 Ventileren en afzuiging: zorgen ervoor dat je veilig kunnen ademen
Bij het lassen ontstaat lasrook. En er kunnen ook onzichtbare gassen ontstaan.
Deze moet je niet inademen. Daarom moet je zorgen voor voldoende frisse lucht. 
En de lasrook en gassen zo dicht mogelijk bij de plek waar je last, afzuigen. 

Ventileren
Door ventileren zorg je voor frisse lucht en kan lucht doorstromen. 
Door te ventileren zorg je dat je minder last krijgt van de lasrook. 
Het zorgt ook dat er voldoende zuurstof in de lucht blijft.

Slide 13 - Slide

2. Veilig lassen
Er zijn 2 vormen van ventilatie:
1. Natuurlijke ventilatie: Natuurlijke ventilatie is het 'door de natuur' bewegen van lucht. 
Zoals: De wind waait of het tocht door openstaande ramen en deuren.
2. Kunstmatige ventilatie: Kunstmatige ventilatie is het bewegen van de lucht door een machine. Dit kan met behulp van een ventilator. Ook een afzuiginstallatie brengt de lucht in beweging.
Afzuiging van lasrook: Ventileren is goed, maar de lasrook afzuigen 
op de lasplaats is beter. Daarom is bronafzuiging het beste. 
Gebruik een afzuiginstallatie om de lasrook meteen bij de lasboog 
weg te zuigen. Er zijn ook speciale helmen met een filter en 
verse lucht toevoer (een overdrukhelm).

Slide 14 - Slide

2. Veilig lassen
2.5 Gascilinders veilig behandelen  

Bij het booglassen gebruik je een beschermgas. 
Dat gas zit onder hoge druk in een stalen cilinders, ook wel gascilinder genoemd. 
Het gas dat je gebruikt bij het MAG- of TIGlassen is niet brandbaar. Toch moet je oppassen. 
En hoe hoger de druk in de gascilinder hoe voorzichtiger je moet zijn.

Slide 15 - Slide

2. Veilig lassen
2.5 Gascilinders veilig behandelen  
Bij het booglassen gebruik je een beschermgas. 
Dat gas zit onder hoge druk in een stalen cilinders, ook wel gascilinder genoemd. 
Het gas dat je gebruikt bij het MAG- of TIGlassen is niet brandbaar. Toch moet je oppassen. 
En hoe hoger de druk in de gascilinder hoe voorzichtiger je moet zijn.
Zo werk je veilig met gascilinders:
• Zet de cilinders goed vast, zodat ze niet kunnen omvallen
• Zorg voor een goed geventileerde ruimte
• Zorg voor een opslagruimte die van onbrandbaar materiaal is gemaakt
• Zet de cilinders niet in de zon

Slide 16 - Slide

2. Veilig lassen
Als je in een werkplaats ook met andere gassen werkt, dan moet de opslagruimte worden verdeeld:
• een deel voor de brandbare gassen
• een deel voor de onbrandbare gassen
Gascilinders moeten tijdens het lassen altijd aan het lasapparaat of aan de muur vastzitten. Gebruik altijd goede drukregelaars en gasstroommeters.

Slide 17 - Slide

 Vragen
Beantwoord de vragen om te controleren of je de theorie goed hebt begrepen.

Veel succes!

Slide 18 - Slide

Welke stralingen zitten in het felle licht bij Booglassen?

Slide 19 - Mind map

Welke persoonlijke beschermingsmiddelen gebruik je bij het Booglassen?

Slide 20 - Mind map

Noem een aantal maatregelen om veilig met gasflessen om te gaan.

Slide 21 - Mind map

2. Veilig lassen
Doe je persoonlijke beschermingsmiddelen aan. Ga ermee op de foto. 
Neem de foto op in je portfolio.

Slide 22 - Slide

Veilig lassen
Vandaag hebben geleerd over hoe we veilig kunnen lassen

Slide 23 - Slide

Verder met de praktijkopdracht.

Waar was je de vorige keer mee bezig?

Slide 24 - Slide