H4§3 deel 2

H4§3 atoombouw
1 / 16
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3,4

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H4§3 atoombouw

Slide 1 - Slide

Deze les
  • Terugblik vorige les
  • Bespreken H4§3 deel 2
  • Aan de slag met opgaven 
  • Afsluiten 

Slide 2 - Slide

Terugblik
  • Atoombouw
  • stoffen -> moleculen -> atomen
  • atomen bestaan uit protonen, neutronen en elektronen
  • Atoomnummer = aantal protonen = aantal neutronen
  • massagetal = aantal protonen + aantal neutronen 

Slide 3 - Slide

Lesdoel
- Je kunt aangeven hoe een atoom opgebouwd is.
- Je kunt het massagetal uitrekenen
- Je kunt met het atoomnummer en het massagetal het aantal deeltjes in een atoom uitrekenen. 
- Je kunt uitleggen wat isotopen zijn
- Je kunt uitleggen wat de relatieve atoommassa is

Slide 4 - Slide

Atoombouw (in woorden)
  • Protonen en neutronen zitten in de kern
  • elektronen zweven in een wolk om de kern heen
  • Elk atoom heeft een verschillende hoeveelheid van deze deeltjes.

Slide 5 - Slide

Atoombouw
  • Eigenschappen:
  • protonen:
  • - positief, zitten in de atoomkern
  • Neutronen
  • - Neutraal, zitten in de atoomkern
  • Elektronen
  • - negatief, zweven om de atoomkern heen

Slide 6 - Slide

Atoombouw
  • In het P.S. staan veel gegevens
  • - het getal achter het symbool is het atoomnummer.
  • Het atoomnummer geeft het totaal aantal protonen en elektronen aan.
  • dus: 
  • Atoomnummer = aantal elektronen = aantal protonen 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Atoombouw
  • In het P.S. staan veel gegevens
  • - het getal onder het symbool is het massagetal.
  • Het massagetal geeft de som van het aantal protonen en neutronen aan
  • dus: 
  • massagetal = aantal protonen + aantal neutronen

Slide 9 - Slide

Atoombouw
  • Wat zijn de deeltjes in zuurstof?
  • atoomnummer is 8, dus 8 protonen en 8 elektronen
  • massagetal is 16, dus :
  • massagetal = aantal protonen + aantal neutronen
  • 16 = 8 + aantal neutronen 
  • 16 - 8 = 8 neutronen 

Slide 10 - Slide

Atoombouw
  • Isotopen 
  • dezelfde atoomsoort, maar een andere massa
  • het is een soort tweeling, maar ze hebben een andere massa.
  • atoommodel is dus niet helemaal juist
  • Hetzelfde aantal protonen en elektronen, ander aantal neutronen

Slide 11 - Slide

Atoombouw
Bereken het aantal neutronen van het isotoop aluminium-28

  • Atoomnummer: 17, (dus 17 protonen en 17 elektronen)
  • Massagetal: 28
  • Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen
  • 28 = 17 + aantal neutronen
  • Aantal neutronen = 28 -17 = 11
  • Dus 11 neutronen in aluminum-28

Slide 12 - Slide

Atoombouw
  • Relatieve atoommassa
  • Van veel atoomsoorten komen meerdere isotopen voor. Er zijn dus verschillende soorten van hetzelfde atoom. 
  • Van Chloor komen isotopen voor Cl-35 en Cl-37, Er komen niet van beide isotopen evenveel voor.
  • Omdat er verschillende isotopen van dezelfde atoomsoort, rekenen we met de relatieve atoommassa, dat is een gemiddelde massa van alle isotopen samen.

Slide 13 - Slide

Atoombouw
Verschil tussen massagetal en relatieve atoommassa:

  • De relatieve atoommassa is een gemiddelde massa van alle isotopen op aarde
  • Het massagetal geeft de massa van het specifieke atoom/isotoop aan en is dus geen gemiddelde 

Slide 14 - Slide

Lesdoel behaald?
- Je kunt aangeven hoe een atoom opgebouwd is.
- Je kunt het massagetal uitrekenen
- Je kunt met het atoomnummer en het massagetal het aantal deeltjes in een atoom uitrekenen. 
- Je kunt uitleggen wat isotopen zijn
- Je kunt uitleggen wat de relatieve atoommassa is

Slide 15 - Slide

Vervolg van de les
Huiswerk volgende les: H4§3 afmaken t/m opgave 90

Slide 16 - Slide