week 7

Veel voorkomende fouten:
1 / 16
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Veel voorkomende fouten:

Slide 1 - Slide

Denk aan het volgende!


 Ieder zelfstandig naamwoord heeft een lidwoord in het Duits. 
Voorbeeld: ik ga naar school- ich besuche die Schule







Slide 2 - Slide

Vervolg:
De brief/ dagen /maanden/ jaargetijden = der  

Mogen(NLD) = dürfen (DU)
Voorbeeld: Mag je mee? Darfst du mit?


Slide 3 - Slide

Vervolg:
 zelfs = sogar maar zelf= selber , selbst

Het werkwoord =gaan= wordt in de Duitse zin vertaald met =werden=
Voorbeeld: ik ga door Europa reizen= ich werde durch Europa reisen

Slide 4 - Slide

Een goed begin van de brief:
1) wie geht es dir?
2) mir geht es gut.
                           3) vielen Dank für deinen Brief.

LET OP: na de aanhef begin je de brief met een kleine letter!!!

Slide 5 - Slide

Oefenen: dass of das
De regel: dass=dat
                            das= dat , het
1) Ich hoffe, ..... du nächstes Mal kommst.

2) Ich denke, ...... ich ...... bei  meinem gesparten Geld lege.

3) Ich habe ..... noch nie erlebt!

Slide 6 - Slide

Regel: Hoe vertaal je =naar=  
=zu=wordt het meest gebruikt. 
=nach= gebruik je na een plaats -of landnaam + richtingen.
=in= bij landnamen met een lidwoord
(die Niederlande, die U.S.A, die Schweiz, die Türkei)
(*) verder bestaan er vaste uitdrukkingen

Slide 7 - Slide

Oefenen met =naar=
1) Ich fahre im Sommer ............U.S.A.
2) Gehst du mit.......Amsterdam.
3) Ich komme bald.......dir!
4) Gehen wir ......die Disko oder .......meinen Freunden?
5) Ich möchte gern mal alleine ........Frankreich.

Slide 8 - Slide

Zinsopbouw
De zinsopbouw is in het Duits bijna hetzelfde als in het Nederlands, behalve als er twee werkwoorden aan het eind van de zin staan.

Dan draai je die twee werkwoorden om. 
De persoonsvorm staat aan het eind van de zin.

Slide 9 - Slide

Oefenzinnen zinsopbouw:
1) Ik hoop ,dat je mee mag....................................................
2) Jammer ,dat je niet kan komen!......................................
3) Ik ben blij met het cadeau dat ik heb gekregen..........
4) Ik leg het bij het geld dat ik heb gespaard...................

Slide 10 - Slide

  1. Ich hoffe, dass du mitkommen darfst.
  2. Schade, dass du nicht kommen kannst!
  3. Ich freue mich über das Geschenk, das ich bekommen habe.
  4. Ich lege es zu dem Geld, das ich gespart habe.

Slide 11 - Slide

Congruentiefout:
Onder congruentiefout verstaan we de ongelijkheid tussen onderwerp en persoonsvorm.
Dit is een van de meest voorkomende fouten in jullie brief

Slide 12 - Slide

Oefenen met congruentiefout:
1) ..weil ich eine neue Stereo- Anlage bekommen.....
2)Ich hoffe dass du das nächste Mal kommen...........
3) Schön, dass meine Freunde ein Bier trinken ..........
4) Danke , dass du mir einen Brief geschickt..............

Slide 13 - Slide

Oefenen met congruentiefout:
  1. ...weil ich eine neue Stereoanlage bekommen habe.
  2. Ich hoffe, dass du das nächste Mal kommen kannst.
  3. Schön, dass meine Freunde ein Bier trinken wollen / trinken werden.
  4. Danke, dass du mir einen Brief geschickt hast.

Slide 14 - Slide

De meest voorkomende fout....
De meeste punten laten leerlingen liggen bij de naamvallen. Dus hier nog een keer het stappenplan!

1) Is het zelfstandig naamwoord m/v/o/mv?
2) Staat er een voorzetsel? Zo niet moeten we ontleden. Zo ja, dan vul je de juiste naamval in.
3) Hoort het in te vullen woord bij de der- of de ein-groep?

Slide 15 - Slide

Oefenzinnen:
1) Ich möchte von mein...gespart....Geld ein....Reise machen.
2) Ich habe ein...gut...Konzert von....dies....Sänger gesehen.
3) Mit mein.....best...Freund möchte ich bei (jou)....zu Besuch kommen.







Slide 16 - Slide