MGV

MGV

Quiz

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconoomBeroepsopleiding

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

MGV

Quiz

  1. Wat wordt er bedoeld met ambivalentie in de context van MGV?

A

Het volledig willen veranderen van gedrag zonder enige twijfel

B

Het ervaren van tegenstrijdige gevoelens over het veranderen van gedrag

C

Het weigeren om in gesprek te gaan over verandering 

D

Het verlangen om anderen te overtuigen om hetzelfde gedrag te veranderen 

  1. Hoe kun je als hulpverlener omgaan met ambivalentie bij een cliënt? 

A

Door de cliënt te dwingen om verandering te accepteren 

B

Door ambivalentie te negeren en door te gaan met het gesprek 

C

Door empathie te tonen, open vragen te stellen en de cliënt te helpen zelf redenen voor verandering te vinden

D

Door de cliënt voortdurend te confronteren met de gevolgen van hun gedrag

  1. Wat is het belangrijkste doel van het gebruik van ORBS in een motivatiegesprek? 

A

De cliënt overtuigen om hun gedrag te veranderen

B

De cliënt het gevoel geven dat ze begrepen worden en hen aanmoedigen om hun eigen redenen voor verandering te ontdekken

C

De cliënt voortdurend in de verdediging zetten om hen te laten inzien dat hun gedrag schadelijk is 

D

Het geven van direct advies over de juiste stappen die de cliënt moet nemen

  1. Welke techniek van ORBS bestaat uit het herhalen of parafraseren van wat de cliënt bedoelt? 

A

Open vragen 

B

Reflecties

C

Bevestigingen

D

Samenvatten

  1. Wat wordt bedoeld met ‘ontlokken’ in het kader van motivatiegesprekken? 

A

Het actief uitdagen van de cliënt om zijn gedrag te rechtvaardigen 

B

Het vragen naar concrete, specifieke voorbeelden van wanneer de cliënt zijn gedrag als problematisch ervaart

C

Het op een subtiele manier leiden van de cliënt naar een verandering in gedrag

D

Het stellen van vragen die een defensieve reactie bij de cliënt oproepen

  1. Welke benadering is het beste wanneer je 'ontlokt' met een cliënt die ambivalent is over verandering? 

A

Advies geven over wat de cliënt moet doen 

B

De cliënt helpen om de voor- en nadelen van hun gedrag in kaart te brengen

C

De cliënt confronteren met feiten over nadelen van gedrag

D

De cliënt bevragen op waarom ze geen verandering willen.

  1. Wat is het verschil tussen verander- en behoudtaal in motivatiegesprekken? 

A

Verandertaal is het gebruik van taal die de cliënt helpt om hun huidige gedrag te rechtvaardigen, terwijl behoudtaal hen aanzet om te veranderen 

B

Verandertaal ondersteunt de cliënt om verandering te omarmen, terwijl behoudtaal de cliënt aanmoedigt om vast te houden aan hun huidige gedrag 

C

Verandertaal is altijd positief, terwijl behoudtaal negatief is

D

Behoudtaal is meer gericht op de cliënt's verleden, terwijl verandertaal gericht is op de toekomst 

  1. Hoe kun je verander- en behoudtaal in een gesprek herkennen? 

A

Verandertaal bevat woorden als 'ik zou willen stoppen', terwijl behoudtaal woorden bevat als 'het is te moeilijk om te stoppen'. 

B

Verandertaal heeft altijd positieve woorden, terwijl behoudtaal altijd negatief is

C

Verandertaal komt alleen voor in het begin van het gesprek, behoudtaal komt aan het einde

D

Verandertaal komt voor wanneer de cliënt praat over hun verleden, behoudtaal komt in de toekomst

  1. Wat wordt bedoeld met de reparatiereflex in motivatiegesprekken? 

A

Het impulsiematig willen corrigeren van een cliënt, vaak om hun gedrag of gedachten te veranderen

B

Het empathisch reageren op de emoties van de cliënt, zonder hen te onderbreken

C

Het stilhouden van de cliënt zodat ze zelf de oplossing kunnen bedenken

D

Het direct aandringen op een oplossing voor de problemen van de cliënt

  1. Welke van de volgende technieken gebruik je om ambivalentie te verminderen en verandertaal te stimuleren? 

A

Aansporen om sneller beslissingen te nemen 

B

Het geven van harde kritiek op het gedrag van de cliënt 

C

Het stellen van open vragen en reflecteren op wat de cliënt zegt

D

De cliënt confronteren met de gevolgen van zijn of haar gedrag

  1. Waarom is het belangrijk om de reparatiereflex te vermijden tijdens een motivatiegesprek? 

A

Omdat het gesprek te lang kan duren 

B

Omdat het alleen de gedachten van de hulpverlener versterkt 

C

Omdat het de cliënt kan demotiveren en het gesprek kan verstoren

D

Omdat de cliënt altijd precies weet wat goed voor hem of haar is

Wat zou je graag nog willen behandelen?