Mens en zorg hoofdstuk 8

Mens en zorg.
Verschillende wonden en ander letsel.

1 / 39
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 8 videos.

Items in this lesson

Mens en zorg.
Verschillende wonden en ander letsel.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doelen:
De leerling weet welke verschillende soorten wonden en letsels zijn.
De leerling weet welke eerste hulp je bij de wonden en letsel toepast.
De leerling weet wat het verschil is tussen verslikken en verstikken en welke hulp je toepast.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Opdracht:
Pen pakken en op je tafel leggen.
Laptop dicht op je tafel leggen.
Zonder te praten op je zitplaats wachten totdat de docent begint!!

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Video

This item has no instructions

Slide 5 - Video

This item has no instructions

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Slide 7 - Video

This item has no instructions

Slide 8 - Video

This item has no instructions

Praktijk oefenen blz. 101 t/m 106:
Ademhaling controleren.
Stabiele zijligging.
Snelverband.
Zwachtelen enkel.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Controle overig letsel:
Er ligt iemand op de straat.
Welke 5 punten zijn belangrijk bij het  verlenen van de eerste hulp (blz. 248)?
Welke 2 vragen zijn belangrijk?

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Verschillende wonden:
Kleine wonden: bijv. schaafwond.
Grote wonden: bijv. diepe snijwond.
Brandwonden.
Wanneer professionele hulp nodig?

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Brandwonden:
Eerstegraads.
Tweedegraads.
Derdegraads.
Wanneer professionele hulp nodig?

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Eerste hulp:
Kleine wond, splinter, grote wond en bij brandwond.


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Andere letsels:
Bloedneus.
Insectenbeet.
Kneuzing voet.


Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Verslikken:
Eten komt in de luchtpijp.
Ouderen: door minder kracht in spieren waardoor kauwen langzamer en moeilijker gaat/ gebitsproblemen.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Hulp bij verslikken:
Slachtoffer laten hoesten en evt. laten braken.
Controleren of de luchtweg vrij is en het slachtoffer weer kan ademen.
.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Verstikken:
Luchtpijp belemmerd, het slacht.
Het slachtoffer kan niet meer hoesten en raakt buiten bewustzijn.
Slachtoffer is benauwd.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Hulp bij verstikken:
Heimlich-greep.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Video

This item has no instructions

Hulp bij verstikken:
Als na de heimlich-greep de luchtweg nog steeds belemmerd is, 112 bellen.



Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Opdracht:
Lezen blz. 261-277. Maken: opdracht 8.02, 8.03, 8.05, 8.07, 8.08, 8.09 (geen afbeelding), 8.10, 8.12 en 8.14 (blz. 263 t/m 277).

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Tijdens de opdracht:
Stabiele zijligging, ademhaling controleren.
Daarna zwachtel, snelverband.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

1. Verplaats het slachtoffer bij gevaar
2. controleer het bewustzijn
3. let op gevaar
4. Controleer de ademhaling
5. handel bij levensbedreigend letsel en ziekte
A
1 - 2 - 3 - 5 - 4
B
3 - 1 - 2 - 4 - 5
C
3 - 4 - 2 - 1 - 5
D
1 - 3 - 2 - 4 - 5

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Bij EHBO zijn er 4 regels waaraan je je moet houden. Wat is geen regel van de EHBO?
A
Let op gevaar
B
Zorg voor deskundige hulp
C
Versleep het slachtoffer van de plaats waar hij ligt of zit.
D
Stel het slachtoffer gerust en zorg voor beschutting.

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Welke handeling doe je bij iemand die bewusteloos is?
A
Greep van Heimlich
B
Stabiele zijligging
C
Greep van rautek
D
Reanimeren

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Iemand heeft een grote bloedende wond waar een voorwerp uitsteekt. Wat moet de EHBO’er doen?
A
Het voorwerp eruit halen en dan de wond dichtdrukken.
B
Het voorwerp laten zitten en daaromheen drukken, direct op de wond.
C
Het voorwerp eruit halen en dan de wond verbinden.
D
Op het voorwerp drukken en iemand anders vragen om op de huid rondom de wond te duwen.

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Wat is dit voor wond?
A
Snijwond
B
Brandwond
C
Schaafwond
D
Schuifwond

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Mark is met de fiets gevallen op de grond. Hij heeft een schaafwond. Wat moet je eerst doen?
A
een pleister op de wond plakken
B
De wond onder lauw stromend water houden
C
Jodium/dettol/... erop doen
D
Een verband er omheen

Slide 30 - Quiz

Altijd eerst de wond schoon spoelen. Daarna maak je de omgeving van de wond voorzichtig droog en als het nodig is, dan kan er een verbande op met een gaas eronder zodat het niet vast plakt. Het is beter om de wond aan de lucht te laten drogen. Let erop dat je werkt met handschoenen i.v.m. infecties.

Is deze brandwond
A
1e graads
B
2e graads
C
3e graads
D
1e graads en 2de graads

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer gebruik je de
greep van Heimlich?
A
als iemand zuurstof nodig heeft
B
als iemand stikt
C
als iemand zich verslikt
D
als iemand buikpijn heeft

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een complicatie van verslikken?
A
Slijmproductie
B
ontstoken tong
C
longontsteking
D
verschuiving longvliezen

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurt er bij verslikken?
A
Er komt voedsel in de luchtpijp
B
Er komt lucht in de slokdarm
C
De huig sluit niet op tijd
D
Er komt maagzuur omhoog

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Iemand krijgt een tetanus injectie.
Wat is tetanus?
A
Een virus die je kan oplopen door een verkoudheid.
B
Een bacterie die je kan oplopen door straatvuil.
C
Een bacterie die je kan oplopen door bloedcontact.
D
Een virus die je kan oplopen door een bacterie in een wond.

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Een tetanusvaccin is ................ opgenomen in het Nederlandse rijksvaccinatieprogramma
A
wel
B
niet

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Wat is er fout?
Als iemand een bloedneus heeft dan...
A
laat je hem zitten in schrijfhouding
B
knijp je zijn neus 10 minuten dicht onder het tussenschot
C
als het bloeden stopt laat je hem zachtjes snuiten
D
moet je hem eerst gerust stellen

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel minuten moet je gelijk koelen bij een brandwond?
A
5
B
15
C
10
D
1

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Afsluiting:
Lesevaluatie.
Vooruitblik volgende les.
Huiswerk.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions