Introductie beeldende vorming klas 3
periode 1 en 2
Introductie beeldende vorming klas 3
periode 1 en 2
This item has no instructions
Wat gebeurt er in deze afbeelding?
Waaraan zie je dat?
Wat kunnen we nog meer ontdekken?
VTS = Visual Thinking Strategies
Goed kijken
Zelf nadenken
Vertellen wat jij ziet
Luisteren naar anderen
Uitleggen waaraan je iets ziet
Dit gaan we iedere les doen!
Kunst heeft niet altijd één juist antwoord heeft. Het gaat er niet om dat je al veel van kunst weet. Je leert kijken, onder woorden brengen wat je denkt en luisteren naar wat iemand anders ontdekt.
This item has no instructions
Wat vind jij van beeldende vorming?
This item has no instructions
Waarom zou een vak als Beeldende Vorming op school belangrijk zijn?
goed te kijken • creatief te denken • oplossingen te bedenken • keuzes te maken • door te zetten • je ideeën zichtbaar te maken
Soms lukt iets niet meteen. Ook dat hoort juist bij dit vak. Dan probeer je iets anders, verbeter je iets of begin je opnieuw.
Afspraken in het lokaal
We gaan in dit lokaal vooral lekker creatief aan het werk. Daar hoort ook een stukje vrijheid en eigen verantwoordelijkheid bij. Daarom maken we een paar duidelijke afspraken.
Telefoons
Tijdens het zelfstandig werken mag je muziek luisteren en je telefoon gebruiken om inspiratie of afbeeldingen op te zoeken.
Je telefoon mag je niet afleiden van je werk of de les verstoren.
We maken geen foto's of filmpjes van elkaar.
Merk ik dat je telefoon het werken in de weg zit, dan leg je hem op mijn tafel.
Het lokaal verlaten
We blijven tijdens de les in het lokaal en lopen niet zomaar weg.
Naar het toilet of de kantine ga je tijdens de leswissel. Zorg wel dat je op tijd terug bent voor de les begint.
Eten en drinken
Iets drinken tijdens het zelfstandig werken is prima.
We letten er natuurlijk op dat ons werk en de materialen schoon blijven.
Materialen en opruimen
We gaan zorgvuldig om met alle materialen en ruimen alles na gebruik netjes op.
Als spullen niet goed worden opgeruimd, kunnen ze kwijtraken. Dan kunnen anderen er ook niet meer mee werken.
We zijn samen verantwoordelijk voor een prettig en opgeruimd lokaal.
De dummy
Je dummy blijft op school, zodat je hem iedere les bij de hand hebt en hij niet kwijtraakt.
We gaan er zorgvuldig mee om, want hierin bewaar je straks al je ideeën, schetsen en onderzoeken.
Belangrijk: Ik geef jullie graag de ruimte om zelfstandig en op je eigen manier te werken. Zolang iedereen daar verantwoordelijk mee omgaat, kunnen we er samen fijne, creatieve lessen van maken!
Heb je vragen over het vak, lokaal, mij?
This item has no instructions
Wat heb je tot nu toe aan beeldende vorming gedaan?
Dit schooljaar? Helemaal niks
We hebben een les gehad van dhr. van Duijneveldt, maar verder helemaal niks
We hebben een les gehad van dhr. van Duijneveldt, ik heb iets gedaan aan de linosnede
We hebben een les gehad van dhr. van Duijneveldt, ik ben met fotografie aan de slag gegaan
We hebben een les gehad van dhr. van Duijneveldt en ik denk dat ik net zo ver ben als andere 3e klassers
This item has no instructions
Periode 1 + Periode 2
Dit gaan we de komende weken doen:
Fotografie - anders leren kijken
Ontdek bijzondere beelden in en rond de school.
Fotografeer gezichten in voorwerpen, natuur en een onderwerp naar keuze.
Selecteer je beste foto's en verwerk ze in je dummy.
Architectuur – ontwerp je eigen gevel
Ontdek hoe gebouwen zijn opgebouwd.
Onderzoek vormen, ritme, herhaling en compositie.
Ontwerp je eigen bijzondere gevel, die je in periode 3 gaat uitvoeren.
Bij fotografie kun je aangeven dat jullie eerst bekijken wat al gedaan is en wat nog moet worden afgerond. Bij architectuur leg je uit dat periode 2 draait om onderzoeken en ontwerpen; de uitvoering volgt pas in periode 3.
Wat maakt een foto bijzonder?
Wat maakt een foto volgens jou interessant om naar te kijken?
Laat leerlingen reageren en bespreek vervolgens:
Standpunt: vanaf welke plek fotografeer je?
Kader: wat laat je wel en niet zien?
Compositie: hoe verdeel je alles binnen je foto?
Aandachtspunt: waar kijkt de kijker als eerste naar?
Wat moet je maken?
Voor periode 1 lever je het volgende in:
Drie zelfgemaakte foto's: één per onderwerp.
Minimaal één schets per onderwerp.
Je beste foto's en schetsen netjes verwerkt in je dummy.
Een bijgehouden logboek.
Een korte reflectie op je werk.
De linosnede vervalt vanwege de beperkte lestijd.
Je krijgt tot week 47 om je fotografieopdracht af te ronden.
De oorspronkelijke opdracht bestond uit fotografie én linosnede. Omdat we niet voldoende tijd hebben om beide goed uit te voeren, schrappen we de lino. We gaan ons richten op de fotografie.
De opdracht wordt daardoor kleiner, maar ik verwacht nog steeds dat jullie zorgvuldig werken. Het gaat niet alleen om drie foto's maken, maar vooral om bewust kijken, keuzes maken en laten zien hoe je tot je resultaat bent gekomen.
Periode 1 lever je in week 47 in. Ondertussen werken we ook al aan periode 2.
Opdracht 1: Portretten in voorwerpen
Zie jij ook weleens gezichten in voorwerpen?
Ga in en rond de school op zoek naar voorwerpen waarin je een gezicht herkent.
Let op:
Is het gezicht duidelijk herkenbaar?
Welk standpunt werkt het beste?
Wat laat je wel en niet op de foto zien?
Maak meerdere foto's en kies uiteindelijk de beste!
Dit verschijnsel heet pareidolie: onze hersenen herkennen bekende vormen, zoals gezichten, in dingen die eigenlijk geen gezicht hebben.
Laat leerlingen voorbeelden noemen. Denk aan een stopcontact, een auto of een tas met twee knopen en een rits.
Benadruk dat ze zelf op zoek moeten gaan naar een interessant beeld. Een foto van een bestaand plaatje van een gezicht is dus niet de bedoeling.
Het standpunt is belangrijk: soms zie je het gezicht alleen wanneer je van boven, onder of opzij kijkt.
Opdracht 2: Natuur
Natuur vind je overal, ook op onverwachte plekken!
Ga op zoek naar bijzondere stukjes natuur in en rond de school.
Denk aan:
Een plantje tussen de tegels.
Bijzondere vormen of structuren.
Het contrast tussen natuur en gebouwen.
Probeer met je foto iets te laten zien waar anderen misschien aan voorbijlopen.
Het hoeft geen mooie bloem of grote boom te zijn. Juist kleine details kunnen interessant zijn.
Laat ze nadenken over contrast: een klein plantje tussen beton kan veel opvallender zijn dan een foto van een hele boom.
Ook hier geldt: let op je kader en standpunt. Ga bijvoorbeeld eens door je knieën of maak een close-up.
Opdracht 3: Vrije keuze
Nu mag je zelf kiezen!
Fotografeer iets wat jij bijzonder, interessant of mooi vindt.
Dat mag een mens, dier of voorwerp zijn.
Denk aan:
Een bijzonder standpunt.
Een verrassende uitsnede.
Licht en schaduw.
Een interessante compositie.
Laat zien hoe jij naar de wereld kijkt!
Bij deze categorie is de keuze helemaal vrij, maar dat betekent niet dat zomaar iedere foto goed is.
Ik wil dat leerlingen bewust nadenken over hun onderwerp en hoe ze dat in beeld brengen.
Vraag bijvoorbeeld: wat maakt jouw foto anders dan een gewone vakantiefoto of een snelle snapshot?
Van foto naar schets
Kijk goed naar je eigen foto's!
Selecteer per onderwerp je beste foto.
Maak van ieder onderwerp minimaal één schets op A5-formaat.
Je mag onderdelen uit je foto's combineren of vereenvoudigen.
Werk je schetsen uit in je dummy.
Het gaat om goed kijken en onderzoeken, niet om perfect natekenen.
In de oorspronkelijke opdracht waren de schetsen bedoeld als voorbereiding op de lino. Nu gebruiken we ze om te laten zien hoe leerlingen een foto kunnen vertalen naar een tekening.
Ik verwacht minimaal drie schetsen, één per onderwerp.
Ze hoeven niet ieder detail over te nemen. Ze mogen zich richten op de belangrijkste vormen, lijnen en compositie.
Je dummy en reflectie
Laat zien hoe jij hebt gewerkt!
In je dummy staan:
Je drie beste foto's.
Je schetsen van de drie onderwerpen.
Je logboek.
Je reflectie op de opdracht.
Zorg dat alles compleet, netjes en overzichtelijk is.
Inleveren: week 47!
De dummy is geen verzameling losse blaadjes. Ik wil het proces kunnen volgen: wat hebben leerlingen onderzocht, welke keuzes hebben ze gemaakt en wat is het resultaat?
Herinner ze eraan dat ze hun foto's moeten afdrukken en inplakken. Het logboek bestaat uit wat ze gedaan hebben, de datum en de tijd.
Daarnaast krijgen ze reflectievragen om in te vullen
Beoordeling periode 1
Omdat de lino vervalt, is de beoordeling aangepast.
Het belangrijkste onderdeel is de fotografie. Daarbij kijk ik niet alleen of de drie onderwerpen aanwezig zijn, maar ook naar de kwaliteit van de foto's: compositie, standpunt, kader en creativiteit.
Daarnaast beoordeel ik hoe er gewerkt is, de schetsen en de volledigheid van de dummy.
Leerlingen die al aan de lino hebben gewerkt, hoeven deze niet af te maken. Het is geen verplicht onderdeel van de beoordeling.
Architectuur: Ontwerp je eigen gevel
We zien iedere dag gebouwen om ons heen. Maar hoe vaak kijken we écht?
Een gevel is de buitenkant van een gebouw.
In deze opdracht ga je:
Onderzoeken hoe gevels zijn opgebouwd.
Ontdekken hoe architecten vorm, ritme, herhaling en compositie gebruiken.
Experimenteren met verschillende ontwerpen.
Je eigen bijzondere gevel ontwerpen.
Periode 2: onderzoeken en ontwerpen. Periode 3: uitvoeren!
Vertel dat we deze periode met architectuur aan de slag gaan. Iedereen ziet dagelijks gebouwen, maar meestal kijken we niet bewust naar de vormgeving.
Vraag: Wie heeft er weleens echt naar de gevel van een gebouw gekeken? Wat viel je toen op?
Leg uit dat leerlingen geen compleet gebouw gaan ontwerpen, maar de voorkant ervan: de gevel. Het gaat om beeldende vormgeving, niet om een technisch bouwplan.
We gaan in periode 2 onderzoeken, schetsen en ontwerpen. In periode 3 gaan we het definitieve ontwerp uitvoeren.
Begin met open kijken, zoals bij VTS. Geef leerlingen de ruimte om zelf dingen te ontdekken.
Stel daarna gerichte vragen:
Welke vormen herken je?
Wat valt je op aan de ramen en deuren?
Welke onderdelen komen steeds terug?
Is de gevel symmetrisch?
Waar kijkt je oog als eerste naar?
Vorm, ritme, herhaling en compositie
Vorm
Rond, vierkant, rechthoekig of bijzonder?
Herhaling
Welke onderdelen komen steeds terug?
Ritme
Hoe ontstaat een patroon door herhaling en afwisseling?
Compositie
Hoe zijn alle onderdelen verdeeld?
Loop de vier begrippen kort langs en gebruik de afbeeldingen als voorbeelden.
Benadruk vooral het verschil tussen herhaling en ritme. Herhaling betekent dat iets terugkomt. Door de manier waarop vormen terugkomen of worden afgewisseld, kan een ritme ontstaan.
Bij compositie gaat het om de totale verdeling van de onderdelen. Een gevel hoeft niet symmetrisch te zijn om een goede compositie te hebben.
Deze vier begrippen vormen de basis voor hun onderzoek én hun eigen ontwerp.
Onderzoek bestaande gevels
Voordat je zelf gaat ontwerpen, ga je eerst kijken!
Zoek of fotografeer minimaal drie verschillende gevels die jij interessant vindt.
Plak de afbeeldingen in je dummy.
Schrijf of teken erbij wat jou opvalt.
Let op:
Vorm – Ritme – Herhaling – Compositie
Wat maakt deze gevels bijzonder?
Leg uit dat leerlingen zelf mogen kiezen welke gebouwen ze onderzoeken. Dat kunnen gebouwen op Curaçao zijn, maar ook ergens anders ter wereld.
Het gaat niet alleen om drie mooie plaatjes verzamelen. Ik wil dat ze bewust kijken en kunnen uitleggen waarom ze deze gevels interessant vinden.
Vraag bijvoorbeeld: Wat maakt deze gevel anders dan een gewone gevel? Welke vormen of patronen zou je zelf willen gebruiken?
Dit onderzoek vormt de basis voor hun eigen ontwerp.
Inspiratie opdoen bij IBB
In week 44 bezoeken we Instituto Buena Bista (IBB)!
Tijdens ons bezoek gaan we op zoek naar inspiratie voor onze architectuuropdracht.
Let op:
Bijzondere vormen en patronen.
Materialen en kleuren.
Ritme en herhaling.
Interessante details.
Kunst kan je op ideeën brengen voor je eigen gevelontwerp!
Vertel kort dat IBB een plek is waar jonge kunstenaars worden opgeleid en waar kunst wordt gemaakt.
We gaan niet alleen kijken naar de kunstwerken, maar ook naar de omgeving en de manier waarop dingen zijn vormgegeven.
Benadruk dat inspiratie niet letterlijk uit een gevel hoeft te komen. Een patroon, materiaal, vorm of kunstwerk kan ook het uitgangspunt zijn voor een ontwerp.
Het bezoek vindt in week 44 plaats, op donderdag of vrijdag na de pauze. De praktische afspraken volgen op school.
Inspiratie opdoen bij IBB
Kijk met de ogen van een ontwerper!
Zoek tijdens het bezoek minimaal drie dingen die jou inspireren.
Maak foto's (als dat is toegestaan), schetsen of aantekeningen.
Verwerk je inspiratiebronnen na het bezoek in je dummy.
Beantwoord bij iedere inspiratiebron:
Wat heb je gezien?
Wat vind je hier interessant aan?
Hoe zou je dit kunnen gebruiken in je eigen gevelontwerp?
Leg uit dat leerlingen tijdens het bezoek actief moeten kijken en niet alleen rondlopen.
Ik verwacht dat iedereen na afloop drie inspiratiebronnen heeft verzameld. Dat mogen foto's zijn, maar ook schetsen of korte aantekeningen.
Bespreek vooraf de gedragsafspraken: respect voor kunstenaars en kunstwerken, luisteren naar de begeleiding, bij de groep blijven en alleen fotograferen als dat is toegestaan.
Het onderzoek van IBB telt mee bij de beoordeling van periode 2.
Stap 2: Onderzoek door te tekenen
Ontdek uit welke vormen een gevel is opgebouwd!
Kies twee gevels uit je onderzoek.
Maak van iedere gevel een schets in je dummy.
Kijk naar de grote vormen, ramen en deuren.
Let op horizontale en verticale lijnen.
Onderzoek symmetrie, ritme en herhaling.
Vereenvoudig de gevel: je hoeft niet ieder detail na te tekenen!
Leg uit dat leerlingen nu een stap verder gaan dan alleen kijken.
Door een gevel na te tekenen ontdekken ze hoe die is opgebouwd. Ze moeten vooral de grote vormen en de onderlinge verhoudingen onderzoeken.
Laat eventueel een voorbeeld zien van een gedetailleerde gevel die is teruggebracht tot eenvoudige geometrische vormen.
Het hoeft geen perfecte bouwkundige tekening te worden. Het gaat om beeldend onderzoek.
Stap 3: Variëren en experimenteren
Nu mag je de werkelijkheid loslaten!
Maak minimaal vier verschillende schetsen voor een eigen gevel.
Experimenteer met:
Grote en kleine ramen.
Ronde en rechte vormen.
Symmetrie en asymmetrie.
Ritme en herhaling.
Let op: vier bijna dezelfde gevels zijn geen vier verschillende ideeën!
Dit is de fase waarin leerlingen echt moeten gaan experimenteren.
Ik wil niet dat ze meteen hun eerste idee uitwerken. Ze moeten verschillende mogelijkheden onderzoeken.
Leg uit dat de schetsen klein en snel mogen zijn. Het gaat nu om ideeën, niet om een perfecte afwerking.
Stimuleer ze om te overdrijven: hele grote ramen, juist heel smalle ramen, een bijzondere buitenvorm of een onverwachte compositie.
Stap 4: Ontwerp je eigen gevel
Combineer je beste ideeën tot een eigen ontwerp!
Bekijk je onderzoek en schetsen.
Kies de ideeën die jij het sterkst vindt.
Maak een eerste ontwerp in je dummy.
Denk aan vorm, compositie, ritme en herhaling.
Je gevel hoeft niet echt te bestaan, maar moet wel herkenbaar blijven als gevel.
Laat leerlingen terugkijken naar hun onderzoek. Welke vormen, patronen of composities vinden ze interessant?
Ze mogen onderdelen combineren, vergroten, verkleinen of veranderen.
Stap 5: Het definitieve ontwerp
Van schets naar definitief ontwerp!
Werk je beste idee groter en nauwkeuriger uit.
Let op:
De buitenvorm van je gebouw.
Ramen, deuren en verhoudingen.
Ritme, herhaling en details.
Een duidelijke en verzorgde uitwerking.
Dit ontwerp wordt jouw bouwplan voor periode 3!
Leg uit dat dit het eindresultaat is van periode 2.
Het definitieve ontwerp moet zo duidelijk zijn dat leerlingen er in periode 3 meteen mee verder kunnen.
Ik verwacht daarom een verzorgde tekening waarin de belangrijkste vormen, verhoudingen en details goed zichtbaar zijn.
Het hoeft nog niet uitgevoerd te worden. Dat doen we pas in de volgende periode.
Beoordeling periode 2: Ontwerp architectuur
Benadruk dat niet alleen het eindontwerp wordt beoordeeld, maar het hele proces.
Ik wil zien dat leerlingen onderzoek hebben gedaan, verschillende mogelijkheden hebben uitgeprobeerd en bewust keuzes hebben gemaakt.
Ook het bezoek aan IBB hoort bij het onderzoek en moet in de dummy verwerkt worden.
Leg uit dat we beide opdrachten parallel uitvoeren, net als in klas 1 en 2.
Fotografie moet in week 47 af zijn. Architectuur loopt door tot week 49.
We hebben niet heel veel lessen, dus leerlingen moeten tijdens de lessen goed doorwerken en hun huiswerk op tijd doen.
In week 44 bezoeken we IBB. Zorg dat leerlingen vóór het bezoek weten waar ze op moeten letten.
Wat gaan we deze week doen?
Aan de slag!
Deze week:
We bekijken hoever iedereen is met fotografie.
We maken afspraken over wat nog af moet.
We starten met ons gevelonderzoek.
Huiswerk voor week 44
Foto met gezichten af
Zoek minimaal drie interessante gevels voor periode 2.
Volgende week: bezoek aan IBB!
Controleer bij het rondlopen de voortgang van fotografie. Wie heeft al foto's gemaakt? Wie moet nog beginnen? Zijn er leerlingen die al aan de lino hebben gewerkt?
Laat leerlingen vervolgens starten met het verzamelen van gevels. Als ze al foto's hebben, kunnen ze ook verder werken aan hun dummy.
Herinner ze aan het huiswerk en vertel dat we volgende week het bezoek aan IBB voorbereiden.