lengtematen omrekenen

Lengtematen omrekenen
1 / 50
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Lengtematen omrekenen

Slide 1 - Slide


Slide 2 - Slide

Welke lengte eenheid is het kleinst?
A
millimeter
B
hectometer
C
centimeter
D
decimeter

Slide 3 - Quiz

Welke lengte eenheid is het grootst?
A
centimeter
B
millimeter
C
decameter
D
decimeter

Slide 4 - Quiz

Hoeveel centimeter is 0,005 kilometer?
A
0.5
B
50
C
500
D
5000

Slide 5 - Quiz

Hoeveel millimeter gaan er in een centimeter.
A
10
B
100
C
0,1
D
1000

Slide 6 - Quiz

Wat betekent de afkorting 'hm'?
A
hectometer
B
hele meter
C
H&M
D
kilometer

Slide 7 - Quiz

Welke lengte eenheid is het kleinst?
A
decameter
B
decimeter
C
millimeter
D
hectometer

Slide 8 - Quiz

Zet de eenheden van lengte op de goede volgorde.

Slide 9 - Drag question

decameter en decimeter zijn eenheden van...
A
tijd
B
lengte
C
snelheid
D
gewicht

Slide 10 - Quiz

Wat betekent de afkorting 'dam'
A
dal
B
hectare
C
deciliter
D
decameter

Slide 11 - Quiz

Hoeveel meter is 44 centimeter.
A
440 m
B
4,4 m
C
0,44 m
D
44 m

Slide 12 - Quiz

Dm is de afkorting van
A
Decumeter
B
Decometer
C
Decimeter
D
Decameter

Slide 13 - Quiz

Hoe noem je dit paaltje?

Slide 14 - Slide

Welke lengte eenheden missen in dit rijtje?
km - ... - dam - m - dm - ... - mm
A
hm - dm
B
cm - mm
C
hm - cm
D
hm - mm

Slide 15 - Quiz

Hoeveel cm is 0,33 dam?
A
0.033
B
0.0033
C
33
D
330

Slide 16 - Quiz

De hardlopers lopen 1 kilometer. Hoeveel meter is dat?
A
1 meter
B
10 meter
C
100 meter
D
1000 meter

Slide 17 - Quiz

De hardlopers nemen na elke hectometer een slok drinken. Hoeveel meter is dat?
A
1 meter
B
10 meter
C
100 meter
D
1000 meter

Slide 18 - Quiz

Een voetbalveld is 100 meter lang.
Dat is 1 hectometer.
De afkorting voor hectometer is...
A
cm
B
hm
C
dm
D
mm

Slide 19 - Quiz



Mijn opa gaat een stuk wandelen.
Hij rust na elke decameter uit. Hoeveel meter is dat?

Slide 20 - Open question

Reken om:
25 m = ........ cm
A
2,5
B
250
C
2500
D
0,25

Slide 21 - Quiz

25 cm = .... m
A
2,5
B
250
C
2500
D
0,25

Slide 22 - Quiz

20 mm = .... dm

Slide 23 - Open question

5 m = .... hm

Slide 24 - Open question

17 hm = .... km

Slide 25 - Open question

3,2 dm = 32 ....

Slide 26 - Open question

5 hm = ..... m

Slide 27 - Open question

50 dm = .... dam

Slide 28 - Open question

17 m = ..... km

Slide 29 - Open question

Wat is de passende lengtemaat ?

Slide 30 - Slide

Hoe lang is de deur

Slide 31 - Slide


Welke lengtemaat past bij de deur?
A
2 meter (m)
B
20 decimeter (dm)
C
200 centimeter (cm)
D
200 millimeter (mm)

Slide 32 - Quiz

Welke lengtemaat past bij dit bord?
A
meter (m)
B
centimeter (cm)
C
decimeter (dm)
D
kilometer (km)

Slide 33 - Quiz

de teddybeer is ongeveer 20 .....?
A
mm
B
cm
C
dm
D
m

Slide 34 - Quiz

de telefoon is ongeveer 1 .....?
A
mm
B
cm
C
dm
D
m

Slide 35 - Quiz

Welke maateenheid kies jij?
A
cm
B
m
C
km

Slide 36 - Quiz

Deze schaar is 15 ... lang
A
cm
B
m
C
km

Slide 37 - Quiz

De betekenis van de kommagetallen in de context van meters


Slide 38 - Slide

stappenplan
van centimeters naar kommagetal
voorbeeld 123 cm dat is :
1 m
2 dm
3 cm
1. Voor de komma staan de meters.

2. na de komma staan de decimeters en centimeters.

3. Zet het in het schema en schrijf het goede antwoord op.
1
2
3

Slide 39 - Slide

Schrijf 327 cm op als kommagetal

Slide 40 - Slide

hoe lang ben je
Ik ga de lengte van iemand meten.


H
T
E
M
DM
CM

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Let goed op!
…. cm  of
.. meter en .. cm of
  .. m ..
.,.. meter

Slide 43 - Slide

Let goed op!
Dit meisje is  is 135 cm

Slide 44 - Slide

Let goed op!

  • Waarom staat de 0 vooraan?
  • Is dit blaadje kleiner dan een meter?
  • Nu zijn er 0 hele meters en 75 centimeters .



Deze plank is 75 cm

Slide 45 - Slide

Slide 46 - Slide

Let goed op!
Deze plank is
1 meter en 7 centimeter

Slide 47 - Slide

Let goed op!
Waarom staat er een 0 voor het getal?
Deze duikplank is
10 meter en 12 centimeter

Slide 48 - Slide

schrijf op als kommagetal
Leg aan elkaar uit hoe je dit hebt uitgerekend.

Slide 49 - Slide


TOP GEWERKT!
Hoe denk je dat je de stof nu begrijpt?

A
HEEL GOED
B
GOED
C
REDELIJK
D
NIET GOED

Slide 50 - Quiz