haben, sein und modalverben im Imperfekt ( verleden tijd)

Perfekt und Imperfekt
Macht das Buch auf: Seite 21
1 / 17
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Perfekt und Imperfekt
Macht das Buch auf: Seite 21

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

D Perfekt (voltooide tijd)
ik heb gehad -  ich habe gehabt
Zwakke werkwoorden: geen klinkerverandering in de verleden tijd.

Slide 3 - Slide

Perfekt (voltooide tijd): 
haben/ sein + hij-vorm (of stam + (e)t

Slide 4 - Slide

Perfekt (voltooide tijd)
haben/ sein +
ge-  stam, moet je uit je hoofd leren - en 
Maar als je vooruit komt: Ik heb gesurft. – Ich bin gesurft.                    Hij heeft gereden. – Er ist gefahren.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Wo finde ich die Formen des Imperfekts? 
Im Rosa Heft, auf Seite 46

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Noteer in het Duits: ik had

Slide 9 - Open question

Noteer in het Duits: ik was

Slide 10 - Open question

Noteer in het Duits: jullie waren

Slide 11 - Open question

Noteer in het Duits: zij konden

Slide 12 - Open question

Noteer in het Duits: wij moesten

Slide 13 - Open question

Noteer in het Duits: u kon

Slide 14 - Open question

Noteer in het Duits: zij hield van/lustte

Slide 15 - Open question

Noteer in het Duits: jij moest
( noodzaak)

Slide 16 - Open question

Slide 17 - Slide