A2D P1 les 8 - CBZ ( 23-09-2020)

Mevrouw de Cuba

Spaans
1 / 20
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Mevrouw de Cuba

Spaans

Slide 1 - Slide

Evaluatie S.O.

Slide 2 - Slide

El programa 

  • 5 min    - Empezamos la clase
  • 25  min - Bez. vwn +Bijw v. hoev. 
  • 15 min   - La familia 




  • 10 min   - La familia/ frases clave






  • Los deberes

Slide 3 - Slide

Het bezittelijk voornaamwoord

Slide 4 - Slide

Het bezittelijk voornaamwoord enkelvoud
mi coche               - mijn auto
tu coche                - jouw auto
su coche               - zijn/haar/uw auto
nuestro coche    - onze auto                        nuestra casa - ons huis
vuestro coche    - jullie auto                         vuestra casa  - jullie huis
su coche               - hun/uw auto

Slide 5 - Slide

Het bezittelijk voornaamwoord meervoud
mis coches                           - mijn auto's
tus coches                            - jouw auto's
sus coches                            - zijn/haar/uw auto's
nuestros coches                 - onze auto's                  nuestras casas - onze huizen
vuestros coches                - jullie auto's                     vuestras casas - jullie huizen
sus coches                           - zijn/haar/uw auto's

Slide 6 - Slide

Even samengevat.......
  • Je kijkt naar het zelfstandig naamwoord wat achter het bezittelijk voornaamwoord staat. 
  • Is het zelfstandig naamwoord meervoud, dan is ook het bezittelijk voornaamwoord meervoud.
  • Bij nuestro/-s en vuestro/-s verandert het in nuestra/-s en vuestra/-s als het zelfstandig naamwoord wat erachter komt vrouwelijk is. 

Slide 7 - Slide

bijwoorden van hoeveelheid
Wat is een bijwoord?
poco = weinig
bastante = redelijk/ best
mucho = veel
demasiado = teveel
NB!!! deze bijwoorden kunnen ook bijvoeglijk gebruikt worden.
Wat weet je nog van bijvoeglijke naamwoorden in het Spaans?
Een bijwoord zegt iets over een bijvoeglijk naamwoord/een ander bijwoord of over een werkwoord. Een bijwoord is onveranderlijk.

Slide 8 - Slide

muy en mucho
  • muy is een bijwoord en staat voor een bijvoeglijk naamwoord. Het betekent dan "heel" of "erg".
  • mucho als bijwoord zegt iets over een werkwoord. Het is dan onveranderlijk. vb: Juan trabaja mucho.
  • mucho als bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. In dat geval past het zich aan aan het zelfstandig naamwoord waar het bij staat. 
vb: Hay mucha gente. Tengo muchos libros. 

Slide 9 - Slide

Bijwoorden v. hoeveelheid
Met de woorden muy, bastante, un poco, no, nada geef je aan in hoeverre iemand een bepaalde eigenschap bezit.

María es muy alta. 
Su hermana es bastante inteligente. 
Martín no es muy guapo.

'Un poco' gebruik je alleen bij een negatieve eigenschap.
Es un poco feo/a.


Slide 10 - Slide

Hacer ejercicios
   


¿Qué?              VOC unidad 3 'Somos geniales' p. 11,12,13 ej. 1,2,4,5 

¿Cómo?          Individualmente

¿Tiempo?      20 min 
¿Meta?           Practicar con la gramática

¿Listo?            Estudiar el vocabulario 3.2 
timer
20:00

Slide 11 - Slide

vader
moeder
ouders
broer
zus
oom
tante
oma
opa 
neef
nicht
padre 
madre
padres
hermano
hermana 
tío
tía
abuela
abuelo 
primo
prima

Slide 12 - Slide

El padre de mi padre es mi...
A
hermano
B
abuelo

Slide 13 - Quiz

La hermana de mi madre es mi...
A
abuela
B
tía

Slide 14 - Quiz

El hijo de mis padres es mi..
A
hermano
B
hermana

Slide 15 - Quiz

La hija de mi tía es mi...
A
madre
B
prima

Slide 16 - Quiz

10 min - La familia/ frases clave


¿Qué?              TB. p. 46 3A+ 3B

¿Cómo?          Individualmente

¿Tiempo?      10 min 
¿Meta?           Practicar con la gramática

¿Listo?            Maak een stamboom 
timer
10:00

Slide 17 - Slide

Maak een stamboom
  • tot aan je oma en opa van moeders of vaderskant
  • noem de spaanse naam voor wat de persoon van jou is + naam
  • vanuit jou perspectief

Slide 18 - Slide

Los deberes

Hacer:
  • Stamboom van je eigen familie 
  • TB. p. 46 oef 3ab

(evt. afmaken: voc p.11,12,13 oef 1,2,4,5)

Slide 19 - Slide

Klaar? Oefenen met ww - Verbuga
Klik aan bij werkwoorden: beber, comer, hablar, ser, tener, llamarse
Klik aan bij tijden: presente

Slide 20 - Slide