Structuur

Goeden dag!
1. Pak alvast maar je mapje, etui, ipad en oordopjes    

2. Mobiel in de tas    

3. Tas in de vensterbank  
Dan kunnen we beginnen!  :)
1 / 16
next
Slide 1: Slide
Beeldende vormingMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with text slides.

Items in this lesson

Goeden dag!
1. Pak alvast maar je mapje, etui, ipad en oordopjes    

2. Mobiel in de tas    

3. Tas in de vensterbank  
Dan kunnen we beginnen!  :)

Slide 1 - Slide

Textuur en structuur

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

1. Rubbings maken: 10 stuks, zet eronder wat
het is en of het natuurlijke / kunstmatige structuur is.

2. 12 vakken maken: bovendste 3 met natuurlijke structuren, dan huiden, kunstmatige en onderste met fantasie structuren

3. Bovendste 6 intekenen met Fineliner, onderste 6 met Oost Inidische Inkt

timer
10:00

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Werken met inkt
Belangrijke regels voor werken met inkt.
1. Blijf op je plek zitten, de potjes inkt kunnen om gestoten worden wanneer er te veel mensen door het lokaal lopen.
2. Tafels moeten altijd horizontaal staan, anders blijft je potje niet staan.
3. Werk netjes en let op je kleding, want inkt was je niet uit je kleren.
4  Maak je pen schoon en droog, anders gaat het metaal roesten.
5. Zorg dat het potje inkt goed dicht gedraaid is.
timer
10:00

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Opdracht 3
Nu heb je geoefend met structuur en inkt. 
Nu ontwerp je een eigen fantasie dier opgebouw uit minimaal 3 verschillende dieren. 
(meer dan 3 mag, maar minder niet)
Per dier breng je een structuur aan, dus hoe meer verschillende dieren, hoe meer verschillende structuren. 
1. Maak 3 schetsen op schets papier ( 1 uur per schets
2. Werk je beste schets uit op ivoor karton, de structuren vul je later in met inkt.
3. Teken de verschillende structeren van je fantasie dier in met inkt.
4. Voeg een achtergrond toe.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Minimaal 3 verschillende dieren
Meer mag altijd, maar niet minder!
1
2
3
4
5

Slide 13 - Slide

Zorg dat je dieren goed aanluiten. Ook als ze bijvoorbeeld lange en korte poten hebben.

Slide 14 - Slide

Gebruik echte dieren als voorbeelden, dus geen getekende plaatsjes. Daar wordt vaak geen structuur gebruikt

Slide 15 - Slide

Teken de omgeving van je dier. Bedenk goed of dit onderwater, in de lucht of in een bos is.

Slide 16 - Slide