Straffen: casus mishandeling

DE RECHTSTAAT: strafrecht
1 / 18
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

DE RECHTSTAAT: strafrecht

Slide 1 - Slide

Wat weten jullie over de mishandeling in Mallorca?

Slide 2 - Mind map

Lesdoelen
  1.  Introductie de rechtstaat 
  2.  Hoe werkt het? 
  3. Je kunt uitleggen welke doelen we met straffen hebben
  4. Verschillende manieren noemen  om criminaliteit te verlagen
  5. Je kent de begrippen preventie en repressie
  6.  Zelf aan de slag: casus mishandeling 

Slide 3 - Slide

Wat is het doel van de rechtstaat? 


- Burgers/overheid. 
- Burgers tegenover elkaar. 

Slide 4 - Slide

Wie bepaalt in Nederland tijdens een rechtszaak wat voor straf de verdachte krijgt als hij schuldig is?
A
De jury
B
De rechter
C
Het OM
D
De officier van justitie

Slide 5 - Quiz

Wat krijg je opgelegd als je ontoerekeningsvatbaar bent?
A
TBS
B
CBS
C
ANWB
D
Een gevangenisstraf

Slide 6 - Quiz

Drie soorten straffen: hoofdstraf, bijkomende straf, maatregel
Rechters leggen in Nederland jaarlijks tussen de 100.000 en 200.000 straffen op.  

Er zijn drie hoofdstraffen: 
  • een geldboete
  • een gevangenisstraf 
  • een taakstraf 

Slide 7 - Slide

Bijkomende straffen of maatregel
Naast de opgelegde straf kun je ook een bijkomende straf of maatregel krijgen.
  • Bijkomende straf: bijvoorbeeld een rijontzegging of beroepsverbod.
  • Maatregel: bijvoorbeeld tbs of een schadevergoeding aan het slachtoffer.

Slide 8 - Slide

Het doel van straffen
Straffen worden opgelegd met een doel:

  • Afschrikking
  • Verbeteren (resocialisatie= heropvoeden
  • De samenleving veiliger maken.
  • Wraak (voor de slachtoffers)

Vanuit verschillende hoeken komt er kritiek op de manier van straffen. Het is of te zwak of te hard.

Slide 9 - Slide

Preventie of repressie
Veel mensen hebben verschillende ideeën om criminaliteit aan te pakken:
  • Preventie: Voorkomen
  • Repressie: Straffen

We gaan eerst kijken naar de manier van straffen (Repressie).

Slide 10 - Slide

Repressie
Repressie: Onderdrukken. handelen na het delict.
  • Langere celstraf
  • Extra agenten
  • Meer geld voor justitie
  • 'supersnelrecht'

Politiek: VVD, PVV en FvD.


Slide 11 - Slide

Preventie
Preventie: Het voorkomen van criminaliteit. handelen vóór het delict.
  • Meer toezicht
  • Sociale controle
  • Hulp aan jonge criminelen
  • leer- en werkstraffen
  • Maatregelen tegen schooluitval

Politiek: Groenlinks, Pvda en D66

Slide 12 - Slide

Rechts en links
Rechts: (VVD, PVV en FvD)
  • Zwaardere straffen (repressie)

Links: (Pvda, Groenlinks en D66)
  • Minder zware straffen (preventie)

Meerderheid Nederland:
  • Zwaardere straffen

Slide 13 - Slide

Helpt straffen?
''Alle veroordeelden di een celstraf hebben gekregen, gaat bijna 50% binnen twee jaar opnieuw de fout in'' (blz. 151)

Oplossing:
  • Opleiding en helpen aan werk
  • Terug in de maatschappij

Wat vindt jij? (opdracht)

Slide 14 - Slide

Leg met twee argumenten uit of je voor 'repressie' bent of 'preventie'

Slide 15 - Open question

Casus 
Er vindt een mishandeling plaats op straat. Deze mishandeling wordt gezien door personeel van de dienst cameratoezicht. Zij roepen de politie op die in de buurt surveilleert. De politie is vrij snel ter plaatse en arresteert ter plekke de verdachte Johan Smits. ​ ​ Hij wordt opgepakt en verhoord, maar hij ontkent dat hij de 18-jarige Petra de Jong uit Rotterdam mishandeld heeft. Petra doet aangifte en verklaart woensdagnacht op straat te zijn mishandeld door haar 19-jarige ex-vriend Johan Smits. Vervolgens wordt Johan aangeklaagd voor mishandeling en moet voor de rechtbank verschijnen.​

Slide 16 - Slide

Vraag jezelf af: 
1. Is de tenlastelegging te bewijzen? (filmbeelden, verklaringen etc.) ​
2. Is er sprake van een strafbaar feit? (Is dit mishandeling? Wat is mishandeling?) ​
3. Is de verdachte schuldig? (Was het zelfverdediging? ontoerekeningsvatbaar?) ​
4. Is er sprake van verzachtende omstandigheden? ​

Slide 17 - Slide

Opening: De rechter opent de rechtszaak, vraagt om de personalia van de verdachte, en geeft dan de officier van justitie het woord.
Tenlastelegging: De officier van justitie leest de tenlastelegging voor. Hierin staat waar de verdachte van wordt beschuldigd.​
Ondervraging: De rechter ondervraagt de verdachte om te onderzoeken wat er precies gebeurd is. De verdachte mag de vragen beantwoorden, maar hoeft niets te zeggen. Hij heeft namelijk het recht om te mogen zwijgen.​
Verklaring: Het slachtoffer geeft een verklaring aan de rechtbank over de geleden schade. Er mogen geen vragen gesteld worden aan het slachtoffer. ​ Opmerking: het slachtoffer kan ook opgeroepen worden als getuige (wat we tijdens het rollenspel niet doen). Er mogen dan wel vragen worden gesteld.​
Requisitoir: De rechter geeft de officier van justitie weer het woord. De officier van justitie vertelt aan de rechter waarom hij vindt dat de verdachte schuldig is en welke straf hij eist. Dit heet requisitoir.​
Pleidooi: Daarna geeft de rechter het woord aan de advocaat: die vertelt nu waarom hij vindt dat de verdachte geen of minder straf verdient. Dit heet een pleidooi.​
Laatste woord: De rechter vraagt of de verdachte nog iets wil zeggen. De verdachte mag hier weer kiezen of hij wel of niet iets zegt.
Schorsing: De rechter sluit het onderzoek en last een schorsing (korte pauze) in, zodat hij rustig kan nadenken over de vraag of de verdachte schuldig is. De rechter verlaat hiervoor de zaal even. ​ Opmerking: bij zeer ernstige strafzaken laat de uitspraak van de (drie) rechter(s) veel langer op zich wachten – maximaal 14 dagen.​
Vonnis: De rechter gaat weer zitten en spreekt uit of de verdachte schuldig is en zo ja, welke straf hij krijgt. .​

Slide 18 - Slide