Cijferend vermenigvuldigen (2)

Cijerend vermenigvuldigen
1 / 21
next
Slide 1: Slide
RekenenBasisschoolGroep 8

This lesson contains 21 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Cijerend vermenigvuldigen

Slide 1 - Slide

cijferend vermenigvuldigen 
=
vermenigvuldigen onder elkaar

Slide 2 - Slide

Lesdoel

Ik kan 3 sommen uitrekenen volgens de stappen van cijferend rekenen. 

Slide 3 - Slide

Woordbegrip
Cijferen

betekent 

Rekenen

Slide 4 - Slide

We gaan van start.


Uitleg over de denkwolk: 
alles van tafel
luisteren
geen opmerkingen / vragen

Slide 5 - Slide

Wat is cijferend vermenigvuldigen?

Vermenigvuldigen met grotere getallen kun je uitrekenen met behulp van verschillende oplosmethodes.

Slide 6 - Slide

Wat is cijferend vermenigvuldigen?

Het kolomsgewijs vermenigvuldigen en het cijferend vermenigvuldigen zijn veelgebruikte manieren. 

Slide 7 - Slide

Het kolomsgewijs werken ken je al!


Kijk maar!

Slide 8 - Slide

Cijferend rekenen

Cijferend rekenen werkt bijna hetzelfde als cijferend optellen en cijferend aftrekken. 

Slide 9 - Slide

Dit waren de stappen

Stap 1: Zet de getallen onder elkaar.

Stap 2: Vermenigvuldig (x) de eenheden met elkaar. 

Stap 3: Vermenigvuldig (x) de eenheid met tiental.

Stap 4: De uitkomst

6 x 31 =

Slide 10 - Slide

Dit waren de stappen

Stap 1: Zet de getallen onder elkaar.

Stap 2: Vermenigvuldig (x) de eenheden met elkaar. 

Stap 3: Vermenigvuldig (x) de eenheid met de tiental.

Stap 4: herhaal stap 2 en 3 met het tiental.

Stap 5: De uitkomst

16 x 31 =

Slide 11 - Slide

Dit waren de stappen

Stap 1: Zet de getallen onder elkaar.

Stap 2: Vermenigvuldig (x) de eenheden met elkaar. 

Stap 3: Vermenigvuldig (x) de eenheid met de tiental.

Stap 4: herhaal stap 2 en 3 met het tiental.

Stap 5: De uitkomst

11 x 22 =

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Nu jij

Slide 14 - Slide

Nodig 
Wisbordje
Schoonmaakdoekje
Wisbord stift
tafelblad

Slide 15 - Slide

Dit zijn de stappen

Stap 1: Zet de getallen onder elkaar.

Stap 2: Vermenigvuldig (x) de eenheden met elkaar. 

Stap 3: Vermenigvuldig (x) de eenheid met de tiental.

Stap 4: herhaal stap 2 en 3 met het tiental.

Stap 5: De uitkomst

11 x 33 =

Slide 16 - Slide

Dit zijn de stappen

Stap 1: Zet de getallen onder elkaar.

Stap 2: Vermenigvuldig (x) de eenheden met elkaar. 

Stap 3: Vermenigvuldig (x) de eenheid met de tiental.

Stap 4: herhaal stap 2 en 3 met het tiental.

Stap 5: De uitkomst

41 x 23 =

Slide 17 - Slide

Dit zijn de stappen

Stap 1: Zet de getallen onder elkaar.

Stap 2: Vermenigvuldig (x) de eenheden met elkaar. 

Stap 3: Vermenigvuldig (x) de eenheid met de tiental.

Stap 4: herhaal stap 2 en 3 met het tiental.

Stap 5: De uitkomst

25 x 31 =

Slide 18 - Slide

Dit zijn de stappen

Stap 1: Zet de getallen onder elkaar.

Stap 2: Vermenigvuldig (x) de eenheden met elkaar. 

Stap 3: Vermenigvuldig (x) de eenheid met de tiental.

Stap 4: herhaal stap 2 en 3 met het tiental.

Stap 5: De uitkomst

25 x 32 =

Slide 19 - Slide

Dit zijn de stappen

Stap 1: Zet de getallen onder elkaar.

Stap 2: Vermenigvuldig (x) de eenheden met elkaar. 

Stap 3: Vermenigvuldig (x) de eenheid met de tiental.

Stap 4: herhaal stap 2 en 3 met het tiental.

Stap 5: De uitkomst

34 x 36 =

Slide 20 - Slide

Zijn er nog vragen?

Slide 21 - Slide