2024 - Les 6 - Voorbereiding toets.pptx


Les 6 

2.10 en 2.11

1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenBeroepsopleiding

This lesson contains 21 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson


Les 6 

2.10 en 2.11



Inhoud van de les

- Terugblik hoofdstuk 2
- Uitleg 2.10
- Vooruitblik toets
- Zelfstandig werken 2.10 en 2.11 (huiswerk rondje)


Ruimtelijke figuren

Voeg hier je vraag toe

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D


Hoeveel spiegelassen heeft ieder figuur denk je?




Lengte en omtrek

Voor de omtrek tel je alle maten die je tegenkomt als je OM de rechthoek heen loopt bij elkaar op. 



380,4 mm

380,4 mm – 3,804 dm

Dus de som wordt:    3,14 x 3,804 =  11,94456


Afgerond is het antwoord :                 11,9 dm


6 666 000 m2 = _______________ km2 

  

77 700 m2 = __________________ ha 

Oppervlakte

6,666 

7,77


4 m

Oppervlakte gazon: 12 x 16 = 192


Opp. zwembad: 3,14 x 4 x4 =   50,24


192 – 50,24 = 141,76 m2




 L X B X H 


Bereken de inhoud van dit gebouw

20 M

14 M

Oppervlakte grondvlak: 3,14 x 10 x 10 = 314

Inhoud gebouw:              314 x 14 = 4396 m3

Plattegronden

Uitslagen

Aanzichten

Schaal en schaallijn

420


2.10 Referentiematen 

Een aantal belangrijke referentiematen voor oppervlakte en inhoud zijn:

  • De oppervlakte van een voetbalveld is 0,5 ha (50 × 100 m).

  • De inhoud van een kopje is 200 mL.

  • De inhoud van een emmer is 10 liter


  • Een aantal belangrijke referentiematen voor lengte zijn:

    • Een volwassen man is ongeveer 1,80 m lang.

  • De hoogte van een deur is ongeveer 2 m.

  • Een verdieping van een gebouw is ongeveer 3 m hoog



  • Always Forward heeft 4 voetbalvelden. 

    Hoeveel hectare is dat?

1 voetbalveld is 0,5 HA.

4 x 0,5 i= 2 HA


In deze ton zit 0,12m3 regenwater.
Hoeveel emmers regenwater haal ik hieruit?

0,12 m2 = 120 dm3 (=liter)

120 : 10 = 12 emmers


Toets hoofdstuk 2 

  • Maandag 31 maart

  • Om hem te mogen maken: minimaal 8 paragrafen af.

  • 0,5 bij je cijfer: minimaal 10 vd 11 paragrafen af.


  • Je maakt de toets via de licentie (bij uitzondering op papier).


  • Paragraaf 2.10 en 2.11  

  • De rest van de paragrafen afmaken;)