3.3. Ondersteunen en begeleiden bij een schone en ordelijke omgeving

3.3. Ondersteunen en begeleiden bij een schone en ordelijke omgeving
1 / 12
next
Slide 1: Slide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

3.3. Ondersteunen en begeleiden bij een schone en ordelijke omgeving

Slide 1 - Slide

Leerdoelen 
  • Je kunt toelichten hoe je kinderen in de kinderopvang al  vroeg kunt leren opruimen.
  • Je kunt toelichten hoe je kinderen en jongeren stimuleert om een ruimte netjes en schoon te houden.
  • Je kunt toelichten hoe je als pedagogisch werker omgaat met kinderen met een beperking die niet alles zelf kunnen opruimen en schoonhouden.


Slide 2 - Slide

Inleiding 
 Een schone en ordelijke verblijfsruimte is de gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Afstemming van de taken en het vastleggen van afspraken over die taken zijn daarom noodzakelijk. 

Rekening houden met de vaardigheden van de doelgroep.

Slide 3 - Slide

Kleine kinderen in de kinderopvang
  • Kinderen ontwikkelen al vroeg een zeker besef van orde. 
  • Leren organiseren door sorteren (kleur, materiaal).
  • Structuur biedt routine en geeft rust en vertrouwdheid
  • Opruimliedje

Slide 4 - Slide

Aandachtspunten bij het opruimen
  • Zorg voor vaste opruimmomenten
  • Zorg voor opruimroutines
  • Geef met name jonge kinderen altijd concrete instructies. 
  • Geef zelf het goede voorbeeld 
  • Pak het opruimen speels en positief aan.
  • Werk je met kleuters, dan kun je het gezamenlijke opruimmoment aankondigen met een liedje.










Slide 5 - Slide

  • Geef veel complimenten en spoor kinderen op een positieve manier aan
  • Zorg voor een goed en duidelijk opruimsysteem. 
  • Een foto van de kastindeling of indeling van de la helpt kinderen om de spullen op de juiste plek terug te leggen.
  • Verbind af en toe een leuke activiteit als beloning aan een geslaagde opruimactie.
  • Beperk daarom het aanbod waaruit de kinderen kunnen kiezen.

Slide 6 - Slide

Kinderen met een beperking
 Het is belangrijk te weten welke ondersteuning een kind precies nodig heeft. Die ondersteuning kan soms ook gegeven worden door een ander kind. Maar ook kinderen met beperkingen doen wat zij kunnen om de omgeving opgeruimd en ordelijk te laten zijn. Het is wel noodzakelijk dat ze ondersteuning op maat krijgen.

Slide 7 - Slide

Professionele beroepshouding 
  • Goede communicatie is belangrijk. 
  • Kijk en luister goed naar wat het kind wel of niet kan. 
  • Beslis welke opruimactiviteiten het kind kan doen, welke je samendoet en welke jij voor je rekening neemt. 
  • En communiceer naar het kind toe duidelijk wat je van hem of haar verwacht. 
  • Doe dat op het niveau dat het kind jouw boodschap kan begrijpen en bevatten.

Slide 8 - Slide

Plan van aanpak
Soms is er een plan van aanpak opgesteld om bepaalde opruimactiviteiten aan te leren. Doel bepalen:


  • Wat wil je het kind precies laten leren?
  • Welke tussenstapjes zijn daarbij nodig?
  • Aan welke voorwaarden moet worden voldaan? Bijvoorbeeld aan het opruimsysteem.


Slide 9 - Slide

Jongeren 
Hoe jongeren in het VO omgaan met de ruimtes hangt mede af van hoe de ruimte ingericht is. 
Bijvoorbeeld veel prullenbakken zal ervoor zorgen dat er minder op de grond beland.

Slide 10 - Slide

Regels
Vooral onderwijsassistenten hebben de taak jongeren bewust te maken van hun eigen verantwoordelijkheid voor het opruimen en schoonhouden van de ruimte. Ze moeten jongeren leren dat je elkaar kunt aanspreken op gedrag. Immers, jongeren zijn met elkaar medeverantwoordelijk voor een prettige verblijfsruimte.

Slide 11 - Slide

Opdracht 
Maak de verwerkingsopdrachten en stellingen bij 3.3

Slide 12 - Slide