Quiz einde van deel A

Quiz 
werken in de kinderopvang 
deel A
1 / 18
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Quiz 
werken in de kinderopvang 
deel A

Slide 1 - Slide

Hoe noem je een medewerker in de kinderopvang?
A
Juf
B
Pedagogisch medewerker
C
Docent
D
Begeleider

Slide 2 - Quiz

Vorm van kinderopvang voor kinderen van 0 t/m 4 jaar
A
Kinderdagverblijf
B
Peuterspeelzaal
C
BSO
D
Gastouder

Slide 3 - Quiz

Kinderen kunnen het hele jaar terecht bij een kinderopvang, ook tijdens schoolvakanties.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quiz

Soms betaalt de Belastingdienst een deel van de kinderopvangkosten.
Dit heet:
A
kindgebondenbudget
B
kinderopvangtoeslag
C
kinderbijslag

Slide 5 - Quiz

Een baby moet na de flesvoeding een boertje laten
Waarom is dat belangrijk?
A
Omdat hij anders stikt in de flesvoeding
B
Omdat hij anders niet kan slapen
C
Omdat hij dan minder last heeft van darmkrampjes
D
omdat hij dan minder risico heeft op zuivelallergie

Slide 6 - Quiz

Klaarmaken van flesvoeding: zet op de juiste volgorde 
Handen wassen 
Zorgen dat de fles en de speen goed schoon zijn 
De speen controleren: het gaatje moet niet te groot of te klein zijn voor de baby
juiste hoeveelheid kraatwater in het flesje doen 
De fles opwarmen 
De juiste hoeveelheid melkpoeder toevoegen 
Goed roeren 
3
2
1
4
5
6
7

Slide 7 - Drag question

Een voordeel van flesvoeding is dat deze:
A
Altijd bij de hand is
B
Door iemand anders gegeven kan worden
C
Natuurlijke antistoffen bevat
D
Lichter verteerbaar is dan borstvoeding

Slide 8 - Quiz

Een baby die net geboren eet...
A
Fruithapje
B
Borstvoeding
C
Pudding
D
Suikerwater

Slide 9 - Quiz

Is de zin objectief of subjectief?
Het was een geslaagde dag.
A
Objectief
B
Subjectief

Slide 10 - Quiz

Is de volgende zin subjectief of objectief?
Nima heeft een gele trui aan.
A
objectief
B
subjectief

Slide 11 - Quiz

Objectief of subjectief?
Bertha houdt haar telefoon vast.
De klas is erg rumoerig.
Bertus heeft een mooi t-shirt aan.
Objectief
Subjectief
Subjectief
Objectief

Slide 12 - Drag question

Na het wassen droog je een baby af met een:
A
Hydrofiele luier
B
Handdoek

Slide 13 - Quiz

De baby verschonen doe je volgens een vaste volgorde.
Zet de stappen in de juiste volgorde:
1

2

3

4

5

Was je handen en rapporteer als er bijzonderheden zijn.
Verzamel een aankleedkussen, billendoekjes, schone luier en een luieremmer
Verschoon de luier.
Zorg voor een juiste werkomgeving. Sluit ramen en deuren om tocht te voorkomen
Maak alles schoon en ruim op.

Slide 14 - Drag question

Wat is een tummy tub
A
Een baby bad
B
Een speciale emmer waar de baby in kan

Slide 15 - Quiz

Hoe warm moet het water zijn als je een baby in bad doet?
A
36
B
38
C
37
D
35

Slide 16 - Quiz

6) Zet de handelingen in de volgorde van 1 naar 6.
1
2
3
4
5
6
Kleed de baby aan.
Was het gezichtje en de rest van het lichaam van boven naar onder.
Verwijder ontlasing van de billetjes
Schep met je andere hand water over de baby.
Leg de baby in bad en houd hem met één hand vast.
Leg alle spullen klaar.

Slide 17 - Drag question

welke volgorde pas je toe bij het opnemen van temperatuur bij baby's?
A
Thermometer vet maken, Baby uitkleden, Baby op zij leggen, Thermometer inbrengen, Thermometer verwijderen, Baby draaien op de rug.
B
Baby uitkleden, Baby op zij leggen, Thermometer vet maken, Thermometer inbrengen, Thermometer verwijderen, Baby draaien op de rug.
C
Baby uitkleden, Thermometer vet maken, Baby op zij leggen, Thermometer inbrengen, Thermometer verwijderen, Baby draaien op de rug.
D
Thermometer vet maken, Baby uitkleden, Baby op zij leggen, Thermometer inbrengen, Baby draaien op de rug, Thermometer verwijderen.

Slide 18 - Quiz