23-2 WBA

maandag 23 februari
Welkom
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

maandag 23 februari
Welkom

Slide 1 - Slide

De groepjes


  1. Aya, Safiya, Awad, Oktai
  2. Sarar, Hussein, Habiba, Mariya
  3. Jennita, Hadia, Orhan, Farouk
  4. Haben, Haboun, Siem
  5. Abdulkarim, Aya

Slide 2 - Slide

vandaag: 
  • hoofdstuk 4
  • vakantie en reizen
  • les 3 + les 4
  • Groep 3 en 4 hoofdstuk 1 af maken
  • spreken: wie ben jij?
  • kijkopdracht
  • lezen "Water bij de melk"

Slide 3 - Slide

IJsbreker deel 2
  • Hoofdstuk 3
  • "Waar ga je naartoe?"

-Dit hoofdstuk gaat over de weg wijzen, de maanden, de seizoenen en het weer

Slide 4 - Slide

groep 1-3 : les 3
  • bladzijde 96
  • Taalwijzer
  • Liever....
  • spreken opdracht 3

Slide 5 - Slide

mag ik......
  • spreken en schrijven 
  • Werkblad 1 en 2
  • Kijk naar de plaatjes
  • Maak de zinnen 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

groep 1-3 : les 5
  • bladzijde 107
  • intro: lezen
  • luisteren
  • Taalwijzer
  • praatplaat, bladzijde 112

Slide 8 - Slide

Hoofdstuk 1 (groep 4+5)
  • zijn, komen (herhalen)
  • wonen, zeggen 
  • maak les 3 en 4
  • Taalwijzer: wat is uw nummer?

Slide 9 - Slide

kijken en luisteren
  • Huisje boompje beestje:
  • met het openbaar vervoer
-wat heb je gezien?
-welke woorden ken je nog niet? 
Schrijf ze op



Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Lezen: Water bij de melk
  • "De negen broers"
  • We lezen hardop
  • oefen je uitspraak
-Begrijpen we wat we lezen?
-Hoeveel broers zijn er?
-Waarom zijn ze verdrietig?

Slide 12 - Slide

Groep 1 Lezen: ik neem een duik
  • We lezen hardop
  • De juf komt luisteren 
  • oefen je uitspraak
-Begrijpen we wat we lezen?
-let op de klinkers
-Welke woorden begrijp ik niet?

Slide 13 - Slide

Herhaling: 

Slide 14 - Slide

Meervoud
Het meervoud in het Nederlands

-en
-s

Slide 15 - Slide

meervoud +en

Slide 16 - Slide

voet - voeten
Zo maak je het meervoud:
                      een voet - twee voeten
                      een wang - twee wangen
                      een arm - twee armen
                      en tand - tien tanden

Je maakt het meervoud vaak met -en

Slide 17 - Slide

woorden met een korte klank
een pan - vier pannen - pannenkoeken
een lip - twee lippen
een zus - vijf zussen
een bed - drie bedden

Slide 18 - Slide

Wat is het meervoud van bord?

Slide 19 - Open question

Wat is het meervoud van taart?

Slide 20 - Open question

Wat is het meervoud van kip?

Slide 21 - Open question

Wat is het meervoud van hand?

Slide 22 - Open question

Een lange klank
Het enkelvoud   heeft twee dezelfde klinkers 

één been        - twee benen
één oog          - twee ogen
één muur       - vier muren
één raam        - vijf ramen 

Slide 23 - Slide

Wat is het meervoud van straat?

Slide 24 - Open question

Wat is het meervoud van doos?

Slide 25 - Open question

Wat is het meervoud van school?

Slide 26 - Open question

Het einde van de les

Slide 27 - Slide

2-2 WBA

Slide 28 - Slide