Sterke basen -- splitsen volledig in water
[OH⁻] = molariteit van de base
Voorbeeld:
NaC₂H₅O + H₂O → Na⁺ + C₂H₅OH + OH⁻
Stappen:
- bereken mol base
- bepaal [OH⁻]
- bereken pOH → pH
Gegeven: 2,3 g NaC₂H₅O in 1,0 L
Berekening:
n = 2,3 / 68,05 = 0,034 mol
[OH⁻] = 0,034 M
pOH = −log(0,034) = 1,47
pH = 14,00 − 1,47 = 12,53
Zwakke basen -- reageren niet volledig
er ontstaat een evenwicht
Voorbeeld:
F− + H2O ⇌ HF + OH−
Evenwichtsvoorwaarde:
Kb= [HF][OH−]/ [F−]
Stappen:
- stel de evenwichtsreactie op
- maak een begin–omzet–eind-tabel
- gebruik Kb (uit BINAS 49)
- bereken [OH⁻] → pOH → pH
Rekenvoorbeeld #3