4e kw Dc4.4.8 Les 2

Data communicatie 4

  • Protocollen voor lokale
      netwerken.
  • Logical Link Control.
  • Medium Access Control.
  • Token netwerken.
  • Ethernet netwerken.
1 / 38
next
Slide 1: Slide
ICTMBOStudiejaar 2

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Data communicatie 4

  • Protocollen voor lokale
      netwerken.
  • Logical Link Control.
  • Medium Access Control.
  • Token netwerken.
  • Ethernet netwerken.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Ezelsbruggetje
All                     - Application
People             - Presentation
Seem               - Session
To                      - Transport
Need                - Network
Data                 - Datalink
Processing     - Physical

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Physical layer
Alle zichtbare en onzichtbare 'kabels' die buiten je voordeur liggen en die een verbinding met een externe server mogelijk maken. Je kunt het zo zien: als je aan het werk bent op je computer en je verstuurt dat, dan bereikt deze data de physical layer zodra het via je modem de wijde wereld in wordt gestuurd.

Slide 5 - Slide

Datalink layer
als je informatie van een externe server opvraagt, dan wordt deze data naar jouw computer gestuurd. Onderweg kan er van alles met de datapakketjes gebeuren. Voordat het nu verder kan gaan in de richting van het softwareprogramma waarmee je aan het werk bent moeten deze fouten er uit worden gehaald.

Slide 6 - Slide

Protocollen
In de ict is een protocol een beschrijving van de wijze waarop apparaten en computerprogramma's onderling communiceren (voorbeeld: http).

Slide 7 - Slide

Data Link Laag
2 sublagen:
Logical Link Control sublaag
Medium Access Control sublaag

Slide 8 - Slide

Logical Link Control (LLC)
Logical Link Control (LLC) biedt conventionele datalinkprotocolfuncties, zoals foutcontrole en 
flowcontrole, volgorde van de pakketten(sequencing)

Slide 9 - Slide

Logical Link Control
2 soorten diensten:
Connectieloze service
  - met transportbevestiging
  - zonder transportbevestiging
Connectie georienteerde service

Slide 10 - Slide

LLC en frames
1.  Informatietransport. Volgnummers van de verzonden en ontvangen frames bijgehouden om foutdetectie en flow control mogelijk te maken.
2.  Besturingsframes. Deze zijn voor flow control:
a. Receive Ready (RR)
b. Receive Not Ready (RNR)
c.  Reject (REJ)
3.  Ongenummerde frames. Voor connectie loze diensten.

Slide 11 - Slide

Link Service Access Points LSAP
Binnen het OSI model communiceren 2 LLC lagen m.b.v. Link Service Access Points.
Dus communicatie tussen de verzendende en ontvangende computer op LLC niveau

Slide 12 - Slide

Interface tussen LLC en MAC
LLC geeft opdrachten naar beneden naar het MAC en ontvangt ook weer reacties terug.
3 belangrijke services van deze interface.
- mededeling van MAC dat een LLC frame is binnengekomen.
- verzoek van LLC aan MAC om frame te verzenden.
- bevestiging van een dergelijk verzoek door de MAC sublayer.

Slide 13 - Slide

In het kort
  • De LLC laag genereert een LLC frame op basis van de door de netwerklaag aangeleverde data.
  • De MAC laag genereert een frame dat het aangeleverde LLC frame zo inpakt dat de fysieke laag dit kan verzenden.
  • De fysieke laag verzendt dit MAC frame over het netwerk.

Slide 14 - Slide

Gebruikte protocollen

Slide 15 - Slide

Voor CCNA  Datacom geen onderscheidt nodig.
OSI model beschrijft op Data Link niveau 
  - Welk signaal wordt gemaakt voor het medium
  - Wanneer iemand mag zenden 
-Welk MACadres wordt gebruikt  voor aflevering data in EIGEN netwerk


Slide 16 - Slide

CSMA/CD
Carrier Sense Multiple Access/Collision Detection (listen before talk):
Voordat een station gaat zenden kijkt het of de lijn vrij is, wordt er over de kabel een frame verstuurd?
Als de lijn niet vrij is wordt er een willekeurige tijd gewacht en dan probeert men het frame opnieuw te verzenden(anders ontstaan er botsingen -Collision-).

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Token bus IEEE802.4
is een netwerk dat het tokenring- protocol implementeert via een virtuele ring op een coaxkabel. Een token wordt rond de netwerk-knooppunten doorgegeven en alleen het knooppunt dat het token bezit, mag verzenden.

Slide 19 - Slide

Token Ring IEEE802.5
Bij Token Ring gaat een reeks bits in een ring langs alle aangesloten computers, voorafgegaan door een speciaal datablok dat het 'token' wordt genoemd (vergelijkbaar met het stokje dat wordt doorgegeven bij een estafetteloop).

Slide 20 - Slide

Fast Ethernet 10/100
Snelheid maximaal 100 Mbps
Maximale kabellengte 100 m.
Bij grotere afstanden tot 2500 meter bridges gebruiken.

Slide 21 - Slide

Gigabit ethernet 1000
Maximale snelheid 1000 Mbps.
Kabellengte maximaal 25 m.
Bij grotere afstanden tot  100 m. krijgt men te maken met een te laag signaal.

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Slide 24 - Slide

MAC BETEKENT
A
Material Adverse Change
B
Mandatory Access Control
C
Message Authentication Code
D
Medium Access Controller

Slide 25 - Quiz

LLC-frames worden uitgewisseld tussen twee Service Access Points.
A
Juist
B
Onjuist
C
Hier is geen uitspraak over te doen

Slide 26 - Quiz

Er kan, binnen een system, maximaal één paar Local Service Access
Points zijn.
A
Juist
B
Onjuist
C
Hier is geen uitspraak over te doen

Slide 27 - Quiz

Frames worden uitgewisseld tussen een SSAP en een DSAP.
A
Juist
B
Onjuist
C
Hier is geen uitspraak over te doen

Slide 28 - Quiz

LLC-frames worden door dc MAC-Iaag aan de fysieke laag
aangeleverd
A
Juist
B
Onjuist
C
Hier is geen uitspraak over te doen

Slide 29 - Quiz

Een 10Base2-netwerk heeft een maximale segmentlengte van
380 meter.
A
Juist
B
Onjuist
C
Hier is geen uitspraak over te doen

Slide 30 - Quiz

IEEE 802.5 is een Token Bus netwerk
A
Juist
B
Onjuist
C
Hier is geen uitspraak over te doen

Slide 31 - Quiz

Waarom wordt LLC type 2 minder gebruikt?

Slide 32 - Open question

Waarom is de diameter van een 100BaseT netwerk veel kleiner dan een 10BaseT netwerk?

Slide 33 - Open question

Destination MAC address
Destination port number
Destination IP address
Source MAC address
Source IP address
Wich logical address is used for delivery of data to a remote network?

Slide 34 - Drag question

Enddevice
Enddevice
Enddevice
Switch
AccessPoint
Router
Internet

Slide 35 - Drag question

Sleep het bovenste plaatje naar het juiste onderste plaatje

Slide 36 - Drag question

Hoe roep je een IP-adres op op een Windows computer
A
show IP
B
IP address
C
IPconfig
D
show network

Slide 37 - Quiz

Sleep de onderdelen van dit model in de juiste volgorde
Application
Network Access
Transport
Internet

Slide 38 - Drag question