TC A2 2.16 thema 2 herhaling

Nederland
1 / 48
next
Slide 1: Mind map
NT2HBOMBOStudiejaar 1

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Nederland

Slide 1 - Mind map

Slide 2 - Slide

Wie heeft de kaart geschreven en wie heeft de kaart gekregen?
A
Het is een kaartje van Siham voor meneer Pit.
B
Het is een kaartje van Siham voor buurvrouw Josien.
C
Het is een kaartje van buurvrouw Josien voor Siham.

Slide 3 - Quiz

Wat is er gebeurd met meneer Pit?
A
Hij heeft iets verkeerds gegeten.
B
Hij heeft griep.
C
Hij heeft zijn been gebroken.

Slide 4 - Quiz

Siham wil meneer Pit helpen. Wat wil ze bijvoorbeeld doen?
A
boodschappen
B
eten maken
C
schoonmaken
D
met meneer Pit naar de dokter gaan

Slide 5 - Quiz

Op welk nummer woont Siham?

Slide 6 - Open question

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Maak het meervoud:
de brandweerman

Slide 15 - Open question

Maak meervoud:
De lente

Slide 16 - Open question

maak meervoud:
het ongeluk

Slide 17 - Open question

maak meervoud:
de brief

Slide 18 - Open question

maak meervoud:
de zus

Slide 19 - Open question

de weg

Slide 20 - Open question

het glas

Slide 21 - Open question

Voltooid deelwoord

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Wat is het voltooid deelwoord van:
proberen

Slide 24 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van:
wachten

Slide 25 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van luisteren?

Slide 26 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van ruilen?

Slide 27 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van wandelen.

Slide 28 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van horen?

Slide 29 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van vieren?

Slide 30 - Open question

Onregelmatige werkwoorden
Voltooid deelwoord extra

Slide 31 - Slide

Het voltooid deelwoord van
eten
A
ge-eet
B
gegeten
C
geeten
D
opgegeten

Slide 32 - Quiz

Het voltooid deelwoord van
kijken
A
gekeken
B
gekijkt
C
gekijk
D
keken

Slide 33 - Quiz

Het voltooid deelwoord van
gaan
A
gegaat
B
gegan
C
gegingen
D
gegaan

Slide 34 - Quiz

Het voltooid deelwoord van
staan
A
gestaat
B
gestan
C
gestingen
D
gestaan

Slide 35 - Quiz

Het voltooid deelwoord van
zijn
A
gezijn
B
geweest
C
gehad
D
gebent

Slide 36 - Quiz

Het voltooid deelwoord van
rijden
A
gereden
B
gerijd
C
gereed
D
gerijdt

Slide 37 - Quiz

Zinnen maken
Ik ga morgen naar school.
Morgen ga ik naar school

Slide 38 - Slide

Maak de zin af.
Hans gaat naar de bioscoop. Daar...

Slide 39 - Open question

Ik wil eieren bakken, maar...

Slide 40 - Open question

Ik ga straks naar voetbal. Eerst...

Slide 41 - Open question

Ahmed gaat om 19:00 sporten. Eerst gaat hij rennen. Daarna...

Slide 42 - Open question

Mijn moeder gaat naar school, want...

Slide 43 - Open question

groot-groter-het grootst

Slide 44 - Slide

Ik vind jou aardig, maar mijn broer vind ik het...

Slide 45 - Open question

Ik heb weinig geld, maar mijn zus heeft het.... geld.

Slide 46 - Open question

Ik ben goed in Pokémon vangen, mijn vriendin is beter, maar mijn moeder is het...

Slide 47 - Open question

Mijn opa weet veel, maar mijn vader weet het..... over dinosaurussen.

Slide 48 - Open question