ad familiares 5.7 r.12-20

ad familiares 5.7 r.12-20
1 / 35
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

ad familiares 5.7 r.12-20

Slide 1 - Slide

   [Ac ne ignores quid ego in 
    tuis litteris desiderarim], 
scribam aperte, 
    [sicut et mea natura et 
     nostra amicitia postulat.] 
En opdat je niet onwetend bent over wat ik in jouw schrijven heb gemist, zal ik je [dat] openlijk (duidelijk) schrijven, 
zoals zowel mijn aard als onze vriendschap vereist.

Slide 2 - Slide

In welke vorm staat ignores?
A
2e ev ind prae A
B
2e ev ind fut A
C
2e ev coni prae A
D
2e ev coni perf A

Slide 3 - Quiz

Waarom is ignores een coniunctivus?
A
Het is afhankelijke vraag
B
Het is een finalis na ne
C
Het is een irrealis
D
Het is een potentialis

Slide 4 - Quiz

Welk stilistisch middel herken je in ne ignores?

Slide 5 - Open question

In welke vorm staat scribam?
A
1e ev ind prae A
B
1e ev ind fut A
C
1e ev coni prae A
D
1e ev coni perf A

Slide 6 - Quiz

nostra amicitia
Wie bedoelt Cicero met nostra?
A
Cicero en Pompeius
B
Cicero en de senatoren die de samenzwering hadden ontdekt
C
Cicero en de optimaten
D
alleen Cicero

Slide 7 - Quiz

Res eas gessi 
     [quarum aliquam 
          in tuis litteris 
          et nostrae necessitudinis             et rei publicae causa     
     gratulationem 
    exspectavi;]
Ik heb dergelijke dingen tot stand gebracht 
waarvoor ik in jouw schrijven 
zowel op grond van onze vriendschap 
als van het staatsbelang 
een gelukwens verwachtte; 

Slide 8 - Slide

Res eas gessi 
     [quarum aliquam 
          in tuis litteris 
          et nostrae necessitudinis             et rei publicae causa     
     gratulationem 
    exspectavi;]
Res eas: 
Res eas verwijst naar Cicero’s belangrijkste daden als consul die hij een maanden eerder in een brief aan Pompeius had beschreven, namelijk het oprollen van de samenzwering van Catilina en het ter dood brengen van Catilina’s handlanngers. Dit was niet in goede aarde gevallen bij sommige populares, onder wie Caesar, omdat zij zonder rechtzaak veroordeeld waren.

Slide 9 - Slide

In welke vorm staat quarum?
A
nom ev
B
gen ev
C
acc ev
D
gen mv

Slide 10 - Quiz

Wat is het antecedent van quarum?

Slide 11 - Open question

aliquam en gratulationem horen bij elkaar, maar zijn uit elkaar geplaatst. Hoe noemen we dit stilistisch middel ook alweer?

Slide 12 - Open question

rei publicae causa: waarom voegt Cicero dit nadrukkelijk toe?
A
Om duidelijk te maken dat zijn daden alleen persoonlijk voordeel opleverden
B
Om te benadrukken dat hij de staat heeft gered
C
Om aan te geven dat hij door de staat gedwongen werd
D
Om het onderwerp van de brief te veranderen

Slide 13 - Quiz

    quam 
ego 
      abs te praetermissam esse arbitror 
      [quod verer<er>e]
             [ne cuius animum  
              offenderes. ]


en ik meen dat deze door jou achterwege is gelaten omdat je vreesde iemands gevoelens te kwetsen. 

quam = relatieve aansluiting quam is subjectsacc bij  praetermissam esse

Slide 14 - Slide

Wat is het antecedent van quam?
A
gratulationem
B
rei publicae
C
rei publicae causa
D
nostrae necessitudinis

Slide 15 - Quiz

verer<er>e = vereris
Welke vorm is vereris
A
2e ev ind prae P
B
2e ev coni prae P
C
2e ev coni impf P
D
2e ev coni pf P

Slide 16 - Quiz


Welke vorm is offenderes
A
2e ev ind prae A
B
2e ev coni prae A
C
2e ev coni impf A
D
2e ev coni pf A

Slide 17 - Quiz

Waarom staat offenderes in de coniunctivus?
A
finalis na ne
B
irrealis
C
potentialis
D
na een ww van vrezen komt ne = coni.

Slide 18 - Quiz

    quam 
ego 
      abs te praetermissam esse arbitror 
      [quod verer<er>e]
             [ne cuius animum  
              offenderes. ]



cuius: na num, nisi en ne gaat ali niet met quis mee, cuius is dus alicuius.

Die alicuius zou hier dus Caesar kunnen zijn. Caesar en de populares waren niet blij met de veroordeling van de Catilina en zijn handlangers.

Slide 19 - Slide

In welke naamval staat cuius?
A
nom ev
B
gen ev
C
dat ev
D
gen mv

Slide 20 - Quiz

Sed scito 
   ea 
       [quae nos pro salute 
       patriae gessimus
   orbis terrae iudicio ac 
   testimonio 
   comprobari


Weet echter  dat de dingen 
die wij voor de redding van het vaderland hebben gedaan 
door het oordeel en het getuigenis van de hele wereld 
 worden goedgekeurd; 

Cicero had dus van andere personen wel dankbetuigingen gekregen. Hij had zelfs de eretitel pater patriae (vader des vaderlands). 

Slide 21 - Slide

Welke naamval en functie heeft quae?
A
nom ev - ond
B
nom mv - ond
C
acc mv - lv
D
acc mv - bwB

Slide 22 - Quiz

Welke naamval en functie heeft nos?
A
nom ev - ond
B
nom mv - ond
C
acc mv - lv
D
acc mv - bwB

Slide 23 - Quiz

Welke naamval en functie heeft orbis terrae?
A
nom ev - ond
B
nom mv - ond
C
gen ev - bvb
D
dat ev - MV

Slide 24 - Quiz

In welke vorm staat comprobari?
A
1e ev ind pf A
B
1e ev ind pf P
C
inf prae P
D
inf perf A

Slide 25 - Quiz

quae , cum veneris, tanto consilio tantaque animi magnitudine a me gesta esse cognosces ut
 tibi multo maiori quam Africanus fuit [a] me non multo minore<m> quam
Laelium facile et in re publica et in amicitia adiunctum esse patiare.

en wanneer je (hier) zult zijn gekomen, zul je inzien dat deze dingen door mij met zo groot beleid en zo geweldige grootheid van geest (zo grote onbaatzuchtigheid) zijn gedaan dat je er geen bezwaar tegen hebt dat ik met jou, die veel groter bent dan Africanus was, als een niet veel kleinere dan 20 Laelius zowel op het gebied van de politiek als van de vriendschap verbonden ben.

Slide 26 - Slide

  quae,
        [cum veneris,]
   tanto consilio tantaque animi     
   magnitudine a me
   gesta esse
cognosces

en wanneer je (hier) zult zijn gekomen, 
zul je inzien 
dat deze dingen door mij met zo groot beleid en zo geweldige grootheid van geest (zo grote onbaatzuchtigheid) zijn gedaan 

Slide 27 - Slide

Welke naamval en functie heeft quae?
A
nom ev - ond
B
nom mv - ond
C
acc mv - ond
D
acc mv - lv

Slide 28 - Quiz

In welke vorm staat veneris?
A
2e ev ind prae A
B
2e ev ind prae P
C
2e ev coni perf A
D
2e ev ind fut ex A

Slide 29 - Quiz

In welke vorm staat cognosces?
A
2e ev ind prae A
B
2e ev ind prae P
C
2e ev coni perf A
D
2e ev ind fut A

Slide 30 - Quiz

[ut
    tibi multo maiori
          [quam Africanus fuit ]
    me non multo minore<m>
    quam Laelium
facile
    et in re publica et in amicitia
    adiunctum esse
patiare.


 dat je er geen bezwaar tegen hebt dat ik met jou, die veel groter bent dan Africanus was, als een niet veel kleinere dan Laelius zowel op het gebied van de politiek als van de vriendschap verbonden ben.

Slide 31 - Slide

[ut
    tibi multo maiori
          [quam Africanus fuit ]
    me non multo minore<m>
    quam Laelium
facile
    et in re publica et in amicitia
    adiunctum esse
patiare.


Cicero vergelijkt zijn vriendschap met Pompeius met de vriendschap tussen de grote Scipio Africanus, die Carthago had veroverd, en Laelius (over wie Cicero ook Laelius de Amicitia schreef). 

Slide 32 - Slide

In welk opzicht komen Scipio Africanus en Pompeius volgens Cicero met elkaar overeen?
A
Beiden hebben kritiek geuit op Cicero’s optreden
B
Beiden hebben Cicero persoonlijk geholpen in moeilijke tijden
C
Beide hebben een oorlog gestopt, Pompeius met Mithridates en Scipio met Hannibal
D
Beiden stonden bekend om hun filosofische werken

Slide 33 - Quiz

Waarom kunnen de woorden “tibi multo maiori quam Africanus fuit” van Cicero worden opgevat als overdreven vleierij tegenover Pompeius?
A
Omdat Cicero suggereert dat Pompeius minder belangrijk is dan Africanus
B
Omdat de prestatie van Scipio een einde maakte aan een 100 jaar durend conflict
C
Omdat Cicero Africanus bekritiseert
D
Omdat niemand anders dan Pompeius dit kon

Slide 34 - Quiz

Waarom kunnen de woorden “me non multo minore quam Laelium” van Cicero worden opgevat als valse bescheidenheid?
A
Omdat Cicero zichzelf bescheiden noemt terwijl hij zich toch expliciet gelijkstelt aan een beroemde Romein
B
Omdat Cicero Laelius kleiner maakt dan hij in werkelijkheid was
C
Omdat Cicero zichzelf als veel minder belangrijk voorstelt dan Pompeius
D
Omdat Cicero een fout in de grammatica gebruikt

Slide 35 - Quiz