hoofdstuk 4

Welkom bij Geschiedenis
1 / 50
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom bij Geschiedenis

Slide 1 - Slide

Aan het einde van de les kun je:
  • uitleggen hoe Rome werd bestuurd (republiek en keizerrijk)
  • beschrijven hoe Rome een wereldrijk werd
  • belangrijke personen noemen (Caesar en Augustus)
  • uitleggen wat Pax Romana is
  • de standen in de Romeinse samenleving noemen

Slide 2 - Slide

De Romeinse Republiek
509 v.C. → Republiek
  • Geen koning
  • Senaat bestuurde Rome
  • Twee consuls per jaar gekozen
  • Volkstribunen beschermden het volk.

Slide 3 - Slide

 Veroveringen

  • Rome veroverde eerst heel Italië
  • Daarna gebieden rond de Middellandse Zee
  • Grote oorlogen tegen Carthago (Punische oorlogen)
  • 146 v.C. → Carthago definitief verslagen
  • Hoe groter het rijk werd, hoe moeilijker het bestuur

Slide 4 - Slide

Begrippen: 
  • Carthago: Een grote handelsstad in Noord-Afrika, die door Rome werd verslagen.
  • Gallië: Een gebied dat nu Frankrijk en België is, veroverd door Julius Caesar.
  • Imperium: Een groot rijk dat door één volk of keizer wordt bestuurd.

Slide 5 - Slide

Julius Caesar
  • Machtige generaal van Rome
  • Veroverde Gallië (58–54 v.C.)
  • Kreeg veel steun van het leger
  • 46 v.C. → benoemt zichzelf dictator
  • Dictator = alleenheerser

Slide 6 - Slide

Begrippen:

Forum Romanum: Het centrale plein van Rome waar handel, politiek en religie samenkwamen.
Senaat: Een groep mensen die beslissingen namen over het bestuur van Rome.

Slide 7 - Slide

Het ontstaan van het keizerrijk
  • 44 v.C. → Julius Caesar vermoord
  • Daarna burgeroorlog in Rome
  • Octavianus wint de strijd
  • 27 v.C. → Augustus wordt eerste keizer
  • Rome is geen republiek meer maar keizerrijk

Slide 8 - Slide

Pax Romana = Romeinse vrede
  • Lange periode van rust en stabiliteit in het rijk
  • Het Romeinse leger zorgde voor veiligheid
  • Er werden goede wegen aangelegd door het hele rijk
  • Overal golden dezelfde wetten en munten
  • Hierdoor kon handel makkelijk groeien

Slide 9 - Slide

Bestuur van het Romeinse Rijk
  • Het rijk was verdeeld in provincies
  • Het rijk was te groot voor één bestuurder
  • Elke provincie had een gouverneur
  • Gouverneur = bestuurder namens de keizer
  • Gouverneur zorgde voor orde, wetten en belasting

Slide 10 - Slide

Sociale groepen in Rome
  • Patriciërs → rijke families, veel macht
  • Plebejers → gewone burgers
  • Sommige plebejers werden rijk en kregen meer rechten
  • Proletariërs → arme mensen zonder bezit
  • Slaven → geen vrijheid, zwaar werk

Slide 11 - Slide

Samenvattend 
  • Rome groeide door veroveringen tot een wereldrijk
  • Eerst bestuurd als republiek
  • Later een keizerrijk met Augustus
  • Pax Romana zorgde voor vrede en handel
  • De samenleving had grote sociale verschillen

Slide 12 - Slide

Welkom bij Geschiedenis

Slide 13 - Slide

Lesdoelen:

  • Je leert hoe je bronnen kunt gebruiken om iets te leren over het verleden en hoe je kunt bepalen of een bron betrouwbaar is.

Slide 14 - Slide

Wat is een bron?

Slide 15 - Open question

Wat betekent 'een betrouwbare bron'?

Slide 16 - Open question

Zijn alle bronnen betrouwbaar?
A
Ja
B
Nee

Slide 17 - Quiz

Betrouwbaarheid van bronnen
Er zijn heel veel bronnen, maar…
Is alle informatie juist? Bronnen met juiste informatie zijn betrouwbaar
Betrouwbaarheid kun je controleren doormiddel van vragen:

Slide 18 - Slide

Wanneer is de bron gemaakt/geschreven?
- Is de bron vrij snel na een gebeurtenis geschreven?
- Is het een verhaal van één persoon of zijn er meerdere bronnen die dit onderbouwen?
- Wat komt er soms bij een ervaring kijken?

Slide 19 - Slide

Hoe is de schrijver aan de informatie gekomen?
- Hoe minder schakels, hoe betrouwbaarder
- Wetenschappelijke artikelen
- Functie van de schrijver? (bijvoorbeeld arts of psycholoog)

Slide 20 - Slide

Pak je laptop 
Ga naar Kahoot :)

Slide 21 - Slide

Bruikbaarheid van bronnen
  • Bronnen geven informatie over het verleden.
  • Niet alle bronnen zijn even betrouwbaar.
  • Let op: Wie maakte de bron? Wanneer? Waarom?

Slide 22 - Slide

Paragraaf 4.2
Koningstijd, republiek, keizertijd

Slide 23 - Slide

Leerdoelen 
  • Je kunt beschrijven hoe het Romeinse Rijk van een koninkrijk een republiek werd. 
  • Je kunt met voorbeelden uitleggen hoe de Romeinse bestuurders het volk tevreden hielden. 

Slide 24 - Slide

Van koningstijd naar republiek
Rome had eerst koningen, maar de laatste koning was streng en werd in 509 v.Chr. weggejaagd. Daarna werd Rome een republiek, waarin de macht bij de senaat en twee consuls lag.

Slide 25 - Slide

De senaat

De senaat was een groep rijke en ervaren mannen die advies gaven over oorlog, wetten en geld.

Slide 26 - Slide

Consuls 
De twee consuls bestuurden Rome en leidden het leger. Ze werden elk jaar gekozen en moesten samenwerken. Ze konden elkaar tegenhouden als ze het niet eens waren.

Slide 27 - Slide

Ze werkten samen met:
- De senaat (advies over bestuur).
- De volksvergadering (gewone burgers kozen consuls en stemden over wetten).
- De volkstribunen (zij kwamen op voor de plebejers en konden wetten tegenhouden met vetorecht)

Slide 28 - Slide

Plebejers en volkstribuun
  • Plebejers waren gewone burgers, zoals boeren en ambachtslieden. Ze hadden eerst weinig macht.
  • De volkstribuun was een bestuurder die de plebejers beschermde en wetten kon tegenhouden met het vetorecht.
  • Vetorecht = "Ik verbied het!" → De volkstribuun kon een voorstel blokkeren als het slecht was voor het gewone volk.

Slide 29 - Slide

Proletariërs
Dit waren arme Romeinen zonder land. Ze hadden alleen hun kinderen (‘proles’) en leefden van gratis brood en spektakel in de stad.

Slide 30 - Slide

In het amfitheater
Romeinen hielden van spektakel! In het amfitheater, zoals het beroemde Colosseum, keken ze naar:

  • Gladiatorengevechten
  • Dierengevechten
  • Theater en schijngevechten

Slide 31 - Slide

Julius Caesar
Een beroemde generaal en politicus. Hij veroverde Gallië (Frankrijk) en werd later alleenheerser over Rome. In 44 v.Chr. werd hij vermoord door senatoren die bang waren dat hij koning wilde worden.

Slide 32 - Slide

 Caesar Augustus
De geadopteerde zoon van Julius Caesar. Hij werd de eerste keizer van Rome en maakte een einde aan de republiek. Onder zijn bewind begon de Pax Romana (een lange tijd van vrede in het rijk).

Slide 33 - Slide

De keizertijd
 Na Augustus kwamen er meer keizers. De senaat had minder macht en Rome werd bestuurd door één leider. Het rijk groeide en werd de machtigste staat ter wereld. Bekende keizers waren:

Nero (wreed en berucht)
Trajanus (liet Rome op zijn grootste groeien)
Constantijn de Grote (werd christen en maakte van Constantinopel een nieuwe hoofdstad)

Slide 34 - Slide

De Limes 1/2 
  • De limes was de noordgrens van het Romeinse Rijk.
  • Er waren verschillende soorten limes:

- Natuurlijke grenzen: zoals rivieren (bijvoorbeeld de Rijn in Nederland) en bergen. 
- Kunstmatige grenzen: muren, wachttorens en forten die door mensen werden gebouwd.

Slide 35 - Slide

De Limes 2/2
  • Soldaten bewaakten de grens met wachttorens en forten (kleine verdedigingswerken).
  • Handelaren en bewoners zorgden voor economische activiteit. 
  • De limes zorgde niet alleen voor verdediging, maar ook voor handel en uitwisseling van culturen.

Slide 36 - Slide

Germaanse boeren
Germanen woonden in kleine dorpen.
Ze leefden van landbouw en veeteelt.
Door contact met Romeinen leerden ze nieuwe technieken.
Veel Germanen werkten op Romeinse villa's als boeren of ambachtslieden.

Slide 37 - Slide

Paragraaf 4.3 en 4.4

Slide 38 - Slide

Leerdoelen 
  • Je kunt uitleggen wat romanisering is en waarom dit gebeurde. 
  • Je kunt beschrijven hoe het christendom de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk werd. 

Slide 39 - Slide

Wat is romanisering?
Romanisering betekent dat volken in het Romeinse rijk de Romeinse cultuur overnamen.
Ze gingen Romeinse gewoontes, taal, wetten, religie en levensstijl gebruiken.

Slide 40 - Slide

Waarom gebeurde romanisering?
  • Romeinen bouwden steden met tempels, badhuizen, markten en wegen.
  • In die steden gingen mensen leven zoals Romeinen.
  • Soldaten en handelaren verspreidden de Romeinse cultuur.
  • De Romeinen wilden dat iedereen in het rijk zich als Romein gedroeg → makkelijker te besturen.
  • Door romanisering werd het rijk sterker en meer één geheel.

Slide 41 - Slide

Voorbeelden van romanisering:
  • Steden zoals Nijmegen (Ulpia Noviomagus).
  • Romeinse wegen (voor soldaten en handel).
  • Romeinse tempels en badhuizen.
  • Mensen gingen Latijn spreken en Romeinse wetten volgen.

Slide 42 - Slide

Hoe begon het christendom?
  • Het christendom begon in Judea, een gebied in het Romeinse rijk.
  • Jezus van Nazareth vertelde over God.
➜ Hij zei: God houdt van iedereen.
Na zijn dood gingen zijn volgelingen over hem vertellen.
➜ Zij noemden hem de zoon van God.

Slide 43 - Slide

Wat geloofden christenen?
Er is maar één God (monotheïsme).
Jezus is de zoon van God.
Iedereen is gelijk voor God.
Na de dood ga je naar de hemel, als je goed leeft

Slide 44 - Slide

Voor wie was het christendom aantrekkelijk?
Arme mensen: ze waren gelijk aan rijke mensen.
Slaven: ook slaven waren belangrijk voor God.
Vrouwen: vrouwen kregen meer respect.
➜ Iedereen hoorde erbij!

Slide 45 - Slide

Waarom vonden de Romeinen het gevaarlijk?

Christenen wilden de keizer niet vereren als god.
Ze deden niet mee aan Romeinse feesten.
Ze kregen de schuld als er dingen fout gingen, zoals ziektes of branden.
➜ Daarom werden ze soms streng gestraft of vervolgd.

Slide 46 - Slide

Wanneer veranderde dit?
Wet uit 313 na Christus: Keizer Constantijn gaf christenen vrijheid om hun geloof te volgen.
➜ Dit heet het Edict van Milaan.
Constantijn werd later zelf christen.

Slide 47 - Slide

Wanneer werd het christendom de staatsgodsdienst?

392 na Christus: Keizer Theodosius zei:
➜ Het christendom is de enige godsdienst in het rijk.
➜ Andere godsdiensten werden verboden.

Slide 48 - Slide

Wat veranderde er?

Er kwamen kerken.
De leider van de kerk werd de bisschop van Rome → de paus.
Christelijke feesten zoals Kerst en Pasen werden belangrijke feestdagen.

Slide 49 - Slide

Bisschop en Paus
 
Een bisschop is een leider van christenen in een gebied.
De bisschop van Rome werd de belangrijkste leider.
Hij heet de paus.
De paus is de leider van alle christenen.
De paus woont in Rome 

Slide 50 - Slide