Stage 3 Hoofdstuk 5

Praktijk en loopbaan
Stage 3

1 / 31
next
Slide 1: Slide
Burgerschapsonderwijs

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Praktijk en loopbaan
Stage 3

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Hoofdstuk 5
Samenwerken

Slide 3 - Slide

v
Samenwerken

Slide 4 - Mind map

Samenwerken
Bladzijde 48

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Wat is belangrijk voor een goede samenwerking?
Belangrijk
Niet belangrijk
Elkaars allerbeste vrienden zijn
Afspraken nakomen
Rekening met elkaar houden
Dezelfde talenten hebben

Slide 7 - Drag question

Maak opdracht 1 tot en met 3
Bladzijde 49

Slide 8 - Slide

Verantwoordelijk zijn
Bladzijde 50

Slide 9 - Slide


Je maakt een taart in een groepje van 4. 
Jij moet het beslag maken. Waarvoor ben jij verantwoordelijk?
A
Alleen het beslag
B
Voor het beslag en de hele taart
C
Voor het beslag en het glazuur aanbrengen
D
Voor de boodschappen, het beslag en de hele taart

Slide 10 - Quiz

Maak opdracht 4 en 5
Bladzijde 50 en 51

Slide 11 - Slide

Van elkaar leren
Bladzijde 52

Slide 12 - Slide


Je gaat met een groep een moeilijke taak uitvoeren.
Hoe kun je bij het samenwerken van elkaar leren
Door:
A
Net doen alsof je de taak helemaal niet moeilijk vindt
B
Hulp vragen aan iemand die de taak ook moeilijk vindt
C
Hulp vragen aan iemand die de taak goed kan
D
Iemand anders de taak in zijn eentje laten opknappen

Slide 13 - Quiz

Maak opdracht 6 en 7
Bladzijde 52 en 53

Slide 14 - Slide

Zelfstandigheid
Bladzijde 53

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide


Door samen te werken word je:
A
arroganter
B
liever
C
luier
D
zelfstandiger

Slide 17 - Quiz

Maak opdracht 8 en 9
Bladzijde 53 en 54

Slide 18 - Slide

Welke vaardigheden heb je nodig om goed te kunnen samenwerken?
Wel nodig
Niet nodig
Plannen
Afspraken nakomen
Overleggen
Goed alleen kunnen werken

Slide 19 - Drag question

Maak opdracht 10 en 11
Bladzijde 54 en 55

Slide 20 - Slide

Kritiek
Bladzijde 56

Slide 21 - Slide


Wanneer geef je iemand kritiek? 
Als je:
A
vindt dat die persoon iets verkeerd doet of zegt
B
vindt dat die persoon iets heel goeds doet of zegt
C
jaloers bent op die persoon omdat hij zijn werk goed doet
D
die persoon eens flink aan het huilen wilt maken

Slide 22 - Quiz

Maak opdracht 12
Bladzijde 56

Slide 23 - Slide

Kritiek geven
Bladzijde 56

Slide 24 - Slide


Wat is een goede manier van kritiek geven?
A
Ik vind jou stom.
B
Jij bent altijd te laat.
C
Ik vind dat je netjes werkt, maar soms vergeet je klanten te begroeten.
D
Ik vind jou onbeleefd. Volgens mij vindt geen enkele klant jou aardig.

Slide 25 - Quiz

Maak opdracht 13 en 14
Bladzijde 56 en 57

Slide 26 - Slide

Vergaderen
Bladzijde 57

Slide 27 - Slide


Wat is de agenda voor een vergadering?
A
B
C
D

Slide 28 - Quiz

Maak opdracht 15 tot en met 17
Bladzijde 58 tot en met 60

Slide 29 - Slide

Maak keuzeopdracht 18 en/of 19 en opdracht 20
Bladzijde 61 en 64

Slide 30 - Slide


Noem een ding wat je moeilijk vindt aan samenwerken.

Slide 31 - Open question