Project Prentenboek - Kenmerken

Project prentenboek


  • kleuters
  • prentenboeken
  • uitleg activiteit
  • aan de slag
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1,2

This lesson contains 17 slides, with text slides.

Items in this lesson

Project prentenboek


  • kleuters
  • prentenboeken
  • uitleg activiteit
  • aan de slag

Slide 1 - Slide

Programma
  • Groepsverdeling
  • Brainstorm: kenmerken prentenboek
  • Uitleg door de vakexpert
  • Aan de slag: moodboard

Slide 2 - Slide

Doelpubliek: kleuters (3-6 jaar)

Slide 3 - Slide

Onderzoek!
  • Bekijk (en lees) verschillende prentenboeken. 
  • Vergelijk de boeken met elkaar.
  • Vul het document in.
  • Upload het document.
  • Klaar? Brainstormen over je zelf te maken prentenboek. 

Slide 4 - Slide

Aantal pagina's, woorden en illustraties
  • Gemiddeld 24 bladzijden
  • Gemiddeld 12 prenten (vaak in het groot op de achtergrond)
  • Niet meer dan 1000 à 1500 woorden in totaal
  • 50 à 75 woorden per bladzijde
  • Houd de tekst beperkt.

Slide 5 - Slide

Thema's
Wat houdt een kleuter bezig?

knuffel kwijt
bedtijdritueel
omgaan met gevoelens
vriendjes
naar de tandarts
verdwaald
...

Slide 6 - Slide

Thema
herkenbare situaties
omgeving van de kleuter
humor!

Slide 7 - Slide

Hoofdpersonage
  • Vaak een dier of een kind
  • Kies een type: dapper, dom, gemeen, grappig ...
  • Let op het uiterlijk, dit blijft het hele boek hetzelfde!
  • Hij/zij ontmoet doorheen het verhaal verschillende personages.

Slide 8 - Slide

Ruimte en tijd
  • Ruimte = zee, thuis, in de ruimte ...? Wissel niet te veel af!
  • Tijd = heden

Slide 9 - Slide

Verhaallijn: 
helder en eenvoudig
1. Zorg voor een goed probleem (dat aansluit bij hun leefwereld!).
2. De hoofdpersoon gaat op pad en gaat op zoek naar de oplossing.
3. Hij/zij ontmoet verschillende personages en maakt een aantal beproevingen mee.
4. Het verhaal loopt goed af.

Slide 10 - Slide

Denk in beelden
--> gemiddeld 24 blz. en 12 prenten

Deel je verhaal daarom op in 10 tot 15 stappen en bedenk bij iedere stap een passend beeld.



Slide 11 - Slide

Tekst: zinsbouw en woordenschat
  • Gebruik actieve zinnen.
  • Vergelijk de volgende zinnen:
    - Passief: Konijn werd door alle dieren geknuffeld.
    - Actief: Alle dieren gaven konijn een knuffel.
  • In een actieve zin staat het onderwerp voorop.
  • Probeer je zinnen helder te houden. 
  • Gebruik niet te veel woorden.

Slide 12 - Slide

Tekst: zinsbouw en woordenschat
  • Een prentenboek is een voorleesboek. Maak je taal muzikaal!
  • Wissel korte en lange zinnen af.
  • Lees je zinnen hardop aan jezelf voor. Hoe klinkt het? Waar hapert het?
  •  Schrijf en herschrijf net zo lang tot het perfect klinkt.

Slide 13 - Slide

Leef je in de wereld van de kleuters in!
  • Hun wereld is magisch. De grenzen tussen realiteit en fantasie zijn soms dun.
  • Ze kunnen vaak nog geen logische verbanden leggen.
  • Abstracte begrippen vinden ze moeilijk en ze nemen veel dingen letterlijk.

Slide 14 - Slide

Cover en flaptekst
  • Titel
  • Schrijver(s) 
  • Illustrator(en) 
  • Flaptekst: aantrekkelijk


Slide 15 - Slide

Moodboard:
brainstorm
  • Brainstorm over jullie verhaal: thema, probleem, hoofdpersoon, personages ...
  • Stel jullie brainstorm voor in een moodboard.


Slide 16 - Slide

Slide 17 - Link