¡A trabajar! Aan het werk!
Je krijgt van je docent een stencil met een opdracht over de wederkerende werkwoorden.
Vervoeg deze werkwoorden in de juiste persoon.
Kies vervolgens 3 zinnen uit en vertaal deze naar het
Nederlands. Schrijf de vertaling op de achterkant.
Klaar? Leer het blokje "Werkwoorden van de dagelijkse
routine" uit je woordenlijst.