Leerstrategieën
Start
Leerstrategieën
Start
Terugblik toetsweek 1
Hoe is de eerste toetsweek verlopen?
Hoe vond je de eerste toetsweek van dit schooljaar?
Heel makkelijk
Best makkelijk
Niet makkelijk, maar ook niet moeilijk
Best moeilijk
Heel moeilijk
Hoe tevreden ben je over hoe je hebt geleerd?
Wanneer begon je meestal met leren?
Op de dag van de toets
De avond vóór de toets
2 dagen vóór de toets
3 of 4 dagen vóór de toets
5 of meer dagen vóór de toets
Hoe heb jij vooral geleerd?
Hoe controleerde je of je de stof kende?
Dat controleerde ik niet
Ik las de stof nog een keer
Ik deed mijn boek dicht en probeerde het zelf op te noemen
Ik liet iemand mij overhoren
Ik gebruikte flashcards/Quizlet
Ik maakte oefenvragen of een oefentoets
Wat vond je het moeilijkst aan de toetsweek?
Op tijd beginnen
Weten wat ik moest leren
Me concentreren
De stof begrijpen
De stof onthouden
Weten hoe ik moest leren
Wat wil je voor de volgende toetsweek anders doen?
Classroom 'Schoolse vaardigheden'
Lesgroepcode:
vhdumgiu
Hierin staan de leerstrategieën van vandaag kort uitgelegd.
Actief ophalen
Het verschil tussen lezen en leren
Woorden leren (ronde 1)
In je werkboekje staan 10 woorden en hun betekenis.
Probeer in 3 minuten zoveel mogelijk woorden en hun betekenis te onthouden.
Dit doe je op jouw eigen manier.
Nakijken ronde 1
Observeren
Essentieel
Constateren
Argument
Consequentie
Interpreteren
Relevant
Formuleren
Analyseren
Concluderen
goed bekijken
heel belangrijk
vaststellen
reden waarmee je iets probeert te bewijzen
gevolg
uitleg geven aan wat iets betekent
belangrijk voor het onderwerp
iets onder woorden brengen
iets nauwkeurig onderzoeken
een conclusie trekken
Woord
Betekenis
Woorden leren (ronde 2)
Verderop staan 10 nieuwe woorden met hun betekenis. Probeer in 3 minuten zoveel mogelijk woorden en hun betekenis te onthouden.
Doe het zo:
bekijk een woord met betekenis.
doe de woorden weg en probeer het woord met de betekenis op te schrijven.
controleer je antwoord.
goed? --> volgende woord
fout? --> opnieuw proberen
Nakijken ronde 2
Benadrukken
Voorspellen
Beïnvloeden
Kenmerk
Verklaren
Geleidelijk
Toepassen
Onderscheiden
Oorzaak
Vergelijken
extra aandacht geven aan iets
zeggen wat je denkt dat er gaat gebeuren
ervoor zorgen dat iets of iemand verandert
iets waaraan je iets kunt herkennen
uitleggen hoe of waarom iets gebeurt
langzaam, stap voor stap
iets gebruiken in een bepaalde situatie
het verschil tussen dingen zien
iets waardoor iets anders gebeurt
kijken naar overeenkomsten en verschillen
Woord
Betekenis
Actief ophalen
Als je alleen leest, voelt het alsof je goed bezig bent, maar herkennen is iets anders dan zelf kunnen bedenken.
Actief ophalen = zonder te kijken proberen informatie uit je hoofd te halen.
Niet: lezen → lezen → lezen → lezen
Wel: leren → boek dicht → proberen → controleren → opnieuw proberen
Actief ophalen
Voorbeelden:
boek dichtdoen en opschrijven wat je weet;
antwoord afdekken;
flashcards gebruiken;
jezelf vragen stellen;
jezelf laten overhoren;
een oefentoets maken.
Jezelf overhoren
Hoe controleer je of je informatie onthouden hebt?
Jezelf overhoren
Lees de tekst over GTA VI in je werkboekje.
Bedenk 4 vragen waarmee je kunt controleren of je de tekst kent.
Schrijf deze vragen in je werkboekje.
Jezelf overhoren
Zo overhoor je jezelf:
1. Bestudeer de leerstof.
2. Doe je boek dicht.
3. Stel jezelf een vraag.
4. Geef antwoord zonder te kijken.
5. Controleer je antwoord.
6. Fout? Probeer het later opnieuw.
Gespreid leren
Hoe verdeel je het leerwerk?
Situatie
James heeft vrijdag een toets Engels. Hij moet 20 woorden, een grammaticaregel en een korte tekst leren. Donderdagavond leert hij alles twee uur lang.
Wat vind je van zijn aanpak?
Heel goed
Best goed
Niet zo handig
Heel slecht
Zelf een verdeling maken
In je werkboekje staat beschreven wat Sam moet leren voor zijn toets op vrijdag. Maak zelf een verdeling van de leerstof van Sam.
Voorbeeld
Maandag
Begrip 1–10 leren + jezelf overhoren
Dinsdag
1–10 kort herhalen + 11–20 leren
Woensdag
1–20 kort overhoren + 21–30 leren
Donderdag
Alle 30 door elkaar overhoren
Vrijdag
Korte controle voor de toets
Gespreid leren
Je onthoudt leerstof beter wanneer je meerdere keren op verschillende momenten oefent.
Vier keer 20 minuten op verschillende dagen is meestal slimmer dan één keer 80 minuten vlak voor de toets.
Uitleg in eigen woorden
In eigen woorden kunnen uitleggen = goed begrijpen
Opdracht deel 1 (uitleggen in eigen woorden)
In je werkboekje staat een korte tekst over zweten. Lees de tekst.
Bedek de tekst en leg in eigen woorden uit waarom zweten ervoor zorgt dat je lichaam afkoelt.
Opdracht deel 2 (controleren)
Controleer of de volgende vragen beantwoord worden in de uitleg:
wanneer je gaat zweten
wat er met het zweet op je huid gebeurt
waarom je lichaam daardoor afkoelt
Uitleggen in eigen woorden
Als je iets in je eigen woorden kunt uitleggen zonder te kijken, weet je beter of je het echt begrijpt.
En als je tijdens je uitleg vastloopt?
Dat is juist nuttige informatie. Je weet nu welk stukje je opnieuw moet bekijken.
Afsluiting
Wat neem je mee?
Samenvatting
1. Haal het uit je hoofd
Kijk niet steeds naar het antwoord. Probeer het zelf te bedenken.
Boek dicht → vraag → antwoord → controleren.
2. Verdeel je leren
Leer niet alles in één keer. Kom op verschillende dagen terug op de stof.
3. Leg het uit
Kun je het zonder boek in je eigen woorden uitleggen? Dan weet je of je het begrijpt.
Classroom 'Schoolse vaardigheden'
In de Classroom 'Schoolse vaardigheden' komen meer leerstrategieën te staan die je kunt gebruiken bij het leren voor een toets.
Welke manier van leren wil jij bij je volgende toets vaker gebruiken?
Mezelf overhoren
Boek dichtdoen en opschrijven wat ik weet
Oefenvragen maken
De stof over meerdere dagen verdelen
De stof aan iemand (of jezelf) uitleggen
Wat ga jij bij je volgende toets anders doen dan bij je eerste toetsweek?