English: Food
English: Food
Zoek je match!
Sta in 2 rijen.
1 rij voor personen met een foto
1 rij voor personen met een woord
Ga tegenover elkaar staan
Woord: Spreek de persoon voor jou aan en vraag 'Do you have .... (woord op je kaartje).
Foto: Antwoord met "Yes / No"
Schuif door te je een match hebt.
Ga daarna terug naar je plaats
Doelen van deze les
Je kan 5 nieuwe woorden gebruiken in een gesprek op de markt.
Je kan de nieuwe woorden juist uitspreken.
Je kan een kort gesprek voeren op de markt en daarbij producten vragen en de prijs zeggen.
Zinnen die je kan gebruiken (customer/klant):
“May I have a ……., please?” – “Mag ik een ……., alstublieft?”
“How much is a …….?” – “Hoeveel kost een ………?”
“I want two ………….” – “Ik wil twee ………...”
Zinnen die je kan gebruiken (seller/verkoper):
“That's 2 euros” – “Dat is 2 euro”
“......... are/ is 1 euro” – “......... zijn/ is 1 euro ”
“Here you go, of course, sure” – “Alsjeblieft, natuurlijk, zeker”
-> antwoorden als iemand je iets vraagt.
Voorbeeld rollenspel met de leerkracht
Customer: “Good morning! May I have a carrot, please?”
Seller: “Yes, of course. That’s 1 euro.”
Customer: “I want two bananas.”
Seller: “Two bananas are 2 euros.”
Customer: “May I have a tomato?”
Seller: “Sure, that’s 1 euro.”
Customer: “I’ll take some grapes.”
Seller: “Here you go. That’s 3 euros.”
Customer: “May I have a pumpkin?”
Seller: “Of course, 2 euros.”
Customer: “Thank you!”
Seller: “You’re welcome! Have a nice day!”
rollenspel in duo's
Zit samen met jouw "match"
Nodig: stukken fruit, prijslijst, spiekbriefjes en woordenlijst
Probeer ook eens zonder spiekbriefje en woordenlijst
Rollenspel in duo's
Afspraken:
We oefenen tot de timer stopt.
Leef je in in je rol. Niet spelen met het eten.
We laten elkaar uitpraten.
We lachen elkaar niet uit.
minute
second
Welk gevoel heb je?
English: Food
Welke fruit kennen jullie nog?
Welke groenten kennen jullie nog?
Oefeningen
minute
second
English: Food
Breakfast
Wat gaan we doen?
Nieuwe woorden leren kennen.
De nieuwe woorden uitspreken.
Een luisteropdracht.
Een geprek met andere leerlingen.
Een spelletje.
Doelen van deze les
Je kan nieuwe woordenschat uitspreken.
Je kan luisteren naar een Engels gesprek en de belangrijke woorden herkennen.
Je kan een gesprek voeren over jouw ontbijt.
Je durft de nieuwe woorden of zinnen uit te spreken.
Afspraken
We praten rustig.
Hand in de lucht als je iets wil vragen.
We luisteren naar elkaar.
We lachen elkaar niet uit.
What do you eat for breakfast?
Opdracht
Zet het nummer van het woord bij de juiste foto.
Apple
minute
second
1
1
J
Luisteropdracht
Zet een kruis X bij de woorden die je hoort in het filmpje.
Zet een kruis bij de woorden die je in het filmpje hoort. (min 2)
Opdracht
Stel je eigen ontbijt samen.
Vraag 3 andere leerlingen wat zij eten als ontbijt.
! Als je klaar bent ga je in stilte terug op je plaats zitten
Stel je eigen ontbijt samen
Kies minstens nieuwe 3 woorden.
Schrijf minstens 3 zinnen over ontbijt met die nieuwe woorden.
minute
second
Spreken
Vraag minstens 3 leerlingen wat zij eten als ontbijt.
Duid aan op je blad welk ontbijt zij kiezen.
minute
second
What do you eat for breakfast?
! Als je klaar bent ga je in stilte terug op je plaats zitten
Opdracht per 3 - memory
Draai elk om beurt 2 kaartjes om tot je 2 dezelfde hebt. .
Spreek het woord op de kaartjes uit of maak er een zin mee.
minute
second
Repeat!
Bingo!
Herhaal het woord dat de leerkracht zegt (op het teken).
Duid het aan op je bingokaart.
X