Begin van de baring, Pijnstilling en normale bevalling


Les 5

Begin van de baring, Pijnstilling en normale bevalling

1 / 31
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson


Les 5

Begin van de baring, Pijnstilling en normale bevalling

Lesdoelen:

  • Uitleggen wat er gebeurt bij het begin van de baring.


  • De verschillende medicatie benoemen tegen bevallingspijn en die uitleggen.


  • De stappen van een normale bevalling uitleggen.



Begin van de baring

Wat gebeurt er in het begin van de baring?

1. Voorweeën worden echte weeën

  • De weeën worden regelmatiger, sterker en pijnlijker.

  • Ze duren meestal 30–60 seconden en komen om de 5–20 minuten.

  • De baarmoedermond (cervix) begint te verweken, verstrijken en open te gaan (tot ongeveer 3–4 cm ontsluiting).


2. Vruchtwater kan breken (hoeft niet direct)

3. Lichamelijke signalen

  • Lage rugpijn of menstruatie-achtige krampen

  • Misselijkheid of diarree (het lichaam maakt zich ‘leeg’)

  • Verlies van de slijmprop (een beetje slijm met bloed)

4. Psychische signalen

  • Je voelt je vaak gespannen, opgewonden of onrustig

  • De behoefte om je terug te trekken of juist steun te zoeken

Begin van de baring

Hoelang duurt het begin van de baring?

  • Bij een eerste kindje kan deze fase enkele uren tot zelfs 24 uur duren.

  • Bij volgende kinderen verloopt dit vaak sneller.

Wanneer blijf je nog thuis, wanneer bel je hulp?


Je blijft meestal nog thuis tot de weeën:

  • Elke 4-5 minuten komen

  • Minstens 1 minuut duren

  • En dit al 1 tot 2 uur aanhoudt

➡️ Bij twijfel: altijd even je verloskundige bellen.

Medicatie tegen bevallingspijn

Lachgas

  • Wat doet het?

Het zorgt voor een suf gevoel, waardoor je de pijn minder intens ervaart.


Voordelen:

  • Het is makkelijk toe te dienen.

  • Je verloskundige kan het toedienen als die hiervoor is opgeleid.

  • Bijwerkingen verdwijnen snel na het stoppen met inhaleren.

  • Het zorgt voor ontspanning tussen de weeën door.

  • Je blijft je volledig bewust van de bevalling.

Nadelen:

  • Je kan er misselijk van worden en gaan overgeven.

  • Je wordt er slaperig van.

  • Je kan niet meer rondlopen, naar de wc, in bad of onder de douche.

  • Het is niet geschikt tijdens het persen.

  • Je moet ervoor naar het ziekenhuis

Pethidine

  • Wat is het?

Pethidine is een opioïde. Je kan het vergelijken met morfine. Je krijgt het via een prik in je bil of je bovenbeen.

Voordelen:

  • Het werkt rustgevend.

  • Het kan je helpen ontspannen en slaperig maken.

  • Je kan het in veel ziekenhuizen krijgen.

Nadelen:

  • Het werkt twee tot vier uur. Je kan de werking niet eerder stoppen als je last krijgt van de bijwerkingen.

  • Je kan er suf van worden. Daardoor kan je je soms delen van je bevalling niet herinneren.

  • Je kan er misselijk van worden.

  • Je kan niet meer rondlopen, naar de wc, in bad of onder de douche.

  • Je kan het niet in alle ziekenhuizen krijgen.

Remifentanil (morfinepomp)

  • Wat is het?

Remifentanil is een soort morfine. Je krijgt dit via een infuus in je hand. Aan het infuus zit een pompje met een knop, waarmee je jezelf remifentanil toedient.

Voordelen:

  • Je kan de pijnstilling zelf toedienen. Dit kan helpen voor je gevoel van controle.

  • Het werkt snel: binnen negentig seconden.

  • Het is ook snel uitgewerkt, waardoor je snel geen last meer hebt van de bijwerkingen.

  • Je kan het in veel ziekenhuizen krijgen.

Nadelen:

  • Je kan er suf van worden. Daardoor kan je je soms delen van je bevalling niet herinneren.

  • Je kan niet meer rondlopen, naar de wc, in bad of onder de douche.

  • Na twee tot vier uur gaat de morfine minder goed werken.

  • Je lichaam raakt eraan gewend.

  • Je kan langzamer gaan ademen, waardoor je te weinig zuurstof kan krijgen. Soms is het toedienen van zuurstof nodig.

Ruggenprik

  • Wat is het?

Een ruggenprik wordt geplaatst door een anesthesioloog. Dit is een arts gespecialiseerd in verdoving. Deze brengt met behulp van een naald een slangetje in je onderrug, tussen de ruggenwervels. Via dit slangetje komen verdovingsmiddelen in het ruggenmerg terecht.

Voordelen:

  • Het is de vorm van pijnbestrijding die het best en het langst werkt.

  • Het werkt snel.

  • Je kan het langere tijd gebruiken.

  • Je wordt er niet suf van.

  • De verdoving heeft geen effect op de baby.

Nadelen:

  • Je kan minder goed bewegen of verschillende bevalhoudingen aannemen, doordat je geen gevoel hebt in je onderlichaam.

  • Door de ruggenprik krijg je soms een lage bloeddruk. Daardoor kan je misselijk en duizelig worden. Ook kan de hartslag van de baby dalen. Je krijgt dan extra vocht in een infuus.

  • Er is een grotere kans op een keizersnede en een geboorte met een vacuümpomp, doordat het persen langer kan duren.

Welke vorm van medicatie tegen bevallingspijn wordt het meest gebruikt in ziekenhuizen in Nederland?

A

Paracetamol

B

Epidurale verdoving (ruggenprik)

C

Lachgas

D

Ijs om op te bijten

Wat doet lachgas (MEOPA) tijdens de bevalling?

A

Het vermindert de weeën

B

Het neemt de pijn helemaal weg

C

Het werkt kalmerend en maakt de pijn dragelijker

D

Het stopt de bevalling tijdelijk

Wat is een nadeel van pethidine tijdens de bevalling?

A

Het maakt de bevalling pijnlijker

B

Het kan de ademhaling van de baby beïnvloeden

C

Het zorgt voor snellere ontsluiting

D

Het versterkt de weeën

Waarom krijgt niet elke vrouw automatisch pijnstilling tijdens de bevalling?

A

Omdat pijn een belangrijk signaal is

B

Omdat het niet altijd medisch nodig is

C

Omdat sommige vrouwen geen medicatie willen

D

Alle bovenstaande antwoorden zijn juist

De stappen van een normale bevalling

Stap 1: Beginnende weeën (ontsluitingsfase)

  • De bevalling begint meestal met regelmatige weeën die steeds sterker en frequenter worden.

  • De baarmoederhals (cervix) begint te ontsluiten en wordt dunner (verstrijken).

  • De ontsluiting gaat van 0 cm naar ongeveer 10 cm.

  • Dit kan uren tot soms wel een dag duren.

Stap 2: Actieve ontsluiting

  • Weeën worden sterker, regelmatiger en pijnlijker.

  • De baarmoederhals opent zich sneller van ongeveer 4 cm tot 10 cm.

  • Dit is het moment om naar het ziekenhuis of de verloskundige te gaan, als je thuis bent begonnen.

Stap 3: Volledige ontsluiting

  • De baarmoederhals is volledig geopend (10 cm).

  • Dit betekent dat het geboorte kanaal open is en de baby kan geboren worden.

  • De moeder krijgt vaak de aandrang om mee te persen bij de weeën.

Stap 4: Uitdrijvingsfase

  • De moeder perst mee tijdens weeën om de baby door het geboortekanaal te krijgen.

  • De baby komt meestal met het hoofdje eerst naar buiten.

  • Dit kan van enkele minuten tot een paar uur duren.

  • Na de geboorte van het hoofdje volgen de schouders en daarna de rest van het lichaam.

Stap 5: Nageboorte

  • Na de geboorte van de baby komen de placenta en de vliezen (de nageboorte) eruit.

  • Dit gebeurt meestal binnen 30 minuten na de baby.

  • De weeën blijven licht en helpen de placenta los te maken en af te drijven.

Stap 6: Herstel na de bevalling

  • De baarmoeder blijft samentrekken om het bloedverlies te verminderen.

  • De moeder en baby worden goed in de gaten gehouden.

  • De baby wordt meestal direct bij de moeder gelegd voor huid-op-huidcontact en borstvoeding.

Wat is het doel van de herstelfase na de bevalling?

A

De baby controleren en huid-op-huidcontact starten

B

De weeën opwekken

C

De baarmoeder verder openen

D

De baby geboren laten worden

Wat is een kenmerk van de overgangsfase tijdens de bevalling?

A

De placenta komt los en wordt geboren

B

De baarmoederhals opent tot 3 cm

C

Het is het begin van de weeën

D

De vrouw kan zich misselijk of trillerig voelen

Direct na de bevalling

  • Apgar-score:

Een snelle beoordeling die direct na de geboorte van een baby wordt gedaan om te controleren hoe goed de baby zich aanpast aan het leven buiten de baarmoeder. Het helpt artsen en verloskundigen om te beslissen of de baby extra medische zorg nodig heeft.


De test:

  1. De test wordt 1 minuut en 5 minuten na de geboorte uitgevoerd.

  2. Soms ook na 10 minuten als er twijfel is.

  3. Er worden vijf kenmerken beoordeeld, elk met een score van 0, 1 of 2 punten.

  4. De maximale score is 10.


Wat is het doel van de Apgar-score?

A

Bepalen hoe lang de bevalling duurde

B

Beoordelen of de moeder kan herstellen

C

Snel inschatten hoe het met de pasgeboren baby gaat

D

Controleren of de baby kan lopen

Wanneer wordt de Apgar-score afgenomen?

A

Voor de bevalling

B

10 minuten na de geboorte

C

1 en 5 minuten na de geboorte

D

1 uur na de geboorte

Wat betekent een Apgar-score van 9?

A

De baby heeft ernstige problemen

B

De baby heeft een gemiddelde start

C

De baby doet het uitstekend

D

De baby moet gereanimeerd worden