Orthopedagogiek - Les 9 (hechtingsproblematiek)

Orthopedagogiek
Lesplanning:

- Terugblik vorige les
- Uitleg periode 4
- Instructie hechtingsproblematiek
- Zelfstandig werken
 
 
1 / 21
next
Slide 1: Slide
OrthopedagogiekMBOStudiejaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Orthopedagogiek
Lesplanning:

- Terugblik vorige les
- Uitleg periode 4
- Instructie hechtingsproblematiek
- Zelfstandig werken
 
 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat is je bijgebleven van het autisme belevingscircuit?

Slide 2 - Open question

This item has no instructions

Laatste periode = portfolio afronden 
Hoe zien de lessen eruit?
30 a 45 minuten theorie
15 minuten werken aan portfolio 



Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Familieopstellingen
25-4 Yonne
13-5 Mark, Wes, Jurre 
16 - 5 Madelief en Nikita

Jullie leveren het onderdeel in bij de rest van het portfolio 


Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

HECHTING

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen

Aan het einde van de les:

- weet jij wat hechting betekent;

- ken jij het verschil tussen een hechtingsstoornis en hechtingsproblematiek;

- ken jij de risico- en beschermingsfactoren van hechting;

- ken jij de cirkels van gehechtheid;



Persoonlijk doel: Wat zou jij willen leren over dit onderwerp?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wat weet jij nog over hechting
(besproken bij ontwikkelingspsychologie)

Slide 8 - Mind map

This item has no instructions

Wat is hechting?
Hechting is de duurzame emotionele band tussen ouder en kind die ontstaat in het eerste levensjaar​


Kind voelt zich vertrouwd​ ; maakt vaak contact met ouder/verzorger​; l aten zich snel door hen geruststellen​; durft van alles te onderzoeken

Twee pijlers: ​
  • Veilige basis: Kind weet en voelt in onbekende situaties terug te kunnen gaan naar zijn ouder​
  • Veilige haven​: ​Kind heeft contact met de ouder als hij/zij een onbekende ruimte aan het verkennen is (bv. via oogcontact, zwaaien o.i.d.).












Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Schrijf op:

1. Hoe is de band met je ouder(s)/verzorger(s)? 

2. Schrijf een situatie op waarin de hechting/band met je ouder(s)/verzorger(s) (even) verstoord was. Wat maakte dat de hechting/band (even) verstoord was? 

3. Is deze hechting/band wel/niet weer hersteld? Waardoor kwam dit denk je? 

timer
5:00

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Wanneer ouders wel fysiek aanwezig zijn maar geen aandacht hebben voor het kind, leidt dit tot hechtingsproblematiek
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Hechtingsproblematiek vs. hechtingsstoornis


  • Kind/jongere die niet goed gehecht is heeft niet meteen een hechtingsstoornis. 

  • 25 - 30 % van de Nederlandse bevolking is niet volledig veilig gehecht, 1 % van de Nederlandse bevolking heeft een hechtingsstoornis. 

  • Er zijn vier hechtingsstijlen te onderscheiden: één veilige hechtingsstijl en drie varianten van een onveilig hechting. 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Onveilige hechting

Vermijdend gehechte kinderen​
‘Te enthousiast’ op onderzoek uit. Het kind reageert hetzelfde op ouders/ verzorgers als op vreemden. 
20% is vermijdend gehecht.

Angstig gehechte kinderen (ook wel ambivalent genoemd)
Zoekt intensief contact met de verzorger. Zijn ontzet wanneer ouders/ verzorgers weggaan en boos wanneer zij terug komen. 10- 15 % is angstig gehecht.

Gedesoriënteerde gehechtheid​
Kind lijkt doelloos te handelen, het kind weet niet hoe hij moet reageren op ouders/ verzorgers en vermijdt contact. 
Deze vorm kan duiden op mishandeling. 5-10% van de kinderen is gedesoriënteerd gehecht.







Slide 15 - Slide

https://www.parnassiagroep.nl/uw-probleem/ontwikkelingsstoornis/hechtingsstoornis

Slide 16 - Video

This item has no instructions

Kinderen met een hechtingsstoornis

Er zijn twee type hechtingsstoornissen:

1. Kinderen met ongeremde hechting
Zoeken veel contact, zijn egocentrisch, moeite met aangaan en onderhouden vriendschappen, snel boos en gefrustreerd, moeilijk laten troosten, grensoverschrijdend gedrag

2. Kinderen met geremde hechting
Sociaal contact afhouden, onzeker zijn, teruggetrokken, lusteloos en weinig emotie tonen (apathisch), niet huilen, waakzaam zijn







Slide 17 - Slide

https://www.parnassiagroep.nl/uw-probleem/ontwikkelingsstoornis/hechtingsstoornis
Voorwaarden voor veilige hechting


  1. Sensitief reageren: ouder staat open voor signalen van het kind, begrijpt de signalen en reageert snel en agequaat. 
  2. Continuïteit: er is continuïteit in de aanwezigheid van de gehechtheidspersoon nodig. 
  3. Mentaliseren: ouder verplaatst zich in het perspectief van het kind en verwoordt dat ook. 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Risicofactoren tijdens het hechtingsproces

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Beschermende factoren tijdens het hechtingsproces

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag! 
Portfolio opdrachten 4+ 5

Slide 21 - Slide

This item has no instructions