3.3 drie soorten stof

we gaan het vandaag hebben over drie soorten stoffen 3.3

maar nu eerst herhaling!
1 / 22
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

we gaan het vandaag hebben over drie soorten stoffen 3.3

maar nu eerst herhaling!

Slide 1 - Slide

Verbind de symbolen aan het juiste element
Magnesium
IJzer
Aluminium
Zilver
Mg
Al
Ag
Fe

Slide 2 - Drag question

Niet ontleedbare stoffen heten ook wel...
A
Atomen
B
Elementen
C
Moleculen
D
Ontledingsproducten

Slide 3 - Quiz

ontleedbare stoffen bestaan uit 2 of meer atoomsoorten
A
waar
B
niet waar

Slide 4 - Quiz

Hoeveel ontleedbare stoffen zijn er afgebeeld?
A
0
B
1
C
2
D
3

Slide 5 - Quiz

De halogenen zitten in:
A
periode 1
B
groep 1
C
periode 17
D
groep 17

Slide 6 - Quiz

Atoommassa
De atoommassa is hoe zwaar een atoom is.
uitgedrukt in u en dat is de atomaire massa-eenheid

boek blz 191

Slide 7 - Slide

ken je enkele molecuulformules al?
timer
1:30
Zwaveldioxide
glucose
waterstofperoxide
methaan
Ammoniak
NH3
SO2
H2O2
C6H12O6
CH4

Slide 8 - Drag question

6 H2O
Vul de juiste begrippen in bij de molecuulformule.
timer
1:00
Index
Coëficiënt
aantal moleculen
aantal atomen

Slide 9 - Drag question

Molecuulmassa
Molecuulmassa = som van de atoommassa's van de atomen in het molecuul.

Vb. Bereken de molecuulmassa van H2O (l).
- Atoommassa H = 1,0 u
- Atoommassa O = 16 u

Slide 10 - Slide

Atoommassa
De atoommassa vind je in het periodieksysteem (massagetal).

Slide 11 - Slide

lesdoelen
je kunt de massa van een molecuul berekenen

je kunt 3 soorten stoffen onderscheiden

je kunt  de systematische naamgeving toepassen

Slide 12 - Slide

Drie soorten stoffen op basis van elektrisch           blz 70 geleidingsvermogen:


1 metalen

2 moleculaire stoffen

3 zouten


Slide 13 - Slide

Moleculaire stof
Zout
Metaal
NH3
CuSn
CuCl2
H2O

Slide 14 - Drag question

Zout
moleculaire stof
moleculaire stof
metaal
metaal
moleculaire stof
moleculaire stof
zout
zout
metaal
metaal
Zout

Slide 15 - Drag question

Systematische naamgeving

HCl = Waterstofchloride


NBr3 = stikstoftribromide

blz 71

Slide 16 - Slide

Griekse telwoorden
Dit zijn de Griekse telwoorden die een aantal aangeven.

Deze moet je uit je hoofd kennen.

Slide 17 - Slide

Systematische naamgeving
CO
CO2 
P2O3 


Slide 18 - Slide

Naamgeving 
zouten: naam metaal dan niet-metaal+ide 
moleculaire stof: naam atoomsoort + ide + voorvoegsels
1
mono
2
di
3
tri
4
tetra
5
penta
6
hexa
Na2O: natriumoxide
FeO: ijzeroxide

SO2: zwaveldioxide
H2O: diwaterstofmono-oxide
P2O3: difosfortrioxide

Slide 19 - Slide

systematische naamgeving
Metaal en niet-metaalatomen (dus geen telwoorden)
  • KCl  
1 kalium- en 1 chlooratoom: kaliumchloride
  • Na2O
2 natrium- en 1 zuurstofatoom: natriumoxide
  • MgCl2
1 magnesium- en 2 chlooratomen: magnesiumchloride

Slide 20 - Slide

Wat is de systematische naamgeving van
PCl3

Slide 21 - Open question

Maken §3.3 opdr 32-38

klaar? ga naar magister--> leermidellen --> hoofdstuk 3 --> slim oefenen

Slide 22 - Slide