Verkeer les 2: Regels voor voetgangers

Verkeersregels 
Voetgangers
1 / 19
next
Slide 1: Slide
VerkeerBasisschoolGroep 7

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Verkeersregels 
Voetgangers

Slide 1 - Slide

Inhoud les
Wanneer ben je een voetganger ?
Waar loop je? 
Oversteken
Oversteken bij een zebrapad
Oversteken bij voetgangslichten

Slide 2 - Slide

Wanneer ben je een voetganger?

Slide 3 - Slide


Waar lopen loes en Emma? 
A
Ze lopen op de straat.
B
Ze lopen op een pad dat gesloten is voor voetgangers.
C
Ze lopen op een voetpad.

Slide 4 - Quiz


Loes en Emma willen linksafslaan. Mag dat? 
A
Nee, dat pad is gesloten voor voetgangers.
B
Ja, op dat pad mogen voetgangers lopen.
C
Dat kun je niet weten.

Slide 5 - Quiz

Lopen met de fiets

Slide 6 - Slide


Mies loopt met haar fiets aan de hand. Mag dat? 
A
Mies mag zelf weten waar ze loopt.
B
Nee, met een fiets moet je op straat.
C
Ja, met de fiets aan de hand ben je voetganger.

Slide 7 - Quiz

Renske fietst naar de sportschool. Ze komt bij een zebrapad en wil daar de straat oversteken. Ze fietst het zebrapad over. Mag dit?

A
Ja, het zebrapad is voor iederen die wil oversteken.
B
Ja, als je rustig fietst, mag je bij het zebrapad oversteken.
C
Nee, het zebrapad is alleen voor voetgangers.

Slide 8 - Quiz

Oversteken

Slide 9 - Slide


Moet de auto voor Pim stoppen?
A
Ja, bij een zebrapad moeten auto's en fietsers stoppen.
B
Nee, de auto mag doorrijden.
C
Dat kun je niet weten.

Slide 10 - Quiz


Als je bij een zebrapad oversteekt, mag jij voor. Het andere verkeer moet dan stoppen. 
Waar moet je bij het oversteken wel goed op letten? 
A
Dat je zo rustig mogelijk kunt oversteken.
B
Of het verkeer ook echt voor je stopt.
C
Dat je zo snel mogelijk oversteekt.

Slide 11 - Quiz


Joan en Dexter staan tussen geparkeerde  auto's. Ze willen daar oversteken.
 Is dat veilig?
 
A
Dat kun je niet weten.
B
Ja.
C
Nee

Slide 12 - Quiz


Wat hoort niet bij veilig oversteken
A
Steek zo snel mogelijk over.
B
Stop bij de stoeprand.
C
Kijk naar links, kijk naar rechts en dan weer naar links
D
Steek recht over.

Slide 13 - Quiz

zebrapad

Slide 14 - Slide

Je wilt gaan oversteken op een zebrapad en er komt een brandweerauto, een ambulance of een politieauto aan met blauw zwaailicht en sirene. Wat moet je doen?
A
Je steekt zo snel mogelijk over.
B
Alle bestuurders moeten stoppen, zij dus ook. Je loopt rustig door.
C
Je wacht tot de auto voorbij is en kijkt goed uit of er niet nog een komt.

Slide 15 - Quiz

Oversteekplaats zonder witte strepen

Slide 16 - Slide

Je wilt oversteken bij een stoplicht maar het groene licht knippert, wat kun je het beste doen?
A
Je wacht, want het wordt snel rood.
B
Het is nog groen, dus ik oversteken.

Slide 17 - Quiz

Wat gaat er fout?

Slide 18 - Slide

Wat gaat er fout?

Slide 19 - Slide