Hoogte en reliëf op kaarten

Hoogte en reliëf op kaarten

1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeSpeciaal OnderwijsLeerroute 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoogte en reliëf op kaarten

De centrale lijn van de les is: hoe lees je hoogte in een gebied af, hoe deel je reliëf in, en hoe hangt dat samen met het ontstaan van gebergten en laagvlakten?

Lesdoel

Ik kan hoogtes op een kaart herkennen, reliëf indelen en uitleggen hoe laagvlakten en gebergten ontstaan.

De gebruiker gaf meerdere doelen. Deze slide bundelt die in één leerlingvriendelijk doel zonder de betekenis te veranderen.

Hoogte in een model

  • Een model laat hoogteverschillen zien

  • Lage delen liggen onderaan

  • Hoge delen liggen bovenaan

  • Je kunt hoogte intekenen met hoogtelijnen

Leg uit dat een model een vereenvoudigde weergave van een gebied is. Verbind direct met de stap naar kaarten: hetzelfde hoogteverschil kun je ook op papier laten zien.

Wat vertellen hoogtelijnen?

  • Lijnen dicht bij elkaar = steile helling

  • Lijnen ver uit elkaar = flauwe helling

  • Gesloten lijnen wijzen vaak op een heuvel of berg

Noem dat de afstand tussen lijnen belangrijker is dan het aantal lijnen. Meer lijnen betekent niet automatisch steiler; de onderlinge afstand laat de helling zien.

Van model naar kaart

  • Een heuvel in een model wordt op de kaart een set gesloten hoogtelijnen

  • Zo kun je hoogte tekenen zonder een 3D-model

Maak hier de overstap naar kaartlezen expliciet: wat eerst zichtbaar was in een model, moet nu gelezen worden uit lijnen en kleuren op een kaart.

Hoogtes op een kaart herkennen

  • Op kaarten zie je hoogte met kleuren en hoogtelijnen

  • Groen is vaak laag

  • Geel, oranje en bruin zijn vaak hoger

Benadruk het woord 'vaak': kleurgebruik kan per kaart verschillen, maar in schoolatlassen betekent groen meestal laag en bruin hoger.

Kaart lezen met hoogtecijfers

  • Een hoogtecijfer geeft precies aan hoe hoog een plek ligt

  • De hoogte wordt meestal gegeven in meters

  • Zo weet je exact hoe hoog een top of vlakte is

Koppel dit aan hoogtelijnen: kleuren geven een indruk, hoogtecijfers geven preciesere informatie.

Lage en hoge gebieden

  • Lage gebieden herken je aan lage kleuren en kleine hoogtecijfers

  • Hoge gebieden herken je aan donkere hoogtekleuren en grotere hoogtecijfers

  • Ook veel hoogtelijnen kunnen wijzen op groot hoogteverschil

Laat het verschil zien tussen absolute hoogte en hoogteverschil. Een gebied kan hoog liggen maar toch vrij vlak zijn.

Reliëf zie je op de kaart

  • Reliëf betekent hoogteverschillen in een gebied

  • Op een kaart lees je reliëf af met hoogtelijnen, kleuren en hoogtecijfers

Dit begrip is de brug naar de indeling in laagvlakte, heuvelland, middelgebergte en hooggebergte.

Laagvlakte

  • Een laagvlakte ligt laag

  • Meestal lager dan 200 meter

  • Het gebied is vaak vlak of bijna vlak

Houd het eenvoudig: voor deze doelgroep is de combinatie van lage ligging en weinig hoogteverschil genoeg.

Heuvelland

  • Heuvelland heeft duidelijke hoogteverschillen

  • De hoogtes liggen tussen 200 en 500 meter

  • Het landschap golft op en neer

This item has no instructions

Middelgebergte

  • Middelgebergte ligt tussen 500 en 1500 meter

  • Er zijn grotere hoogteverschillen

  • Hellingen zijn vaak duidelijk zichtbaar op de kaart

This item has no instructions

Hooggebergte

  • Hooggebergte ligt hoger dan 1500 meter

  • Het reliëf is groot

  • Op kaarten zie je vaak veel hoogtelijnen dicht bij elkaar

Benadruk dat het hier om indelen van gebieden gaat. Niet elke losse top bepaalt meteen het hele gebied.

Welk gebied hoort bij 300 meter hoogte?

A

Hooggebergte

B

Middelgebergte

C

Heuvelland

D

Laagvlakte

Toetst de indeling van reliëfklassen. 300 meter valt tussen 200 en 500 meter.

Reliëf indelen

Een laagvlakte ligt meestal lager dan 200 meter. Heuvelland ligt tussen 200 en 500 meter. Een hooggebergte is hoger dan 1500 meter.

laagvlakte
Heuvelland
hooggebergte
middelgebergte
hoogtelijn
reliëf
hoogtecijfer

Laat leerlingen de grenzen van de drie duidelijkste categorieën terughalen.

Laagvlakten ontstaan

Rivieren, zee en wind leggen zand en klei neer → de bodem wordt langzaam vlakker → er ontstaat een laagvlakte

Gebruik eenvoudige voorbeelden zoals rivierklei of zand dat wordt afgezet. Vermijd te veel detail over sedimentatieprocessen.

Gebergten ontstaan

Aardplaten bewegen naar elkaar toe → gesteente wordt omhoog geduwd → er ontstaat een gebergte

Houd de koppeling met aardrijkskunde en landschap: beweging van platen verandert de vorm van het aardoppervlak.

Opbouw en afbraak

  • Gebergten worden opgebouwd door krachten uit de aarde

  • Wind, water en ijs breken gebergten weer af

  • Zo verandert reliëf in lange tijd

Hier landt het idee dat landschappen niet vast zijn. Opbouw en afbraak werken tegelijk, maar heel langzaam.

Waarom wordt een gebergte lager?

  • Regen, rivieren, wind en ijs slijten het gesteente af

  • Daardoor worden toppen na lange tijd lager en ronder

Gebruik hier het begrip erosie alleen als je denkt dat de klas het aankan; het staat ook in de begrippenlijst.

Jong gebergte

  • Jong gebergte heeft hoge, spitse toppen

  • De hellingen zijn vaak steil

  • Het reliëf is groot

Noem eventueel de Alpen als bekend voorbeeld, maar houd de slide zelf algemeen.

Oud gebergte

  • Oud gebergte is lager

  • De toppen zijn vaak rond

  • De hellingen zijn minder steil

Een mogelijk voorbeeld is de Ardennen. Verbind dit met lange tijd van afslijting.

Verschil tussen jong en oud

  • Jong gebergte: hoog, steil, spits

  • Oud gebergte: lager, minder steil, ronder

  • Afslijting maakt een gebergte in lange tijd ouder van vorm

Let op: 'oud' betekent hier niet alleen ouder in jaren, maar vooral dat het landschap langer is afgesleten.

Reliëf en ontstaan horen samen

  • Grote hoogteverschillen passen vaak bij gebergten

  • Kleine hoogteverschillen passen vaak bij laagvlakten

  • Door ontstaan en afslijting krijgt elk gebied zijn eigen reliëf

Dit is de afsluitende inhoudsslide vóór de begrippenlijst. Hier komt de centrale vraag samen: kaartbeeld en ontstaan van landschap hangen met elkaar samen.

Hoe herken je oud gebergte?

A

Hoog en spits

B

Steil en jong

C

Laag en rond

D

Vlak en laag

Toetst het verschil tussen jong en oud gebergte. 'Vlak en laag' past eerder bij een laagvlakte.

Jong en oud gebergte

Een jong gebergte heeft vaak spitse toppen en steile hellingen. Door water, wind en ijs slijt gesteente af. Daardoor wordt een gebergte later ronder.

jong gebergte
water
ronder
laagvlakte
aardplaten
groener
dieper

Verbindt kenmerken van jong gebergte met afslijting.

Begrippen

hoogtelijn - lijn op de kaart die punten van gelijke hoogte verbindt

hoogtecijfer - getal dat aangeeft hoe hoog een plek ligt

reliëf - hoogteverschillen in een gebied

laagvlakte - laag en vlak gebied, meestal lager dan 200 meter

heuvelland - gebied met hoogtes tussen 200 en 500 meter

middelgebergte - gebied met hoogtes tussen 500 en 1500 meter

hooggebergte - gebied hoger dan 1500 meter

This item has no instructions

Begrippen

laagvlakte ontstaan - afzetting van zand en klei maakt een gebied vlakker

gebergte ontstaan - aardplaten duwen gesteente omhoog

erosie - afslijting van gesteente door water, wind of ijs

jong gebergte - hoog gebergte met spitse toppen en steile hellingen

oud gebergte - lager gebergte met ronde toppen en minder steile hellingen

This item has no instructions

Evaluatiemomentje!

This item has no instructions

FF spiegelen

Evaluatie les

Evaluatie proces

Werkhouding?

Tempo?

Verzorging?

Zelfstandig?

Leerdoelen:


This item has no instructions