Hoogte en reliëf op kaarten
Hoogte en reliëf op kaarten
De centrale lijn van de les is: hoe lees je hoogte in een gebied af, hoe deel je reliëf in, en hoe hangt dat samen met het ontstaan van gebergten en laagvlakten?
Lesdoel
Ik kan hoogtes op een kaart herkennen, reliëf indelen en uitleggen hoe laagvlakten en gebergten ontstaan.
De gebruiker gaf meerdere doelen. Deze slide bundelt die in één leerlingvriendelijk doel zonder de betekenis te veranderen.
Hoogte in een model
Een model laat hoogteverschillen zien
Lage delen liggen onderaan
Hoge delen liggen bovenaan
Je kunt hoogte intekenen met hoogtelijnen
Leg uit dat een model een vereenvoudigde weergave van een gebied is. Verbind direct met de stap naar kaarten: hetzelfde hoogteverschil kun je ook op papier laten zien.
Wat vertellen hoogtelijnen?
Lijnen dicht bij elkaar = steile helling
Lijnen ver uit elkaar = flauwe helling
Gesloten lijnen wijzen vaak op een heuvel of berg
Noem dat de afstand tussen lijnen belangrijker is dan het aantal lijnen. Meer lijnen betekent niet automatisch steiler; de onderlinge afstand laat de helling zien.
Van model naar kaart
Een heuvel in een model wordt op de kaart een set gesloten hoogtelijnen
Zo kun je hoogte tekenen zonder een 3D-model
Maak hier de overstap naar kaartlezen expliciet: wat eerst zichtbaar was in een model, moet nu gelezen worden uit lijnen en kleuren op een kaart.
Hoogtes op een kaart herkennen
Op kaarten zie je hoogte met kleuren en hoogtelijnen
Groen is vaak laag
Geel, oranje en bruin zijn vaak hoger
Benadruk het woord 'vaak': kleurgebruik kan per kaart verschillen, maar in schoolatlassen betekent groen meestal laag en bruin hoger.
Kaart lezen met hoogtecijfers
Een hoogtecijfer geeft precies aan hoe hoog een plek ligt
De hoogte wordt meestal gegeven in meters
Zo weet je exact hoe hoog een top of vlakte is
Koppel dit aan hoogtelijnen: kleuren geven een indruk, hoogtecijfers geven preciesere informatie.
Lage en hoge gebieden
Lage gebieden herken je aan lage kleuren en kleine hoogtecijfers
Hoge gebieden herken je aan donkere hoogtekleuren en grotere hoogtecijfers
Ook veel hoogtelijnen kunnen wijzen op groot hoogteverschil
Laat het verschil zien tussen absolute hoogte en hoogteverschil. Een gebied kan hoog liggen maar toch vrij vlak zijn.
Reliëf zie je op de kaart
Reliëf betekent hoogteverschillen in een gebied
Op een kaart lees je reliëf af met hoogtelijnen, kleuren en hoogtecijfers
Dit begrip is de brug naar de indeling in laagvlakte, heuvelland, middelgebergte en hooggebergte.
Laagvlakte
Een laagvlakte ligt laag
Meestal lager dan 200 meter
Het gebied is vaak vlak of bijna vlak
Houd het eenvoudig: voor deze doelgroep is de combinatie van lage ligging en weinig hoogteverschil genoeg.
Heuvelland
Heuvelland heeft duidelijke hoogteverschillen
De hoogtes liggen tussen 200 en 500 meter
Het landschap golft op en neer
This item has no instructions
Middelgebergte
Middelgebergte ligt tussen 500 en 1500 meter
Er zijn grotere hoogteverschillen
Hellingen zijn vaak duidelijk zichtbaar op de kaart
This item has no instructions
Hooggebergte
Hooggebergte ligt hoger dan 1500 meter
Het reliëf is groot
Op kaarten zie je vaak veel hoogtelijnen dicht bij elkaar
Benadruk dat het hier om indelen van gebieden gaat. Niet elke losse top bepaalt meteen het hele gebied.
Welk gebied hoort bij 300 meter hoogte?
Hooggebergte
Middelgebergte
Heuvelland
Laagvlakte
Toetst de indeling van reliëfklassen. 300 meter valt tussen 200 en 500 meter.
Reliëf indelen
Een laagvlakte ligt meestal lager dan 200 meter. Heuvelland ligt tussen 200 en 500 meter. Een hooggebergte is hoger dan 1500 meter.
Laat leerlingen de grenzen van de drie duidelijkste categorieën terughalen.
Laagvlakten ontstaan
Rivieren, zee en wind leggen zand en klei neer → de bodem wordt langzaam vlakker → er ontstaat een laagvlakte
Gebruik eenvoudige voorbeelden zoals rivierklei of zand dat wordt afgezet. Vermijd te veel detail over sedimentatieprocessen.
Gebergten ontstaan
Aardplaten bewegen naar elkaar toe → gesteente wordt omhoog geduwd → er ontstaat een gebergte
Houd de koppeling met aardrijkskunde en landschap: beweging van platen verandert de vorm van het aardoppervlak.
Opbouw en afbraak
Gebergten worden opgebouwd door krachten uit de aarde
Wind, water en ijs breken gebergten weer af
Zo verandert reliëf in lange tijd
Hier landt het idee dat landschappen niet vast zijn. Opbouw en afbraak werken tegelijk, maar heel langzaam.
Waarom wordt een gebergte lager?
Regen, rivieren, wind en ijs slijten het gesteente af
Daardoor worden toppen na lange tijd lager en ronder
Gebruik hier het begrip erosie alleen als je denkt dat de klas het aankan; het staat ook in de begrippenlijst.
Jong gebergte
Jong gebergte heeft hoge, spitse toppen
De hellingen zijn vaak steil
Het reliëf is groot
Noem eventueel de Alpen als bekend voorbeeld, maar houd de slide zelf algemeen.
Oud gebergte
Oud gebergte is lager
De toppen zijn vaak rond
De hellingen zijn minder steil
Een mogelijk voorbeeld is de Ardennen. Verbind dit met lange tijd van afslijting.
Verschil tussen jong en oud
Jong gebergte: hoog, steil, spits
Oud gebergte: lager, minder steil, ronder
Afslijting maakt een gebergte in lange tijd ouder van vorm
Let op: 'oud' betekent hier niet alleen ouder in jaren, maar vooral dat het landschap langer is afgesleten.
Reliëf en ontstaan horen samen
Grote hoogteverschillen passen vaak bij gebergten
Kleine hoogteverschillen passen vaak bij laagvlakten
Door ontstaan en afslijting krijgt elk gebied zijn eigen reliëf
Dit is de afsluitende inhoudsslide vóór de begrippenlijst. Hier komt de centrale vraag samen: kaartbeeld en ontstaan van landschap hangen met elkaar samen.
Hoe herken je oud gebergte?
Hoog en spits
Steil en jong
Laag en rond
Vlak en laag
Toetst het verschil tussen jong en oud gebergte. 'Vlak en laag' past eerder bij een laagvlakte.
Jong en oud gebergte
Een jong gebergte heeft vaak spitse toppen en steile hellingen. Door water, wind en ijs slijt gesteente af. Daardoor wordt een gebergte later ronder.
Verbindt kenmerken van jong gebergte met afslijting.
Begrippen
hoogtelijn - lijn op de kaart die punten van gelijke hoogte verbindt
hoogtecijfer - getal dat aangeeft hoe hoog een plek ligt
reliëf - hoogteverschillen in een gebied
laagvlakte - laag en vlak gebied, meestal lager dan 200 meter
heuvelland - gebied met hoogtes tussen 200 en 500 meter
middelgebergte - gebied met hoogtes tussen 500 en 1500 meter
hooggebergte - gebied hoger dan 1500 meter
This item has no instructions
Begrippen
laagvlakte ontstaan - afzetting van zand en klei maakt een gebied vlakker
gebergte ontstaan - aardplaten duwen gesteente omhoog
erosie - afslijting van gesteente door water, wind of ijs
jong gebergte - hoog gebergte met spitse toppen en steile hellingen
oud gebergte - lager gebergte met ronde toppen en minder steile hellingen
This item has no instructions
Evaluatiemomentje!
This item has no instructions
FF spiegelen
Evaluatie les
Evaluatie proces
Werkhouding?
Tempo?
Verzorging?
Zelfstandig?
Leerdoelen:
This item has no instructions