Je lichaam 1

Wat ga je leren?
Je weet alle lichaamsdelen en organen te benoemen
Waarom?
Je leert te zorgen voor een goede gezondheid van jezelf maar ook voor die van anderen
Stel je voor dat je bij de dokter komt en je kunt niet uitleggen waar je last van hebt!

1 / 21
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

Wat ga je leren?
Je weet alle lichaamsdelen en organen te benoemen
Waarom?
Je leert te zorgen voor een goede gezondheid van jezelf maar ook voor die van anderen
Stel je voor dat je bij de dokter komt en je kunt niet uitleggen waar je last van hebt!

Slide 1 - Slide

welke lichaamsdelen ken jij?

Slide 2 - Mind map

Lichaamsdelen zijn delen van je lichaam die iets kunnen doen (functie)

Slide 3 - Slide

Hoe heet de achterkant van je voet?
A
Je enkel
B
je tenen
C
Je hiel
D
je grote teen

Slide 4 - Quiz

Hoe heet dit lichaamsdeel?
A
Je onderarm
B
Je oksel
C
Je bovenarm
D
Je borst

Slide 5 - Quiz

Hoe heet dit lichaamsdeel?
A
Je bovenbeen
B
Je enkel
C
Je kuit
D
Je knie

Slide 6 - Quiz

Hoe heet dit deel van je lichaam?
A
Je oor
B
Je oog
C
Je haar
D
Je hoofd

Slide 7 - Quiz

Hoe heet dit gedeelte van je arm?
A
Je binnenkant
B
Je elleboog
C
Je armboog
D
Je buitenboog

Slide 8 - Quiz

Hoe heet
dit lichaamsdeel?
A
Voeten
B
Benen
C
Handen
D
Billen

Slide 9 - Quiz

Hoe heet
dit lichaamsdeel?
A
Gezicht
B
Been
C
Buik
D
Rug

Slide 10 - Quiz

INTERMEZZO 

Slide 11 - Slide

Video I am Greta 

Slide 12 - Slide

Hoe zit je lichaam in elkaar?
Je hoofd
Je nek met je keel
Je borst
Je buik met je navel
Je billen
Het geslachtsdeel (vagina of penis)
Je benen  en knie
Je armen  en elleboog
Je voeten met je tenen


Slide 13 - Slide

Wat weet je over onze organen?
Welke organen ken jij?

Slide 14 - Mind map

Slide 15 - Link

Je organen
Hersenen (denken, zien, voelen, praten, opslaan)
strottenhoofd/luchtpijp/slokdarm
 (slikken, praten, ademen)
Longen (ademen, zuurstof opnemen, afvalstoffen verwijderen)
Hart (bloed rondbrengen)
Lever (giftige stoffen uit je lichaam halen)
Milt (bloed aanmaken, afweer tegen bacteriën en virussen)
Maag (voedsel kneden en verteren)
Dunne darm (voedsel verteren, voedingsstoffen geven)
Dikke darm ( afvalstoffen verwijderen)

Spijsvertering: mond, slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm, anus >>>Poepen

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Wat doen je hersenen?
A
afvalstoffen verwijderen
B
denken, voelen, zien en opslaan

Slide 18 - Quiz

Wat doen je longen?
A
zuurstof opnemen
B
je voeding kneden

Slide 19 - Quiz

Wat doet je dunne darm?
A
verteren van je voeding
B
slikken en kneden van je voeding

Slide 20 - Quiz

Opdracht 'teken een lichaam'
Pak potloden en een vel papier
Teken een lichaam
Schrijf bij het lichaam alle lichaamsdelen en organen die je kent

Bewaar je tekening! 

Slide 21 - Slide