Herhaling: Thema 3, level 1

Herhaling: Thema 3, level 1
1 / 28
next
Slide 1: Slide
EconomieSecundair onderwijs

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Herhaling: Thema 3, level 1

Slide 1 - Slide

WAT MOET JE DOEN?
1) Neem een laptop (volgens je nummer)
2) Log je in en surf op de website "LessonUp"
3) Druk op de eerste website
4) Druk op de knop "Student Pin" (bovenaan rechts)
5) Geef de pincode in.
6) Noteer je EIGEN naam (geen pseudo!!)
7) Iedereen werkt alleen

Slide 2 - Slide

Wat is een arbeidsmarkt?
A
Plaats waar de consument en producent elkaar ontmoeten en een loon afspreken.
B
Plaats waar alleen werklozen zich inschrijven om werkt te zoeken.
C
Plaats waar de werkgevers en werknemers elkaar ontmoeten en een loon afspreken.
D
Plaats waar de overheid en werknemers elkaar ontmoeten en een werk afspreken.

Slide 3 - Quiz

Een arbeidsmarkt is ...
A
homogeen
B
heterogeen

Slide 4 - Quiz

Wie zijn de vragers in een arbeidsmarkt?
A
Werknemers
B
Werkgevers

Slide 5 - Quiz

Wie zijn de aanbieders in een arbeidsmarkt?
A
Werknemers
B
Werkgevers

Slide 6 - Quiz

Start People is een voorbeeld van ...
A
Uitzendkantoor
B
Selectiebureau
C
Arbeidsbemiddelaar

Slide 7 - Quiz

VDAB is een voorbeeld van ...
A
Uitzendkantoor
B
Selectiebureau
C
Arbeidsbemiddelaar

Slide 8 - Quiz

V&PR is een voorbeeld van ...
A
Uitzendkantoor
B
Selectiebureau
C
Arbeidsbemiddelaar

Slide 9 - Quiz

Geef het juiste begrip voor volgende omschrijving:

Een persoon stopt met werken want hij/zij heeft genoeg geld om te leven
A
Een scheepsjongen
B
Een boekhoudster
C
Een retenier
D
Een gepensioneerde

Slide 10 - Quiz

Geef het juiste begrip voor volgende omschrijving:
De bevolking tussen 15 à 66 jaar
A
Bevolking op arbeidsleeftijd
B
Beroepsbevolking
C
Werkzoekenden
D
niet-werkende werkzoekenden

Slide 11 - Quiz

Geef het juiste begrip voor volgende omschrijving:

iemand die niet werkt, maar is actief op zoek naar een werk/opleiding.
A
Bevolking op arbeidsleeftijd
B
Beroepsbevolking
C
Werkzoekenden
D
niet-werkende werkzoekenden

Slide 12 - Quiz

Geef het juiste begrip voor volgende omschrijving:

Hier horen er 2 groepen: de mensen die werken en de mensen die niet werken, maar werk zoeken.
A
Bevolking op arbeidsleeftijd
B
Beroepsbevolking
C
Werkzoekenden
D
niet-werkende werkzoekenden

Slide 13 - Quiz

Wie is de organisatie die de werkgevers verdedigen?

Slide 14 - Mind map

Schrijf de werkgeversorganisatie
"VBO" voluit

Slide 15 - Mind map

Wie is de organisatie die de werknemers verdedigen?

Slide 16 - Mind map

Schrijf de vakbond "ACV" voluit

Slide 17 - Mind map

Wanneer beide organisaties samenkomen, noemen we ...

Slide 18 - Mind map

Schrijf de orgaan binnen het niveau NATIONAAL volledig uit.

Slide 19 - Open question

Schrijf de orgaan binnen het niveau SECTORAAL volledig uit.

Slide 20 - Open question

Schrijf de organen binnen het niveau ONDERNEMING volledig uit.

Slide 21 - Open question

Geef 2 bevoegdheden / taken van NAR

Slide 22 - Mind map

Schrijf de afspraak "IPA" voluit:

Slide 23 - Open question

Schrijf de afspraak "CAO" voluit:

Slide 24 - Open question

Bereken het % verschil tussen het brutoloon van een leraar in “hoger onderwijs (€3 863)” en “lager secundair onderwijs (€2 778)”?
Rond 2 cijfers na de komma

Slide 25 - Open question

Is dit een geschikte of geen gischikte grafiek?
A
Geschikte grafiek
B
Geen geschikte grafiek

Slide 26 - Quiz

Is dit een geschikte of geen gischikte grafiek?
A
Geschikte grafiek
B
Geen geschikte grafiek

Slide 27 - Quiz

Is dit een geschikte of geen gischikte grafiek?
A
Geschikte grafiek
B
Geen geschikte grafiek

Slide 28 - Quiz