This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Wat is een kenmerk van het achtfasenmodel?
A
De begeleider stelt de doelen vast, de cliënt bepaalt het tempo
B
Het model is bedoeld om in crisissituaties snel beslissingen te nemen
C
De begeleiding verloopt via vaste fasen die structuur en duidelijkheid geven
D
Het model richt zich op de acht stappen voor het vergroten van sociale vaardigheden
Slide 3 - Quiz
Wat is een belangrijk onderdeel van reminiscentie?
A
De cliënt trainen om nieuwe routines te ontwikkelen
B
Bewust herinneringen van vroeger ophalen om identiteit en eigenwaarde te versterken
C
Gericht nieuwe vaardigheden aanleren die de cliënt nog niet pof onvoldoende bezit
D
De focus leggen op het verminderen van probleemgedrag via de positieve benadering
Slide 4 - Quiz
Wat hoort bij werken vanuit empowerment?
A
De cliënt beschermen tegen moeilijke taken om stress te voorkomen door deeltaken te geven
B
De begeleider neemt beslissingen over om de cliënt meer rust te geven, zodat hij op kracht kan komen
C
De nadruk leggen op externe hulpbronnen, zodat ze met hun netwerk meer power krijgen
D
De cliënt stimuleren zijn eigen vaardigheden en kwaliteiten te ontdekken en te gebruiken
Slide 5 - Quiz
Wat is een kernprincipe van de presentiebenadering?
A
De begeleider maakt vooral gebruik van meetbare doelen en protocollen
B
De begeleider blijft op afstand om de autonomie van de cliënt te waarborgen
C
De begeleider richt zich primair op het oplossen van praktische problemen
D
De begeleider stemt zich af op wie de cliënt is en bouwt een gelijkwaardige relatie op
Slide 6 - Quiz
Waarom is een duidelijke dagstructuur belangrijk in Triple‑C?
A
Omdat voorspelbaarheid stress vermindert en competentie versterkt
B
Omdat hierdoor het probleemgedrag verdwijnt
C
Omdat het voorkomt dat de cliënt autonomie inlevert
D
Omdat het helpt om gedragsregels te handhaven
Slide 7 - Quiz
Zoeken naar waar de cliënt door gemotiveerd raakt.
Het doel is dat je het welbevinden van de cliënt verbetert of op hetzelfde niveau houdt.
De eigen regie is leidend.
Bewegingsgerichte benadering
Belevingsgerichte benadering
Persoongerichte benadering
Slide 8 - Drag question
Welke begeleiding bij de cliënt als individu past, is afhankelijk van vijf aspecten. Noem er twee.
Slide 9 - Open question
Wat is het belangrijkste doel van het bevorderen van zelfredzaamheid, zelfmanagement en eigen regie bij een cliënt?
A
Het verminderen van de hoeveelheid begeleiding die de cliënt nodig heeft.
B
Het vergroten van de vrijheid en onafhankelijkheid van de cliënt.
C
Het verbeteren van de fysieke gezondheid van de cliënt.
D
Het verhogen van de sociale interacties van de cliënt.
Slide 10 - Quiz
Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij het toepassen van humor in de begeleiding van cliënten?
A
Gebruik humor vaak om de gesprekken luchtig te houden.
B
Zorg ervoor dat de humor altijd over de cliënt gaat, zodat ze zich betrokken voelen.
C
Zorg ervoor dat de cliënt jouw grappen begrijpt.
D
Tast het gevoel voor humor van de cliënt eerst af.
Slide 11 - Quiz
Slide 12 - Slide
Stelling: De relatie tussen een cliënt en jou als persoonlijk begeleider is per definitie ongelijk.
Eens
Oneens
Slide 13 - Poll
Slide 14 - Slide
Hoe bouw je een vertrouwensrelatie op?
Slide 15 - Mind map
Slide 16 - Slide
Hoe bouw je een
gelijkwaardige relatie op?
Slide 17 - Slide
Gelijkwaardige relatie opbouwen
Respect voor de client
Zie de client als medemens. Doe een ander niet aan wat je zelf ook niet leuk vindt.
Maak geen verschil tussen cliënten Iedereen heeft dezelfde rechten.
Stel de belangen van de client centraal
Heb oog voor eigen regie.
Ondersteun de eigen verantwoordelijkheid. Zorg ervoor dat de cliënt zijn eigen regie, zelfredzaamheid en autonomie behoudt
Geef informatie.
Respecteer je beroepsgeheim
Respecteer de rechten van de client Die zijn vastgelegd in wetten. De beroepscode is belangrijk.
Zorgvuldig handelen bij intieme handelingen Houdt rekening met de gevoelens van de client.
Houd rekening met de achtergrond van de client Aanpassen aan de beleving, kennis, communicatiestijl en rekening houden met waarden, normen en referentiekader.
Houd rekening met de privacy van de cliënten Zowel in gesprek als in handelingen (bijv. bankzaken). Vraag toestemming.
Bewust omgaan met afhankelijkheid
Slide 18 - Slide
Stelling: Je gaat altijd vrijwillig de relatie met de cliënt aan.