Protocol werkinstructie voorbereiding uitvoering beoordeling

Instructie student
Assistent horeca, voeding of voedingsindustrie
In deze instructie:
De voorbereiding van de proeve.
De uitvoering van de proeve.
Het beoordelingsformulier van de proeve.
1 / 7
next
Slide 1: Slide
Consumptieve techniekMBOStudiejaar 1

This lesson contains 7 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Instructie student
Assistent horeca, voeding of voedingsindustrie
In deze instructie:
De voorbereiding van de proeve.
De uitvoering van de proeve.
Het beoordelingsformulier van de proeve.

Slide 1 - Slide

Voorbereiding proeve

Wat je voor en tijdens de proeve in ieder geval moet doen:
  • Lees de examenopdracht door.
  • De begeleider bespreekt met je wat je gaat doen. Laat zien dat je luistert en stel zo nodig vragen.
  • Voer de opdracht precies uit zoals die er staat. Je mag de opdracht bij je houden tijdens het examen.
  • Houd je aan de richtlijnen van de examenlocatie.
  • Zorg dat je de opdracht binnen de tijd uitvoert.
  • Zorg dat je veilig werkt.
  • Draag de juiste kleding.
  • Als je klaar bent, vertel je dat aan je begeleider.

Slide 2 - Slide

Uitvoering proeve

De proeve voer je in drie stappen uit.
De stappen:
  • Voorbereiding Opdracht lezen, werkvolgorde afspreken, werkplek inrichten
  • Uitvoering Opdracht uitvoeren
  • Afronding Opruimen, afmelden en je werk laten controleren

Slide 3 - Slide

Beoordeling proeve
Tijdens de proeve zijn er twee beoordelaars. Zij beoordelen je werkzaamheden met het
beoordelingsformulier. De beoordelaars kijken naar je gedrag en naar het product. Het product is je resultaat.
In het beoordelingsformulier zie je waar de beoordelaars op letten. Je ziet ook aan welke criteria
je in ieder geval moet voldoen: de kritische criteria.
De soorten criteria
Gedragscriteria Voor de beoordeling van je gedrag.
Productcriteria  Voor de beoordeling van je resultaat.
* Kritische criteria  Aan deze criteria moet je voldoen om een voldoende voor
het werkproces én de kerntaak te krijgen.

Slide 4 - Slide


  • Laat merken (verbaal/non-verbaal) dat hij luistert naar de begeleider en/of collega.
  • Legt materialen en middelen klaar. Zo nodig vraagt hij hulp of zoek je informatie op.
  • Stemt de opdracht en werkvolgorde af met de begeleider en/of ervaren collega.
  • * Voert de werkzaamheden op en binnen de afgesproken tijd uit.
  • * Werkt volgens gemaakte afspraken, gegeven instructies en de regels van het bedrijf.
  • Toont een positieve collegiale houding.
  • Toont een positieve leer- en werkhouding.
  • Het resultaat van de uitvoering voldoet aan het niveau dat van een beginnend assistent verwacht mag worden.
  • * Informeert begeleider en/of collega volgens bedrijfsrichtlijnen of er bijzonderheden, fouten en/of nog op te lossen problemen zijn.

Slide 5 - Slide


  • Meldt uit zichzelf aan de begeleider en/of collega dat de afgesproken werkzaamheden af zijn.
  • De werkplek is opgeruimd (naar de normen van het bedrijf) en klaar voor gebruik door anderen.
  • Werkgegevens zijn nauwkeurig doorgegeven (schriftelijk of mondeling).Controleert de benodigde gereedschappen, materialen en/of (te
  • verwerken) voedingsmiddelen op de standaardeisen.
  • * Gaat op de juiste wijze om met de benodigde gereedschappen, materialen en/of (te verwerken) voedingsmiddelen.
  • Transporteert producten naar de werkplek en gebruikt hierbij transportmiddelen volgens voorschrift.
  • Werkt netjes en volgens de instructies en de regels voor veiligheid.
  • Gebruikt de juiste materialen en hulpmiddelen bij het bereiden van voedingsmiddelen.

Slide 6 - Slide


  • Werkt volgens de instructies en de regels op het gebied van hygiëne.
  • * Wanneer producten niet aan de kwaliteit voldoen, zijn deze apart gehouden.
  • Kwetsbare en bederfelijke voedingsmiddelen zijn zorgvuldig behanld.
  • Registreert op juiste wijze de productiegegevens.
  • Verpakt en bewerkt de producten binnen de afgesproken tijd.
  • Controleert de voorraad op hoeveelheid en kwaliteit en geeft door of de voorraad aangevuld moet worden.
  • * De juiste materialen en middelen zijn gebruikt bij het verpakken en bewerken.
  • Verzorgt materiaal, middelen en de omgeving op de juiste manier.
  • Verzamelt en gebruikt de juiste schoonmaakmiddelen en gaat er correct mee om.
  • * Werkt bij het schoonmaken volgens de instructies, de procedures en de regels van de organisatie.

Slide 7 - Slide