1tvm - 18/22 mars 2021

1 / 41
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Le verbe aller

Slide 2 - Slide

Aujourd'hui
- Minispreekbeurt
- U4  et le verbe aller
- uitspraak U4 - apprendre 6 en 7

Travail individuel 
- herhaling ww. -er
- app. 7
- finir LessonUp de 17 mars






Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

je vais
tu vas
il va
elle va
on va
nous allons
vous allez
ils vont (m)
elles vont (v)
ik ga
jij gaat
hij gaat
zij gaat
wij gaan, men gaat
wij gaan
jullie gaan, u gaat
zij gaan (m)
zij gaan (v)

Slide 5 - Slide

Vertaal: wij zijn
A
nous sommes
B
nous allons
C
nous avons

Slide 6 - Quiz

vertaal: hij gaat
A
il va
B
il a
C
il est

Slide 7 - Quiz

Vertaal: zij is
A
elle a
B
elle est
C
elle va

Slide 8 - Quiz

vertaal: jij hebt
A
Tu es
B
Tu vas
C
Tu as

Slide 9 - Quiz

vertaal: zij gaan
A
ils vont
B
ils ont
C
ils sont

Slide 10 - Quiz

vertaal: u bent
A
vous avez
B
vous êtes
C
vous allez

Slide 11 - Quiz

Vertaal: wij hebben
A
nous sommes
B
nous allons
C
nous avons

Slide 12 - Quiz

vertaal: jij gaat
A
Tu as
B
Tu vas
C
Tu es

Slide 13 - Quiz

vertaal: zij hebben
A
Elles vont
B
Elles sont
C
Elles ont

Slide 14 - Quiz

vertaal: ik ben
A
j'ai
B
je vais
C
je suis

Slide 15 - Quiz

vertaal: wij gaan
A
nous sommes
B
nous allons
C
nous avons

Slide 16 - Quiz

Wat betekent 'être'
A
zijn
B
hebben
C
gaan

Slide 17 - Quiz

Wat betekent 'aller'
A
zijn
B
gaan
C
hebben

Slide 18 - Quiz

Wat betekent 'avoir'
A
hebben
B
zijn
C
gaan

Slide 19 - Quiz

vertaal: ik heb
A
je suis
B
j'ai
C
je vais

Slide 20 - Quiz

De ontkenning:
1. Zoek het onderwerp
2. Zoek de persoonsvorm
3. Zet ne voor de persoonsvorm
4. Zet pas achter de persoonsvorm

Slide 21 - Slide


Maak de zin ontkennend:
Il a 13 ans.

Slide 22 - Open question


Maak de zin ontkennend:
J' habite à Borculo.

Slide 23 - Open question


Maak de zin ontkennend:
Nous parlons français.

Slide 24 - Open question

De ontkenning:
1. Zoek het onderwerp
2. Zoek de persoonsvorm
3. Zet ne voor de persoonsvorm
4. Zet pas achter de persoonsvorm

5. Is de persoonsvorm een vorm van être? Dan ben je nu klaar.

Slide 25 - Slide


Maak de zin ontkennend:
C'est ma famille.

Slide 26 - Open question


Maak de zin ontkennend:
C'est une télé.

Slide 27 - Open question


Maak de zin ontkennend:
C'est un lit.

Slide 28 - Open question

De ontkenning:
5. Is de persoonsvorm een vorm van être? Dan ben je nu klaar.
6. Anders door naar de volgende stap. 

7. Staat er un / une / des  achter de ontkenning? 
8. Verander dat in --> de


+ De persoonsvorm is geen être

Slide 29 - Slide


Maak de zin ontkennend:
J'ai un frère

Slide 30 - Open question


Maak de zin ontkennend:
Charlotte a un chien.

Slide 31 - Open question


Maak de zin ontkennend:
Elle chante une chanson.

Slide 32 - Open question

Les couleurs
Train jezelf met het aanwijzen van kleuren
in het Frans

Slide 33 - Slide


bleu
A
rose
B
oranje
C
rood
D
blauw

Slide 34 - Quiz


vert
A
groen
B
bruin
C
zwart
D
blauw

Slide 35 - Quiz


jaune
A
oranje
B
geel
C
wit
D
groen

Slide 36 - Quiz


rouge
A
rose
B
oranje
C
rood
D
blauw

Slide 37 - Quiz

Lever hier je aantekeningen uit de les.
Maak een foto van je werk en upload hier.

Slide 38 - Open question

Heb je nog vragen?

Slide 39 - Slide

Les devoirs
Faire (maken): 
-  Maak je LessonUp van 17 mars af.  
- tot en met 4.3 (niet menu au choix)
apprendre: herh. app 1, 2 en3




Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide