Arbowet

1 / 115
next
Slide 1: Slide
TechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 115 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 41 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Op welke pijlers is de Arbowet gebouwd?
A
Veiligheid, gezondheid en ziekte
B
Gezondheid, milieu en Arbowet
C
Welzijn, gezondheid en ongevallen
D
Veiligheid, gezondheid en welzijn

Slide 7 - Quiz

Wat doet een preventiemedewerker?
A
Zorgt voor het eten
B
Heeft de dagelijkse leiding over het bedrijf
C
Helpt bij het opmaken van een RI&E
D
Werkt op de administratie

Slide 8 - Quiz

Wat betekent dit bord?

Slide 9 - Open question

Welke rechten hebben wij vanuit de Arbowet? (3)

Slide 10 - Open question

Wat is de werkgever verplicht om te regelen voor ons als werknemer?
PBM's
Scholing
Veilige en gezonde werkplek
Salaris
lunch
vakantie

Slide 11 - Poll


😒🙁😐🙂😃

Slide 12 - Poll

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Welke risico's kan ik lopen tijdens het werk?
A
Vallen van hoogte
B
Struikelen
C
Uitglijden
D
dat de bewaker er niet is

Slide 19 - Quiz

Op welke manier wordt het risico berekend?
A
Kans x geluk
B
Effect x Blootstelling
C
Effect x Werk
D
Kans x Effect

Slide 20 - Quiz

Wie is er verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkplek?
A
Jijzelf
B
Werkgever & Werknemer
C
Werkgever
D
Werknemer

Slide 21 - Quiz

Hoeveel kilo mag ik tillen?

A
21 KG
B
27 KG
C
25 KG
D
23 KG

Slide 22 - Quiz

Wat zijn bronnen van gevaar?
A
Aanwezige gereedschappen
B
Het soort werk wat ik doe
C
Geen kennis en geen ervaring met het werk
D
Houding en gedrag

Slide 23 - Quiz

Wat zijn 2 doelstellingen van de Arbeidstijden wet?
A
maximale arbeidstijd
B
dat er een kantine moet zijn
C
dat ik pauzes krijg
D
combineren arbeid en zorgtaken

Slide 24 - Quiz

Waar staan de letters LMRA voor?
A
Laatste Maand Register Aanname
B
Last Meter Risico Analyse
C
Last Minute Risico Anagram
D
Last Minute Risico Analyse

Slide 25 - Quiz

Waar staan de letters C E voor?
A
Chaos Effect
B
Cola Eis
C
Conformité Europene
D
Chocolade Export

Slide 26 - Quiz

Wie controleert de Arbeidstijden wet?
A
De vakbond
B
De Arbodienst
C
De werkgever
D
Inspectie SZW

Slide 27 - Quiz

Op welke manier kan ik ongelukken op het werk voorkomen?
A
Dronken op mijn werk komen
B
Houden aan de veiligheidsvoorschriften
C
Goodhouse keeping
D
Medicijn gebruik melden aan leidinggevende

Slide 28 - Quiz

Welke werkzaamheden zijn risico verhogend?
A
Werken in kou en of hitte
B
Werken op hoogte
C
werken achter een computer
D
kassa werkzaamheden

Slide 29 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een onveilige handeling?
A
Alle bedrijfsvoorschriften volgen
B
Je houden aan de werkinstructie
C
Niet dragen van een veiligheidsbril
D
Aanwezig zijn op het werkoverleg

Slide 30 - Quiz

Zijn bedrijven verplicht om een RI&E te laten uitvoeren?
A
Nee
B
Dat maakt de Inspectie SZW voor ze
C
Als ze er tijd voor hebben
D
Ja

Slide 31 - Quiz

Welke ongevallen moet ik melden bij de Inspectie SZW
A
Je hebt je gesneden aan een doos
B
Een collega is gevallen in de werkplaats en heeft een gebroken been en moet worden geopereerd
C
Een collega is van de steiger gevallen en moet naar het ziekenhuis
D
Een collega heeft lasspetters in zijn oog gehad en is naar de huisarts geweest

Slide 32 - Quiz

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Video

Slide 42 - Slide

Welke PBM's zou jij dragen bij het uithakken van cementvoegen?
A
handschoenen, veiligheidsschoenen, ruimzichtbril
B
Helm en veiligheidsschoenen
C
Helm en veiligheidsharnas
D
lashelm en lasschort

Slide 43 - Quiz

Ik werk langs de weg, welke veiligheidskleding moet ik dragen?
A
P3 stofmasker en een wergwerpoveral
B
Onafhankelijke adembescherming en een helm
C
Gehoorbescherming en een helm
D
Zichtbaarheidskleding en veiligheidsschoenen

Slide 44 - Quiz

Je werkt gedurende een week op een heistelling, het gemeten geluidsniveau 105 dB
A
otoplastieken of oorpluggen
B
Watten of oorpluggen
C
foamdopjes of oorpluggen aan een beugel
D
gehoorkap of otoplastieken

Slide 45 - Quiz

Hoe vaak moet een veiligheidsharnas gekeurd worden?
A
elke 3 maanden
B
iedere twee jaar
C
ieder jaar of na een val
D
elk half jaar

Slide 46 - Quiz

Een timmerman werkt met een cirkelzaag, moet hij handschoenen dragen?
A
Als hij dat nodig is
B
Ja, want hij moet zijn handen beschermen
C
Nee, met draaiende delen geen handschoenen
D
dat mag de werkgever beslissen

Slide 47 - Quiz

Je werkt in een chemisch bedrijf waar je bijtende producten afweegt, welke kleding moet ik dragen?
A
Een chemicaliënpak
B
een kunststoffen schort
C
een katoenen overal
D
een synthetische overal

Slide 48 - Quiz

Je werkt in de bouw. Bij je werk komt een giftige stof vrij, welk filtermasker moet ik dragen?
A
P4
B
P2
C
P3
D
P1

Slide 49 - Quiz

Welke factor is direct bepalend voor de risico's van het werk?
A
Het toezicht door de opdrachtgever
B
Het V&G plan
C
Mijn directeur
D
De werkplek

Slide 50 - Quiz

Aan wie moet jij een ongeval melden?
A
Arbeidsinspectie
B
Leidinggevende
C
Medische dienst
D
Collega

Slide 51 - Quiz

Wat is een voorbeeld van veilig gedrag op het werk?
A
Anderen aanspreken op onveilige handelingen
B
nooit gebruik maken van gevaarlijke stoffen
C
altijd gehoorbescherming dragen
D
altijd een helm dragen

Slide 52 - Quiz

Waardoor kun je valgevaar aan de rand van een plat dak voorkomen?
A
Waarschuwingsborden plaatsen
B
Werknemers goede instructies geven
C
Rood wit lint spannen langs de dakrand
D
Door goede afscherming te plaatsen aan de rand

Slide 53 - Quiz

Wanneer is een TRA noodzakelijk?
A
Alleen na een grote calamiteit
B
voor aanvang van een nieuw project
C
Tijdens het werk aan de kassa
D
voor het opzetten van een V&G beleid

Slide 54 - Quiz

Waar is de V&G wetgeving van toepassing
A
in alle openbare gebouwen
B
alleen op schepen
C
in alle gebouwen
D
overal waar gewerkt wordt

Slide 55 - Quiz

Je werkt bij een aannemersbedrijf dat VCA** gecertificeerd is, er moeten monteurs worden ingehuurd via een VCU gecertificeerd uitzendbureau, welk diploma heeft de intercedent nodig?
A
B-VCA
B
VIL-VCU
C
VOL- VCA
D
VCA petrochemie

Slide 56 - Quiz

Wat is een onveilige situatie?
A
Een steiger zonder leuning
B
Niet dragen van een veiligheidsbril
C
Werken met niet gekeurd gereedschap
D
buiten werking stellen van beveiligingen

Slide 57 - Quiz

Wat bevordert veilig werken?
A
Positieve instelling over veiligheid
B
meer PBM's gebruiken dan nodig
C
stoer gedrag belonen
D
Bananenschillen op de vloer gooien

Slide 58 - Quiz

Wat is de kleur en vorm van een waarschuwingsbord?
A
blauw en rond
B
groen en driehoekig
C
Geel en rond
D
geel en driehoekig

Slide 59 - Quiz

Je gaat werken in een opslagtank, er worden steekflenzen gebruikt om de werkplek veilig te stellen. Waar wordt de steekflens voor gebruikt
A
Als scheidingswand tussen twee gevaarlijke stoffen
B
afsluiten van toevoerleidingen naar de tank
C
om jou te beschermen tegen steekvlammen
D
om de toegangsdeur van de tank te sluiten

Slide 60 - Quiz

Slide 61 - Slide

Slide 62 - Video

Slide 63 - Slide

Slide 64 - Slide

Slide 65 - Slide

Slide 66 - Slide

Slide 67 - Slide

Slide 68 - Slide

Slide 69 - Slide

Slide 70 - Slide

Slide 71 - Slide

Slide 72 - Slide

Slide 73 - Slide

Slide 74 - Slide

Slide 75 - Slide

Slide 76 - Slide

Slide 77 - Slide

Slide 78 - Slide

Slide 79 - Slide

Slide 80 - Slide

Moet een kolomboormachine goed vast zitten aan de tafel/grond?
A
Waarom?
B
nee
C
Ja
D
los werkt ook goed

Slide 81 - Quiz

Hoe lang mag ik op een ladder werken?
A
8 uur
B
2 uur
C
5 uur
D
4 uur

Slide 82 - Quiz

Wat is een bijna-ongeval?
A
Een ongewenste gebeurtenis met schade en letsel
B
Een ongewenste gebeurtenis met of zonder schade en letsel
C
Een ongewenste gebeurtenis zonder schade en letsel
D
een gewenste gebeurtenis met schade en letsel

Slide 83 - Quiz

Mag ik de beschermrand van de haakse slijper verwijderen?
A
euhhh wat is een haakse slijper
B
tuurlijk dat mag altijd
C
nee dat mag niet
D
Uiteraard want dan kan ik een grotere schijf er op plaatsen

Slide 84 - Quiz

Er ligt op de grond van een blauw zeil, wat kan het mogelijke gevaar zijn?
A
Dat er dieren onder gekropen zijn
B
Dat het zeil kan opwaaien
C
Dat mijn collega's een grapje uithalen
D
Dat er een opening onder kan zitten

Slide 85 - Quiz

Aan wie moet jij een ongeval melden?
A
aan je collega
B
aan de administratie
C
aan de technische dienst
D
aan je leidinggevende

Slide 86 - Quiz

Welk gevaar ontstaat bij kleine hoogteverschillen tijdens het lopen?
A
Brandgevaar
B
Struikelgevaar
C
Explosiegevaar
D
Verstikkingsgevaar

Slide 87 - Quiz

Wat voor kleur achtergrond hebben de borden van veiligheidsvoorziening?
A
Geel
B
Rood
C
Groen
D
Blauw

Slide 88 - Quiz

Je hoort het alarmsignaal afgaan, wat moet je als 1e doen
A
Aanwijzingen opvolgen van de BHV
B
Stoppen met werken
C
geen gebruik maken van liften
D
je melden op de verzamelplaats

Slide 89 - Quiz

Slide 90 - Slide

Slide 91 - Slide

Wat is 1 van de verplichtingen van een werknemer?
A
Beveiligingen op machines niet verwijderen
B
Wel verwijderen van beveiligingen op machines
C
Geen PBM's gebruiken
D
altijd te laat komen

Slide 92 - Quiz

Mag er iemand meerijden op de heftruck?
A
Nee, er is maar 1 stoel
B
Tuurlijk plek genoeg op het contragewicht
C
Ja, op de vorken
D
als ik de vorken vervang door een klem

Slide 93 - Quiz

Waartegen kunnen handschoenen geen bescherming bieden?
A
Gevaarlijke stoffen
B
Kou of hitte
C
Draaiende delen
D
Bijtende stoffen

Slide 94 - Quiz

Waaraan herken ik het veiligheidsetiket van houders onder druk?
A
B
C
D

Slide 95 - Quiz

Wat betekent CE-markering?
A
Dat het product in Europa geen onderhoud nodig heeft
B
Dat het alleen in Europa gebruikt mag worden
C
Dat het product altijd in Europa gemaakt is
D
Dat het voldoet aan de minimale veiligheidseisen in Europa

Slide 96 - Quiz

Hoe ziet een verbodsbord voor de bouwplaats eruit?
A
Een ruitvormig oranje bord met een wit symbool
B
Een blauw rond bord met een wit symbool
C
Een rond wit bord met een blauw symbool
D
Een rond wit bord met een rode rand en een rode diagonale streep

Slide 97 - Quiz

Jan is constructiemedewerker en werkt met een metaalbewerkingsmachine, hij heeft van de huisarts medicijnen gekregen die het reactievermogen kunnen beïnvloeden. Wat moet Jan doen?
A
Hij blijft thuis
B
Vraagt aan de arts wat hij wel en niet mag doen
C
Jan voelt zich goed en doet alles
D
Jan meldt aan zijn leidinggevende dat hij medicijnen gebruikt

Slide 98 - Quiz

Hoe noemen we de borden met een groene achtergrond en een wit pictogram?
A
veiligheidsvoorzieningen
B
gebodsborden
C
brandbestrijdingsmiddelen
D
waarschuwingsborden

Slide 99 - Quiz

Vanaf hoeveel dB (a) moet je gehoorbescherming dragen?
A
75 dB
B
80 dB
C
85dB
D
87 dB

Slide 100 - Quiz

In welk arbeidsmiddel moet ik een veiligheidsharnas dragen?
A
op een ladder
B
op een stelling
C
op een rolsteiger
D
in een hangsteiger

Slide 101 - Quiz

Wat is een voorbeeld van onafhankelijke adembescherming?
A
stofkapje
B
p2 filter
C
halfgelaatsmasker
D
luchtkap

Slide 102 - Quiz

Welke bewering is juist?
A
Doos opensnijden naar je toe
B
het blad van de schroevendraaier moet scherp zijn
C
controle en onderhoud op handgereedschap
D
gebruik gereedschap waarvoor het bedoeld is

Slide 103 - Quiz

Slide 104 - Slide

Slide 105 - Slide

Slide 106 - Slide

Slide 107 - Slide

Slide 108 - Slide

Slide 109 - Slide

Slide 110 - Slide

Slide 111 - Slide

Slide 112 - Slide

Slide 113 - Slide

Slide 114 - Slide

Slide 115 - Slide