This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Wat doen we vandaag?
Vragen grammatica?
Bespreken 11E, vragen.
Cultuur Hoofdstuk 11.
Slide 1 - Slide
Vragen grammatica?
Slide 2 - Open question
Geen vragen (meer)?
Maak maar twee rijtjes....
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
Grammaticavragen
1 ἑτοίμων ὄντων τῶν ῥητόρων
ὑμῶν κελευόντων καὶ βοώντων
2 με διακινδυνεύειν (afhankelijk van δεῖν)
3 ptc. aor. pass. acc. ev mnl.; predicatief gebruikt
Slide 5 - Slide
Vragen over inhoud 11.C, D en E
1 a Hij is tegen de democratie en daarom wil hij laten zien hoe gevaarlijk die staatsvormis: het volk laat zich gemakkelijk ophitsen om tegen de wetten te handelen
Hij is een bewonderaar van Sokrates. In de versie die Xenophon geeft, steekt Sokrates’ moed enorm af tegen de angst van de anderen.
Slide 6 - Slide
Vragen over inhoud 11.C, D en E
b Xenophon gebruikt de negatief geladen woorden πλῆθος en ὄχλος.
Hij laat het volk optreden als een tiran die doet wat hij wil (r. 18/9).
De hele situatie doet nogal chaotisch en willekeurig aan; de menigte roept steeds maar wat en laat zich gemakkelijk op sleeptouw nemen door een man als Kallixenes zelfs al zijn diens voorstellen tegen de wet
(r. 17 τὸ πλῆθος ἐβόα, r. 22 ἐπεθορύβησε ὁ ὄχλος, r. 26 οἱ δὲ ἐβόων).
Slide 7 - Slide
Vragen over inhoud 11.C, D en E
2 a onbegraven
b In de versie van Diodoros wordt de nalatigheid een religieuze overtreding
c Het bergen van lijken hadden ze ook de volgende dag nog kunnen doen, toen de storm weer was gaan liggen, terwijl het redden van drenkelingen naturlijk direct moest gebeuren.
Slide 8 - Slide
Vragen over inhoud 11.C, D en E
3 het feit dat ze in een gezamenlijk proces worden berecht: ἁθρόους κρίνειν (r. 5)
4 a ze hebben een zeer grote zeeslag gewonnen
b als waanzinnig οὕτως ὁ δῆμος παρεφρόνησε
c met δεσπότης
d r. 17/9 τὸ δὲ πλῆθος – βούληται
Slide 9 - Slide
Opdracht bij de tekst
Kleur in elke zin:
De persoonsvorm.
Andere werkwoordsvormen in een andere kleur.
Alle Nominativi in een andere kleur.
Alle directe en indirecte objecten ieder in een andere kleur.
(Dus: lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp).
Slide 10 - Slide
Aan het werk.
Leer de woordjes en grammatica t/m 11D
Kleur en vertaal 12A
Slide 11 - Slide
Wat heb je vandaag geleerd?
Slide 12 - Open question
Wat is nog onduidelijk? Waar wil je meer over weten?