This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 45 min
Report this lesson
Items in this lesson
welkom!
Zet je biologiespullen op tafel
zitten volgens de plattegrond
Slide 1 - Slide
wat gaan wij doen?
Huiswerk en boeken controle
Herhaling vorige les
Verder met nieuwe basisstof
opdrachten maken
afsluiten
Slide 2 - Slide
Wat weet je nog van gisteren?
Slide 3 - Slide
EEN INDICATOR
Bij een brandende kaars ontstaan water en koolstofdioxide. Koolstofdioxide kun je aantonen met helder kalkwater. Helder kalkwater wordt troebel als er koolstofdioxide bij komt. Een indicator is een stof waarmee je een andere stof aantoont. Helder kalkwater is een indicator voor koolstofdioxide.
Slide 4 - Slide
Het ademhalingsstelsel
Slide 5 - Slide
leerdoelen
Wat leer je vandaag?
- de organen van het ademhalingsstelsel
- de functie van de verschillende organen van het ademhalingsstelsel
Slide 6 - Slide
Organen ademhalingsstelsel Welke ken je?
Slide 7 - Mind map
Voor verbranding in je lichaam is zuurstof nodig.
Zuurstof neem je op uit de lucht met je longen.
Ook je neus en het middenrif horen bij het ademhalingsstelsel.
Slide 8 - Slide
Onder de longen ligt het middenrif.
Dit is een spier tussen de borstholte en de buikholte.
Je voelt het middenrif als je de hik hebt. De spier trekt zich dan telkens kort samen.
Slide 9 - Slide
Onder de longen ligt het middenrif.
Dit is een spier tussen de borstholte en de buikholte.
Je voelt het middenrif als je de hik hebt. De spier trekt zich dan telkens kort samen.
Slide 10 - Slide
0
Slide 11 - Video
Wat is er gezonder? Een neusademhaling of een mondademhaling?
Slide 12 - Open question
Slide 13 - Slide
Ademen door je neus
lucht gaat langs de neusharen daarna langs neusslijmvlies
- groeien aan het begin van de neusholte - houden grote stofdeeltjes tegen
- maakt lucht warm (bloedvaatjes eronder)
en vochtig
- houdt stof en
ziekteverwekkers tegen
blijven plakken aan slijm
- hierin zitten trilharen
vervoeren slijm naar de keelholte ; slijm slik je door
neusslijmvlies
Slide 14 - Slide
In lucht zitten vaak stofdeeltjes en ziekteverwekkers.
Vooraan in de neusholte groeien neusharen die de grote stofdeeltjes tegenhouden.
Kleine stofdeeltjes en ziekteverwekkers blijven plakken aan de slijmlaag van het neusslijmvlies
Slide 15 - Slide
Waarom is het beter om door je neus te ademen? (meer redenen)
Slide 16 - Open question
De trilharen verplaatsen het slijm met de stofdeeltjes naar de keelholte. Daar slik je het slijm in.
Boven in de neusholte zit het reukzintuig. Daarmee kun je ruiken of de lucht stinkt. Stinkende gassen in de lucht kunnen giftig of schadelijk zijn. Het reukzintuig waarschuwt je hiervoor.
Slide 17 - Slide
Het reukzintuig
- zit boven in je neusholte
- hiermee ruik je: je neemt geur waar
- waarschuwt je voor gevaarlijke
geuren
Wist je dat aardgas ( gas uit gasfornuis) eigenlijk reukloos is?
Ze hebben er een geurtje aan toegevoegd
Slide 18 - Slide
In je mond zitten geen trilharen en geen reukzintuig. Bij inademen door je mond wordt de lucht minder schoon, minder vochtig en ook minder warm gemaakt.
Droge, koude lucht kan het slijmvlies in de longen beschadigen.
Ademen door de neus is daardoor gezonder dan ademen door de mond.
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Video
De huig en het strottenklepje
- Wat is de taak van de huig?
- Wat is de taak van het strottenklepje?
- Wat hebben de huig en het strottenklepje
met verslikken te maken?
Zoek de antwoorden en schrijf deze op
timer
6:00
Slide 24 - Slide
Slide 25 - Video
Slide 26 - Slide
Slide 27 - Slide
De luchtpijp is een holle buis die aansluit op de onderkant van het strottenhoofd.
In de wand van de luchtpijp (en bronchiën ) zitten kraakbeenringen.
Deze ringen geven stevigheid en zorgen ervoor dat de luchtpijp altijd openstaat .
stofzuigerslang.
Slide 28 - Slide
De bronchiën vertakken zich tot kleinere buisjes, aan het eind de longblaasjes.
Hier wordt zuurstof uit de lucht opgenomen in het bloed. Koolstofdioxide uit het bloed wordt afgegeven aan de lucht in de longblaasjes.
De wanden van de luchtpijp, bronchiën, buisjes en longblaasjes zijn bekleed met slijmvlies. Hier blijft stof en ziekteverwekkers plakken. extra veel slijm= hoesten.