Eetbuien met compensatiegedrag, gewicht meestal normaal
D
Obsessie met gezond eten
zonder ondergewicht
Slide 3 - Quiz
3. Wat is het belangrijkste kenmerk van een eetbuistoornis/BED?
Slide 4 - Open question
4. Welke lichamelijke gevolgen horen specifiek bij boulimia?
A
Botontkalking en ondergewicht
B
Uitdroging en haaruitval
C
Beschadiging slokdarm en tandglazuur
D
Extreem lage hartslag
Slide 5 - Quiz
5. Lisa (17) sport veel, eet extreem weinig en zegt dat ze “te dik” is, terwijl ze duidelijk ondergewicht heeft. Ze raakt geïsoleerd en haar schoolresultaten zakken. Welke eetstoornis past het best bij deze beschrijving en waarom?
Slide 6 - Open question
6. Wat is géén mogelijke oorzaak van eetstoornissen volgens de reader?
A
Erfelijke aanleg
B
Trauma's of negatieve ervaringen
C
Een te hoge BMI
D
Een laag zelfbeeld
Slide 7 - Quiz
7. Noem twee aandachtspunten in de begeleiding van iemand met een eetstoornis.
Slide 8 - Open question
8. Welke omschrijving hoort bij het begrip persoonlijkheidsstoornis volgens DSM-5?
A
Kortdurend probleem na een stressvolle gebeurtenis
B
Duurzaam, star patroon dat lijdensdruk geeft
C
Alleen veroorzaakt door opvoeding
D
Gaat vanzelf over zonder behandeling
Slide 9 - Quiz
9. Wat is het belangrijkste verschil tussen cluster A, B en C persoonlijkheidsstoornissen?
Slide 10 - Open question
10. Clusterindeling Bij welk cluster hoort de borderline persoonlijkheidsstoornis?
A
Cluster A – vreemd/excentriek
B
Cluster B – emotioneel/impulsief
C
Cluster C – angstig/onzeker
D
Geen van bovenstaande
Slide 11 - Quiz
11. Sam (24) is impulsief, heeft wisselende relaties en stemmingswisselingen. Hij ervaart leegte en doet soms aan zelfbeschadiging. Welke persoonlijkheidsstoornis past hierbij?
Slide 12 - Open question
12. Welk kenmerk hoort bij de paranoïde persoonlijkheidsstoornis (cluster A)?
A
Magisch denken en bizarre overtuigingen
B
Achterdocht, snel beledigd en wantrouwend
C
Afhankelijk en behoeft steun van anderen
D
Overmatig perfectionistisch en rigide
Slide 13 - Quiz
13. Noem twee behandeldoelen bij persoonlijkheidsstoornissen.
Slide 14 - Open question
14. Welke behandelvorm wordt NIET genoemd als gebruikelijk bij persoonlijkheidsstoornissen?
A
Psychotherapie
B
Vaardigheidstraining
C
Medicatie als ondersteuning
D
Alleen strikte dagstructuur zonder therapie
Slide 15 - Quiz
15. Welke eigenschap past het beste bij een theatrale persoonlijkheid?
A
Terughoudend en liever op de achtergrond
B
Sterke behoefte aan aandacht en goedkeuring van anderen
C
Nuchter, feitelijk en weinig emotioneel
D
Voelt zich het prettigst bij vaste routines en regels
Slide 16 - Quiz
16. Een narcistische persoonlijkheidsstoornis wordt onder andere gekenmerkt door een overdreven gevoel van eigenwaarde en een gebrek aan empathie voor anderen
A
Waar
B
Niet waar
Slide 17 - Quiz
17. Mensen met een schizoïde persoonlijkheidsstoornis hebben vaak weinig behoefte aan sociale contacten en tonen meestal weinig emoties.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 18 - Quiz
18. Een borderline persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door heftige stemmingswisselingen, instabiele relaties en een sterke angst om verlaten te worden.