AFP 3.2.19 Hormonen en stofwisseling

3.2.19 Stofwisseling en hormonen
1 / 23
next
Slide 1: Slide
Anatomie Fysiologie PathologieMBOStudiejaar 3

This lesson contains 23 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

3.2.19 Stofwisseling en hormonen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Na de les:
- ken je de belangrijkste hormoonklieren, hormonen en functie in het lichaam
- weet je wat veel voorkomende ziekten zijn aan het hormoonsysteem en stofwisseling
- ken je de bijbehorende geneesmiddelen 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Opdracht
Hormoonstelsel maak de invuloefening zodat je een overzicht hebt van de hormoonklieren en de belangrijkste hormonen die daar worden gemaakt. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Video

This item has no instructions

Diabetes Mellitus
De ziekte die de Diabetes Mellitus noemen (suikerziekte) is in wezen niets anders dan een tekort aan insuline.

Eerste verschijnselen zijn hyperglykemie (hoge bloedsuiker), dorst, polyurie (veel plassen), moeheid, honger

Wat is de oorzaak van deze symptomen? (zie volgende dia)

Slide 5 - Slide

Door een tekort aan insuline wordt glucose niet omgezet in glucogeen en blijft dus in het bloed
Door het vele vochtverlies (zie 3)
Het teveel aan glucose wordt uitgeplast met de urine, opgelost in extra water.
Moeheid de lichaamscellen krijgen te weinig glucose (brandstof) binnen

Hoe verklaar je de symptomen?
  1. Door een tekort aan insuline wordt glucose niet omgezet in glucogeen en blijft dus in het bloed
  2. Door het vele vochtverlies (zie 3)
  3. Het teveel aan glucose wordt uitgeplast met de urine, opgelost in extra water.
  4. Moeheid de lichaamscellen krijgen te weinig glucose (brandstof) binnen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Type I:
 lichaam maakt zeer weinig tot geen insuline aan

 “absoluut tekort”
 

Behandeling: insuline



Type II:
 meer insuline nodig door overgewicht óf  gevoeligheid neemt af (ouder worden)
 “relatief tekort”
 

Behandeling: insuline of medicatie

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

insuline is als sleuteltje nodig voor de cellen om glucose als brandstof te kunnen gebruiken.
Insuline
Insuline zorgt ervoor dat glucose (suiker) opgenomen wordt in de lichaamscellen waar het als energiebron wordt gebruikt.

Of zorgt ervoor dat het kan worden
opgeslagen (als glycogeen).

Slide 9 - Slide

Insuline is als het ware een sleutel om glucose uit het bloed in de cel op te kunnen nemen of om het op te kunnen slaan in de lever

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Hyperglykemisch aciodotisch coma
- Coma met te hoge bloedsuikerspiegel en te zure (‘acid’) samenstelling van het lichaamsvocht
- Ontstaat heel geleidelijk
- Behandeling ingewikkeld en gebeurt in het ziekenhuis

Hypoglykemisch coma

- Patiënt voelt het vaak aankomen
- Kan snel ontstaan
- Suiker eten of intraveneus toedienen suikeroplossing of intramusculair glucagon

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Late complicaties DM
Neuropathie
Nefropathie
Retinopathie
Infecties
Diabetische voet
Hart en vaat ziekten

Slide 12 - Slide

Neuropathie: beschadiging van zenuwen in het lichaam. Verminderde gevoeligheid (sensibiliteit) in de benen.
Nefropathie: achteruitgang nierfunctie. Regelmatig controleren op hypertensie. Diabetische nefropathie voorkomen -> regelmatig controle op eiwitten
Retinopathie: beschadiging van het netvlies, regelmatig controle oogarts Diabetische retinopathie
Infecties: relatieve lage weerstand omdat witte bloedcellen minder goed functioneren. Bijv. urineweginfecties, furunkels (steenpuisten)
Diabetische voet: door neuropathie vallen wondjes niet op door artheosclerose in bloedvoorziening slecht. Bemoeilijkt wondgenezing. Gangreen= afgestorven weefsel.
Vooral als DM samen gaat met andere risicofactoren is de kans op artherosclerose en daaruit voortkomende complicaties vergroot.

Insuline
Werking
Stofnaam
merknaam
snelwerkend
Insuline lispro
Humalog
middellang werkend
Insuline aspart
Novorapid
Langwerkend
Insuline glargine
Lantus
Mix
Novomix

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Geneesmiddelen
Groep
Stofnaam
Biguaniden
metformine
Sulfonylureumderivaten
glibenclamide
tolbutamide
Bloedglucoseverlagende stoffen
Voorwaarde is dat de alvleesklier nog insuline kan produceren. Werken allemaal verschillend (bestaan nog meer varianten), soms wordt gecombineerd om effect te vergroten.

Slide 14 - Slide

Voorwaarde is dat de alvleesklier nog insuline kan produceren. Werken allemaal verschillend (bestaan nog meer varianten), soms wordt gecombineerd om effect te vergroten.
Bloedglucoseverlagende stoffen

Geneesmiddelen bij DM

Slide 15 - Slide

Biguaniden: remmen glucoseproductie in de lever en verhogen de gevoeligheid van de cellen voor insuline.
Sulfonylureumderivaten: stimuleren afgifte van insuline ( groter risico op hypo, vooral degenen met een lange werkingsduur)

Insuline
subcutaan omdat het anders wordt afgebroken in maag/darmkanaal 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

biguaniden en sulfonylureumderivaten 

Voorwaarde is dat de alvleesklier nog insuline kan produceren. Werken allemaal verschillend (bestaan nog meer varianten), soms wordt gecombineerd om effect te vergroten.
Bloedglucoseverlagende stoffen

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

De schildklier = 'glandula thyroidea'

D.m.v. hormonen regelt de schilklier de stofwisseling. Zij kan deze vertragen of versnellen.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Regelkring 

Slide 19 - Slide

De hypothalamus maakt TRH aan (thyreotropine releasing hormone). TRH zorgt ervoor dat de hypofyse TSH aanmaakt (thyroid stimulating hormone). TSH zorgt er op zijn beurt voor dat de schildklier schildklierhormoon afgeeft aan het bloed, en dat er meer wordt aangemaakt. De hoeveelheid schildklierhormoon (T4 of T3) in je bloed en weefsels wordt steeds ‘gemeten’ door de hypothalamus, als er voldoende is neemt de aanmaak van TRH af

Slide 20 - Slide

thyroxine in het bloed = T3 of T4

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

Ziekte van Cushing: Oorzaak is een goedaardig gezwel in de hypofyse, dit produceert een hormoon dat via het bloed de bijnierschors te hard laat werken
Syndroom van Cushing: alle andere oorzaken van een te hard werkende bijnierschors. Meestal bijwerking van medicatie (Prednison)
Herkenbaar aan abnormale vetverdeling (ronde maans gezicht)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions