Programmeren in Swift Playgrounds Functies

Programmeren in Swift Playgrounds


Les 2
1 / 14
next
Slide 1: Slide
InformatiekundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 14 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Programmeren in Swift Playgrounds


Les 2

Slide 1 - Slide

Ik heb de levels gespeeld in het hoofdstuk Commando's en het ging:
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Hoofdstuk 1: Commando's
In het vorige hoofdstuk heb je de volgende commando's geleerd:
  • moveForward()
  • collectGem()
  • turnLeft()
  • toggleSwitch()

Slide 3 - Slide

Hoofdstuk 1: Commando's

Daarnaast heb je geleerd over bugs. Een bug is een foutje in het programma, in je code. Het opsporen van zo'n foutje, noem je debugging. Zolang het foutje erin zit, kan het programma niet uitgevoerd worden. Een foutje kan zelf een simpel typefoutje zijn.

Slide 4 - Slide

Hoofdstuk 2: Functies

In dit hoofdstuk zie je hoe je je eigen commando's kunt maken. En je gaat een functie schrijven.

Slide 5 - Slide

Lesdoelen:
  • Je kunt beschrijven wat functies zijn.
  • Je weet wat er wordt bedoeld met functieaanroepen.
  • Je kunt uitleggen hoe functies worden gebruikt in een alledaagse situatie.
  • Je kunt eigen functies definiëren.
  • Je kunt zelfgeschreven functies aanroepen.
  • Je kunt functies aanroepen binnen een andere functie. 
  • Belangrijkste termen: Algoritme en functie


Slide 6 - Slide

Hoofdstuk 2: Functies
Functie definitie:
Een functie is een groep commando's die je steeds opnieuw kunt gebruiken. Oftewel je groepeert een aantal taken. 

Slide 7 - Slide

Functies in het dagelijks leven
Schoenveters strikken
Tanden poetsen
Haren wassen
Meestal zijn dit taken die je op de automatische piloot doet.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Functies
In de introductie worden de handelingen om je veters te strikken gebruikt als voorbeeld voor een functie. 
  • Maak een lus
  • Onder elkaar doorhalen
  • Aantrekken
Hier kun je dus een functie van maken waarbij de stappen de commando's zijn. De functie krijgt vervolgens een naam.

Slide 10 - Slide

Functie schoenveters

func schoenVeteren() {
Maak een lus
Onder elkaar doorhalen
Aantrekken
}

Slide 11 - Slide

Schrijfwijze functie

Als je een functie wilt maken, gebruik je het woord func. Dit noem je een functie definiëren. 
Vervolgens geef je de functie een naam:  tieMyShoe
Ook hier gebruik je camelCase.
En je sluit altijd af met ().
Omdat het een functie is, type je vervolgens een accolade, {.
Dan volgen de commando's en je sluit af met } onder het laatste commando.

Slide 12 - Slide

Functie aanroepen
Nu heb je een functie gedefinieerd en je kunt hem gaan gebruiken. Je gaat de naam van de functie aanroepen om de reeks commando's van de functie te laten uitvoeren.
Als je nu de opdracht geeft tieMyShoe(), worden de stappen uitgevoerd die nodig zijn om je veters te strikken. Je hoeft nu niet meer ieder commando apart te beschrijven.

Slide 13 - Slide

In het hoofdstuk Functies speel je in ieder geval de levels die in de afbeelding oranje zijn. 
De overige levels zijn extra uitdagingen en die mag je natuurlijk ook spelen als je het leuk vindt!

Slide 14 - Slide