Welkom! Dit lesmateriaal is onderdeel van het IDFA scholierenprogramma.
Notitie voor de docent: werk voorafgaand aan het uitvoeren van deze opdrachten aan het vocabulaire dat de leerlingen hiervoor nodig zullen hebben. Stel een woordenlijst samen die leerlingen tijdens deze opdrachten kunnen raadplegen. In de bijlagen van deze les is een voorbeeld woordenlijst (Frans) te vinden.
Role (rol)
Kies het perspectief van iets of iemand uit de documentaire. Bijvoorbeeld:
- Een hoofdpersoon uit de documentaire
- Een betrokkene (getuige, expert, slachtoffer, activist…)
- Een voorwerp of plaats (bijv. een rivier, een stad, een dier)
1
Creatief schrijven: RAFT
Audience (publiek)
Bepaal voor wie je schrijft. Bijvoorbeeld:
- Het grote publiek (bv. via een blogpost of open brief)
- De overheid of beleidsmakers
- Toekomstige generaties
- Een vriend(in) of klasgenoot
2
Form (vorm)
Kies een tekstvorm die past bij jouw rol en publiek. Bijvoorbeeld: Een brief, speech, dagboekfragment, krantenartikel, WhatsApp gesprek, gedicht of rap- songtekst.
3
Topic (onderwerp)
Schrijf over een thema uit de documentaire.
4
Slide 2 - Slide
Creatief schrijven: RAFT
In deze schrijfopdracht kiezen leerlingen zelf een rol, publiek, vorm en onderwerp (Role – Audience – Form – Topic). Zo worden ze uitgedaagd om zich in te leven, creatief te schrijven én kritisch te reflecteren op wat ze hebben geleerd. RAFT combineert begrip met taalvaardigheid, en stimuleert eigenaarschap: leerlingen maken hun leerproces hierdoor persoonlijk en betekenisvol.
Role: Kies het perspectief van iets of iemand uit de documentaire. Bijvoorbeeld: - Een hoofdpersoon uit de documentaire - Een betrokkene (getuige, expert, slachtoffer, activist…) - Een voorwerp of plaats (bijv. een rivier, een stad, een dier)
Audience: Bepaal voor wie je schrijft. Bijvoorbeeld: - Het grote publiek (bv. via een blogpost of open brief) - De overheid of beleidsmakers - Toekomstige generaties - Een vriend(in) of klasgenoot
Form: Kies een tekstvorm die past bij jouw rol en publiek. Bijvoorbeeld: Een brief, speech, dagboekfragment, krantenartikel, WhatsApp gesprek, gedicht of rap- songtekst.
Topic: Schrijf over een thema uit de documentaire.
Notitie voor de docent: je kunt per vorm voorschrijven hoeveel woorden/zinnen er gebruikt moeten worden. Ook kan deze opdracht gemakkelijk ingezet worden om ook grammatica en schrijfvaardigheid te kunnen beoordelen.
Visuele samenvatting
Kijk aandachtig naar de documentaire. Let op: hoofdpersonen, belangrijke gebeurtenissen of thema’s, oorzaken en gevolgen, tijdlijn of volgorde, emotionele of maatschappelijke impact.
1
Kies een visuele vorm om de documentaire in samen te vatten. Kies een vorm die goed past bij de inhoud, bijvoorbeeld: tijdlijn, infographic, mindmap, topografische kaart, schema met pijlen/kleuren/symbolen.
2
Werk je samenvatting uit. Zorg dat uit je weergave blijkt: - Wat de kernboodschap of hoofdvraag van de documentaire is - Wat de problematiek in de documentaire is - Hoe de documentaire is opgebouwd - Welke personen belangrijk of opvallend zijn
3
Slide 3 - Slide
Visuele samenvatting Leerlingen zetten de bekeken documentaire om in een visuele samenvatting in de doeltaal. Zo tonen ze aan dat ze de hoofdpunten, structuur en verbanden begrijpen.
Kijk aandachtig naar de documentaire. Let op: hoofdpersonen, belangrijke gebeurtenissen of thema’s, oorzaken en gevolgen, tijdlijn of volgorde, emotionele of maatschappelijke impact.
Kies een visuele vorm om de documentaire in samen te vatten. Kies een vorm die goed past bij de inhoud, bijvoorbeeld: tijdlijn, infographic, mindmap, topografische kaart, schema met pijlen/kleuren/symbolen.
Werk je samenvatting uit. Zorg dat uit je weergave blijkt: - Wat de kernboodschap of hoofdvraag van de documentaire is - Wat de problematiek in de documentaire is - Hoe de documentaire is opgebouwd - Welke personen belangrijk of opvallend zijn
Tips voor de docent:
- Neem de opdracht en de onderdelen die je terug wil zien in de visuele samenvatting door voordat jullie de film kijken. Op die manier kunnen de leerlingen gericht kijken.
- Bespreek samen de woorden die gebruikt gaan worden in de documentaire door voordat jullie de film kijken. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een woordweb.
Culturele verdieping
Kijkvragen
Let op de volgende elementen in de film; noteer tijdens het kijken wat je opvalt. Dagelijks leven, communicatie/taalgebruik, relaties, eten en drinken, kunst en cultuur, normen en waarden. (Dus: waar zijn mensen mee bezig, hoe gaan ze met elkaar om, welke gewoontes en (ongeschreven) regels zijn er?)
1
Reflectie
Je krijgt van je leraar een aantal vragen over de film en culturele aspecten. Je beantwoordt de vragen in de doeltaal.
2
Creatieve verwerking
Kies een vorm om je inzichten creatief te verwerken in de doeltaal. Je leraar vertelt je welke opties er zijn. Bijvoorbeeld: dagboekfragment van filmpersonage, interview met expert, brief of videoboodschap aan een vriend(in), informatieve podcast, rollenspel.
3
Slide 4 - Slide
Culturele verdieping
Leerlingen leren culturele elementen herkennen in een documentaire en erover reflecteren in de doeltaal. Ze kijken met een 'culturele bril' naar gedrag, gewoontes, normen en waarden in een ander land.
Notitie voor de docent:
- Bespreek een aantal culturele aspecten uit de doelcultuur voordat jullie de film bekijken. Waarschijnlijk weten de leerlingen al best veel vanuit andere media of persoonlijke ervaringen. Maak gebruik van bijvoorbeeld een woordweb of laat de leerlingen dit in groepjes bespreken. Pas op voor stereotypering! Vraag leerlingen waar hun kennis vandaan komt.
- Bespreek de kijkvragen eerst met betrekking tot de eigen cultuur. Op die manier weten de leerlingen beter waar ze naar op zoek zijn tijdens het kijken van de documentaire.
Kijkvragen. Laat leerlingen aantekeningen maken tijdens het kijken naar de documentaire. Let goed op de volgende aspecten en noteer voorbeelden: - Dagelijks leven. Wat doen mensen op een gewone dag? Wat valt op? - Communicatie/taalgebruik. Hoe spreken mensen met elkaar? Formeel/informeel? Gebaren? - Relaties. Hoe gaan mensen om met familie, vrienden of autoriteiten? - Eten en drinken. Welke gewoontes zie je rond maaltijden? - Kunst en cultuur. Welke muziek, kunst of tradities komen voor? - Normen en waarden. Wat vinden mensen belangrijk? Wat wordt juist afgekeurd?
Reflectie.Vertaal onderstaande vragen naar de doeltaal voordat je ze aan leerlingen uitdeelt. Leerlingen beantwoorden na het kijken de volgende vragen in de doeltaal: - Welke culturele elementen zijn jou opgevallen in de documentaire? - Wat vond je opvallend of verrassend aan deze cultuur? - Wat herken je vanuit je eigen leven? Wat is juist heel anders? - Hoe denk je dat deze culturele aspecten het dagelijks leven beïnvloeden? - Wat heb je geleerd over het land of de gemeenschap in de documentaire?
Creatieve verwerking. Leerlingen kiezen één van de onderstaande opdrachten om hun inzichten creatief te verwerken in de doeltaal.
Schrijfvaardigheid: - Schrijf een dagboekfragment van iemand uit de documentaire - Stel een interview op met een persoon uit de documentaire - Maak een krantenartikel over een cultuurverschil dat je zag - Schrijf een brief naar een vriend waarin je vertelt over de cultuur - Maak een infographic over culturele gewoonten in het land
Spreekvaardigheid: - Maak een podcast van 2-3 minuten waarin je culturele aspecten bespreekt - Neem een videoboodschap op waarin je vertelt over je kijkervaring - Voer een rollenspel uit met een klasgenoot: jij bent journalist, je klasgenoot is iemand uit de documentaire
Wat gebeurt erna?
Bekijk de documentaire. Let tijdens het kijken op: hoofdpersonen en thema’s, belangrijke gebeurtenissen, conflicten of problemen, de situatie aan het einde: blijft er iets open? Zijn er vragen die onbeantwoord blijven?
1
Bedenk dan een logisch of verrassend vervolg op het verhaal. Bedenk bijvoorbeeld: Wat gebeurt er met de hoofdpersoon? Verandert er iets in de omgeving? Wordt het probleem opgelost of komt er een nieuw probleem? Hoe ziet hun leven eruit over 1 of 10 jaar?
2
Werk je vervolg uit in de doeltaal. Overleg met je leraar in welke vorm je dat doet. Leuke suggesties: een stripverhaal of krantenartikel, of een audio opname van een nieuwsbericht, interview of gesprek.
3
Slide 5 - Slide
Wat gebeurt erna?
De leerling gebruikt diens verbeelding én kennis van de documentaire om een logisch vervolg te bedenken. Zo laten ze zien dat ze de inhoud begrijpen en er creatief mee kunnen omgaan – in de doeltaal.
Bekijk de documentaire. Let tijdens het kijken op: hoofdpersonen en thema’s, belangrijke gebeurtenissen, conflicten of problemen, de situatie aan het einde: blijft er iets open? Zijn er vragen die onbeantwoord blijven?
Bedenk dan een logisch of verrassend vervolg op het verhaal. Bedenk bijvoorbeeld: Wat gebeurt er met de hoofdpersoon? Verandert er iets in de omgeving? Wordt het probleem opgelost of komt er een nieuw probleem? Hoe ziet hun leven eruit over 1 of 10 jaar?
Werk je vervolg uit in de doeltaal. Bijvoorbeeld in één van deze vormen:
Schrijfvaardigheid: -Een kort verhaal (narratief vervolg) - Een krantenartikel - Een brief of e-mail van een personage aan iemand anders - Een stripverhaal of mini-comic - Een tijdlijn met belangrijke gebeurtenissen na de documentaire
Spreekvaardigheid: - Een nieuwsbericht (bv. als journalist op tv of radio) - Een getuigenis of monoloog van een hoofdrolspeler - Een gesprek/rollenspel tussen twee betrokkenen (je kunt dit opnemen) - Een interview met de hoofdpersoon
Notitie voor de docent: zorg dat de leerlingen de toekomende tijd of voorwaardelijke wijs gebruiken (bijv. “Als hij dat doet, dan…”); zorg dat leerlingen verbindingswoorden zoals daarna, vervolgens, uiteindelijk, misschien, als gevolg daarvan gebruiken; laat de leerlingen denken aan beschrijvende woorden voor emoties, gevolgen en acties aan de hand van een vocabulaire-lijst die hen vooraf is gegeven.
Schrijf een recensie
Je hebt een documentaire bekeken. Nu schrijf je een recensie in de doeltaal. Stel je voor dat je schrijft voor een filmblog of schoolkrant. Schrijf eerlijk, duidelijk en overtuigend en bedenk een pakkende titel. Hieronder staat hoe je recensie moet worden opgebouwd.
Inleiding
Wat is de titel van de documentaire? Wie heeft hem gemaakt? Waar gaat hij over (kort)? Waarom heb je deze documentaire gekeken?
1
Samenvatting
Wat zie je in de documentaire? Wie is de hoofdpersoon? Wat is het hoofdthema of de boodschap?
2
Jouw mening
Wat vond je goed of minder goed? Was het onderwerp interessant, aangrijpend, verrassend? Heb je iets geleerd? Was de vorm goed gekozen (beelden, geluid, tempo, structuur)? Hoe vond je het einde?
3
Conclusie
Zou je deze documentaire aanraden? Waarom (niet)? Voor wie is deze documentaire geschikt?
4
Slide 6 - Slide
Schrijf een recensie Leerlingen leren hun mening geven over een documentaire in de doeltaal. Ze oefenen hoe je een recensie schrijft: samenvatten, mening geven, mening onderbouwen met argumenten.
Je hebt een documentaire bekeken. Nu schrijf je een recensie in de doeltaal. Stel je voor dat je schrijft voor een filmblog of schoolkrant. Schrijf eerlijk, duidelijk en overtuigend en bedenk een pakkende titel. Hieronder staat hoe je recensie moet worden opgebouwd.
Inleiding Wat is de titel van de documentaire? Wie heeft hem gemaakt? Waar gaat hij over (kort)? Waarom heb je deze documentaire gekeken?
Samenvatting Wat zie je in de documentaire? Wie is de hoofdpersoon? Wat is het hoofdthema of de boodschap?
Jouw mening Wat vond je goed of minder goed? Was het onderwerp interessant, aangrijpend, verrassend? Heb je iets geleerd? Was de vorm goed gekozen (beelden, geluid, tempo, structuur)? Hoe vond je het einde?
Conclusie Zou je deze documentaire aanraden? Waarom (niet)? Voor wie is deze documentaire geschikt?
Notitie voor de docent: geef leerlingen een lijstje handige zinnen in de doeltaal. Deze kunnen jullie van tevoren samen opstellen, of laat de leerlingen hier zelf naar zoeken in een woordenboek/hun werkboek/op het internet. Voorbeelden in het Frans:
- Ce documentaire m’a beaucoup appris sur…
- J’ai trouvé ce film intéressant parce que…
- Je pense que le message principal est…
- Je recommande ce documentaire à tous ceux qui s’intéressent à…
IDFA's onderwijsprogramma wordt mede mogelijk gemaakt door Fonds 21, Brook Foundation, Kidsweek, Deloitte Impact Foundation en IDFA Dikke Vrienden+.
IDFA is altijd benieuwd naar de manier waarop ons lesmateriaal in de klas is behandeld. Heb je tips en/of aanvullingen voor ons of voor andere docenten? Laat het ons weten via educatie@idfa.nl. Bedankt!
Tip voor docenten: met een gratis Docschool Online lidmaatschap krijg je toegang tot meer dan honderd documentaires en bijbehorend lesmateriaal. Lees meer en meld je aan op idfa.nl/docschoolonline