3.3 Nieuwe prijs berekenen

Welkom
1 / 24
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom

Slide 1 - Slide

Voorkennis
Wat weet je al?

Slide 2 - Slide

Nora koopt een t-shirt in de opruiming. Het t-shirt kost €16,95. Ze krijgt 59% korting. Hoeveel korting krijgt ze? Sleep de juiste getallen in de verhoudingstabel.
procent

euro
16,95
100
6,95
1
X
59

Slide 3 - Drag question

3 basis heeft 76 leerlingen, daarvan zijn er 68,4% van online. Hoeveel van de leerlingen is online? 
Sleep de juiste getallen in de verhoudingstabel.

76
100
52
1
X
68,4
Aantal
Procent
31,6
24
23

Slide 4 - Drag question

Lesdoelen
  • Je leert de nieuwe prijs uit te rekenen. 
  • Je leert wat de oude prijs is. 
  • Je leert met btw rekenen. 
  • Je leert wat inclusief en exclusief betekend. 

Slide 5 - Slide

Uitleg theorie

Slide 6 - Slide

Uitleg
Soms weet je de prijsverhoging of korting in procenten. Je kan dan uitrekenen hoeveel euro dat is. Daarna kun je het nieuwe bedrag berekenen. 

Julian verdient €2,94 per uur. Hij krijgt loonsverhoging vanaf zijn verjaardag. Zijn loon wordt met 12,7 % verhoogd. Hoeveel gaat Julian per uur verdienen?

Slide 7 - Slide

Je kan het!
Enkele oefeningen...

Slide 8 - Slide

Een rugbyshirt kost 60 euro. De prijs gaat 4% omhoog. Wat wordt de nieuwe prijs?
A
62,40
B
66,67
C
57,60
D
64,00

Slide 9 - Quiz

Bereken de nieuwe
prijs van de televisie
A
€27,5
B
€250,-
C
€247,50
D
€147,50

Slide 10 - Quiz

Bereken de nieuwe
prijs van de
sportschoenen
A
€20,-
B
€40,-
C
€60,-
D
€25,-

Slide 11 - Quiz

Wat is
de nieuwe prijs?
A
104 euro
B
650-104= 546 euro
C
650+104=754 euro
D
104 + 16 = 120 euro

Slide 12 - Quiz

Je krijgt €5 korting op je bestelling van €20. De nieuwe prijs krijg je door:
A
-
B
x
C
:
D
+

Slide 13 - Quiz

Een fiets van €879,- wordt 8% duurder
Hoe bereken je de nieuwe prijs?
A
879 : 100 x 8
B
879 x 108
C
879 : 100 x 108
D
978 : 100 x 108

Slide 14 - Quiz

Bert ziet een hoed voor 80 euro. Bij de hoed staat een kaartje met 20% korting. Hoeveel kost de hoed nu?
Schuif de vakken op de juiste plaats
procent          100                   1   

euro                                        X
20
16,00
80,00
100
1
X
Bedrag
Procent
64,00
80

Slide 15 - Drag question

Karel ziet een mobiel voor 700 euro. Bij de mobiel staat een kaartje met 8% korting. Wat is de nieuwe prijs voor mobiel?
Schuif de vakken op de juiste plaats
procent          100                   1   

euro                                        X
8
644,00
700,00
100
X
1
Bedrag
Procent
92

Slide 16 - Drag question

Rene ziet een fiets voor 500 euro. Bij de fiets staat een kaartje met 10% korting Hoeveel kost de fiets nu?
Schuif de vakken op de juiste plaats
procent          100                   1   

euro                                        X
10
450,00
500,00
100
X
1
Bedrag
Procent
90
50

Slide 17 - Drag question

Nora koopt een t-shirt in de opruiming. Het t-shirt kost €16,95. Ze krijgt 59% korting. Hoeveel moet ze betalen? Sleep de juiste getallen in de verhoudingstabel.
16,95
100
6,95
1
X
59
Bedrag
Procent
41
10,00

Slide 18 - Drag question

In de winkelstraat lopen 140 mensen rond. Er worden 85% mensen gevraagd om mee te doen aan een enquete. Hoeveel van de mensen is ondervraagd?Sleep de juiste getallen in de verhoudingstabel.
140
119
X
1
85
100
15
21

Slide 19 - Drag question

Aan de slag:

maak paragraaf
3.3 t/m blz 139

Slide 20 - Slide

Volgend jaar stijgen de prijzen van kleding met 2,5 procent. Wat is de factor?
A
125
B
12.5
C
1.025
D
1.25

Slide 21 - Quiz

Een fiets van €879,- wordt 8% duurder
Hoe bereken je de nieuwe prijs?
A
879 : 100 x 8
B
879 x 108
C
879 : 100 x 108
D
978 : 100 x 108

Slide 22 - Quiz

Nora koopt een cd in de opruiming. De cd kost €16,95. Ze krijgt 59% korting. Hoeveel moet ze betalen? Sleep de juiste getallen in de verhoudingstabel.
16,95
100
6,95
1
X
59
Bedrag
Procent
41
10,00

Slide 23 - Drag question

Tot ziens iedereen

Slide 24 - Slide