Dier en Kas

Dier en Kas

Leerjaar 2

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMens & NatuurMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 25 min
Report this lesson

Items in this lesson

Dier en Kas

Leerjaar 2

Welk dier geeft melk op de boerderij?

A

Koe

B

Kip

C

Schaap

D

Eend

Wat is hanteren

A

Je handen goed wassen voor je een dier aanraakt

B

Een dier optillen zodat je hem kan verplaatsen

C

Een dier optillen zodat hij je niet kan bijten

D

Gereedschappen gebruiken tijdens het werken

Wat is een konijn?

A

Knaagdier

B

Haasachtige

Welke manier van hanteren is het meest geschikt?

A

Het dier stevig vastpakken zodat het niet kan bewegen

B

Het dier zo snel mogelijk oppakken

C

Het dier ondersteunen op de plaatsen waar dat nodig is

D

Het dier alleen aan de voorkant vasthouden

Wat doe je als een dier erg bang of agressief reageert?


A

Toch snel oppakken

B

Het dier laten schrikken

C

Stoppen en hulp vragen

D

Hard tegen het dier praten

Waarom moet een dierenverblijf regelmatig worden schoongemaakt?



A

Voor een frisse en hygiënische omgeving

B

Omdat het dier anders niet kan slapen

C

Om het dier sneller te laten groeien

D

Omdat het hok anders groter wordt

Wat bedoelen we met het leefgebied van een dier?


A

De plek waar het dier van nature leeft

B

Alleen het voer van het dier

C

De naam van het dier

D

Het gereedschap dat je gebruikt

Welk dier is een herbivoor (planteneter)?

A

Varken

B

Koe

C

Slang

D

Kip

Waarom is het belangrijk om te weten wat een dier in de natuur eet?

A

Dan kun je het passende voer geven

B

Dan kun je het dier sneller vangen met lekker eten

C

Dan weet je hoe oud ze kunnen worden

D

Dan weet je hoe je ze beter kan huisvesten

Wat eet het?

Planteneter

Vleeseter

Alleseter

Welk gereedschap gebruik je om bladeren bij elkaar te harken?

A

Hark

B

Schep

C

Cultivator

D

Snoeischaar

Waarmee geef je planten water?

A

Spade

B

Gieter

C

Hark

D

Kruiwagen

Waarmee graaf je een gat in de grond?

A

Kruiwagen

B

Spade

C

Gieter

D

Bezem

Welk gereedschap gebruik je vaak met één hand om aarde te scheppen?

A

Handschep

B

Kruiwagen

C

Hark

D

Snoeischaar

Wat is een beplantingsplan?



A

Een lijst met gereedschappen die je nodig hebt in de tuin

B

Een tekening of plan waarop staat waar planten komen

C

Een schema voor plantenvoeding

D

Een plattegrond van een school

Waarom moet je voorzichtig omgaan met tuingereedschap?

A

Anders wordt het gereedschap bot

B

Je kunt jezelf of een ander verwonden

C

Planten groeien dan niet goed meer

D

Je wordt vies

Wat zie je hier?

A

Blad hark

B

Spade

C

Grondboor

D

Rechttandhark

Wat zie je hier?

A

Blad hark

B

Spade

C

Grondboor

D

Rechttandhark

Wat zie je hier?

A

Blad hark

B

Spade

C

Grondboor

D

Rechttandhark

Hoe leuk ga je dier vinden?

Hoe leuk ga je de kas vinden?