Zinsbouw B1

Zinsbouw 

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2Hoger onderwijs

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Zinsbouw 

Zinnen met twee werkwoorden



Ik wil morgen naar school gaan.

1.tijd - 2.manier - 3.plaats




Ik ga morgen (=tijd) met de fiets (=manier) naar school (=plaats).

Te              M            Po

Zet in de goede volgorde: heb – drie weken geleden – Ik – gekocht – een paar schoenen

Zet in de goede volgorde: teruggegaan – naar de winkel – de volgende dag – Ik – ben

Zet in de goede volgorde: nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen

Zet in de goede volgorde: nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen

Zet de zin in de juiste volgorde Er zijn twee mogelijkheden! ik- bijhouden- dit tempo-niet-kan

A

Ik kan niet bijhouden dit tempo.

B

Dit tempo kan ik bijhouden niet.

C

Dit tempo kan ik niet bijhouden.

D

Ik kan dit tempo niet bijhouden.

Zet de zin in de juiste volgorde, denk aan de vervoeging. Het is een vraagzin. nadenken - je - over de vraag - wel- heb - goed- ?

A

Heb je over de vraag wel goed nagedacht?

B

Heb je over de vraag wel goed nagedenkt?

C

Heb je wel goed nagedacht over de vraag?

D

Heb je goed wel nagedenkt over de vraag?

Wat is de juiste woordvolgorde?

A

Tijd, manier, plaats

B

Tijd, plaats, manier

C

Plaats, tijd, manier

D

Plaats, manier, tijd

___________ mogen we niet praten in de les? Omdat je dan niet goed kunt opletten.

A

Waar

B

Wanneer

C

Waarom

D

Omdat

Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin) ?- gemaakt- zij - geen huiswerk - waarom - heeft

A

Waarom zij heeft geen huiswerk gemaakt?

B

Zij heeft geen huiswerk gemaakt waarom?

C

Waarom heeft zij geen huiswerk gemaakt?

D

Waarom zij geen huiswerk heeft gemaakt?

Zet de woorden in de juiste volgorde: geweest- Achmed en Fatima- drie weken-naar Spanje- met vakantie-zijn

A

Drie weken Achmed en Fatima zijn met vakantie geweest naar Spanje.

B

Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie geweest naar Spanje.

C

Achmed en Fatima zijn naar Spanje geweest drie weken met vakantie.

D

Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie naar Spanje geweest.

Zet de woorden in de juiste volgorde Er zijn twee antwoorden goed! zijn- bij de dokter-om elf uur-ik- moet

A

Om elf uur ik moet zijn bij de dokter.

B

Om elf uur moet ik bij de dokter zijn.

C

Ik moet zijn om elf uur bij de dokter.

D

Ik moet om elf uur bij de dokter zijn.

Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin) in Amsterdam-wel eens-je-geweest-ben-?

A

Ben je wel eens in Amsterdam geweest?

B

Ben je wel eens geweest in Amsterdam?

C

Ben je in Amsterdam geweest wel eens?

D

In Amsterdam ben je wel eens geweest?

Zet de woorden in de juiste volgorde stil-de voetbalwedstrijd- vanwege-is- op straat- het

A

Op straat vanwege de voetbalwedstrijd het is stil.

B

Het is stil op straat vanwege de voetbalwedstrijd.

C

Vanwege de voetbalwedstrijd is het op straat stil.

D

Op straat het is stil vanwege de voetbalwedstrijd.

Zet de woorden in de juiste volgorde Het is een vraagzin. herhalen-ik-waarom-elke keer-moet-dat-?

A

Ik moet dat elke keer herhalen waarom?

B

Waarom moet ik herhalen elke keer dat?

C

Waarom ik moet dat elke keer herhalen?

D

Waarom moet ik dat elke keer herhalen ?